日蘭辭典+

41 resultaten voor ‘maar’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) zn. (1) [以上] meerdere o.; overmaat v. (2) [殘餘] rest v.; restant v.; overschot o.; teveel o. (3) [差額] saldo o. ¶ 悲しさの餘り overmaat van smart. ¶ 四十餘り over de veertig. ¶ 食事の餘り overblijfselen van eten. ¶ 餘りはお前にやる je mag de rest houden. (俗) laat maar zitten. ¶ 餘りの resteerend; waardeloos.
amasu餘す
(余す) t.w. overlaten. ¶ 餘す所一日となった er is nog maar een dag over.
aseru焦る
i.w. haasten; bn. ongeduldig; haastig. ¶ あせるな houd je kalm; hou je gemak. ¶ 焦らないでゆっくりしてなさい haast u maar niet, doe het op uw gemak.
yamikumo闇雲
bw. in het wilde. ¶ 闇雲に打つ er maar op los schieten.
keredomoけれども
(kedo, けど) vw. bw. echter; desniettemin; desniettegenstaande; nochtans; bw. evenwel; vw. toch; doch; maar; hoewel; ofschoon; vz. ondanks. ¶ 彼は勉強するけれども進歩しない hij werkt hard en gaat toch niet vooruit; hoewel hij hard werkt maakt hij geen vorderingen; ondanks ijverige studie schiet hij niet op; hij studeert hard, desniettemin komt hij nietverder.
tada
(ただ、唯、徒、但、常) bw. (1) [單に] alleen maar; slechts. (2) [排他的に] uitsluitend. (3) [無駄に] te vergeefs. (4) [無代] voor niets; om niet; gratis. ¶ 只の enkel; uitsluitend; (無料な) vrij; gratis; gewoon (通常の). ¶ ただ一つの eenig. ¶ 徒人 een gewone man. ¶ 唯の一夜に in een enkelen nacht.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
date-otoko伊達男
(zn.) (1) trendy [smaakvolle, chique] manspersoon. (2) dandy; modegek; ijdeltuit. (3) riddelijke man (maar mogelijk oplichter). ¶ 伊達男は素足に革靴できめる! Date-otoko wa su-ashi ni kawagutsu de kimeru! Een modegek draagt leren schoenen zonder sokken! (twitter)

desuです
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 日本人ですIk ben een Japanner.以前タバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえそうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)

NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <maar>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
のみ nomi (1) [drukt beperking uit] enkel; alleen; alleen maar; slechts; puur; (2) [drukt bijzondere nadruk uit]; (3) [drukt in zinsfinale positie een concluderende uitspraak met gevoelsnadruk uit] maar; louter; gewoon; niets dan
のに noni voor; om; ter ~; ten ~ [combinatie van het nominaliserende partikel no の met het doelaanduidende ni に]; ; was ~ (maar)!; had ~ (toch)!; ik wou dat ~ [drukt een teleurstelling, verzuchting e.d. uit]; ; hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer ~; toch; ~ ten spijt; ~ maar; ~ en toch; in weerwil van; [arch.] trots [concessief-voegwoordelijk partikel dat aan de rentaikei van vervoegde woorden (katsuyōgo 活用語) gehecht wordt]
でも demo (1) [verbindt twee zinnen waarvan de laatste ingaat tegen een gevolgtrekking die logisch uit het voorgaande volgt] niettemin; desondanks; desalniettemin; desniettemin; toch; evenwel; echter; maar intussen; en ondertussen; desniettegenstaande; met dat al; [gew.] algelijk; (2) [tegenstellend voegwoord dat een excuus; tegenargument formuleert] maar; echter; nochtans; evengoed; [form.] doch; [arch.] edoch
けれども keredomo (1) […~] [eindpartikel dat een abrupt einde aan een uitspraak afzwakt]; (2) […~] [eindpartikel dat volgt op een vrome wens]; ; [tegenstelling uitdrukkend voegwoord] echter; evenwel; niettemin; desalniettemin; desniettegenstaande; nochtans; doch; edoch; ; (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
けれど keredo [tegenstelling uitdrukkend voegwoord] echter; maar; evenwel; niettemin; desalniettemin; desniettegenstaande; nochtans; doch; edoch
けど kedo [tegenstelling uitdrukkend voegwoord] echter; maar; evenwel; niettemin; desalniettemin; desniettegenstaande; nochtans; doch; edoch
けども kedomo (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
けども kedomo [tegenstelling uitdrukkend voegwoord] echter; maar; evenwel; niettemin; desalniettemin; desniettegenstaande; nochtans; doch; edoch
けど kedo (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
本の honno slechts; maar; enkel; louter; niet meer dan
僅か; 纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng; ; (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) slechts; maar; enkel
何だか nandaka ergens; op de een of andere manier; wijze; ik weet niet hoe het komt; maar
何と無く nantonaku ergens; ik-weet-niet-waarom; ik weet niet hoe het komt; maar; om de een of andere reden; vaagweg
併しながら shikashinagara (1) maar; doch; [arch., iron.] edoch; echter; evenwel; (2) toch; nochtans; niettemin; desondanks
然し shikashi (1) maar; doch; [arch., iron.] edoch; echter; evenwel; (2) toch; nochtans; niettemin; desondanks; (3) nu; luister eens; zeg; goh
兎も角 tomokaku (1) in elk geval; in ieder geval; in alle geval; sowieso; hoe dan ook; hoe het ook zij; in allen gevalle; toch; dat mag wel zo zijn; maar ~; kan wezen; maar ~; enfin; [inform.] afijn; soit; (2) afgezien van ~; ~ daargelaten; los daarvan; ~ buiten beschouwing gelaten; ~ terzijde gelaten; ~ tot daar aan toe; of het nu ~ is of niet; om nog maar te zwijgen over ~
ども domo (1) […~] [drukt een tegenstellend verband uit] maar; echter; (2) […~] [drukt een toegevend verband uit] ook al; ofschoon
do (1) […~] [drukt toegeving uit] maar; echter; hoewel; ofschoon; (2) […~] [drukt sterke toegeving uit] ook al; zelfs wanneer
所が tokoroga [legt een contrastief verband] maar; echter; toch; maar toch; [form.] doch; [form.] nochtans; [form.] evenwel; ; (1) […た~] [bevestigt een feit of drukt de totstandkoming van een situatie uit]; (2) […た~] [drukt toegeving uit] maar; toch; niettemin
唯の tadano (1) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (2) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (3) gratis; kosteloos; vrij
tada alleen; maar; echter; het enige is; dat; ; (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; ; (1) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (2) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
但し tadashi maar; doch; [arch.] edoch; echter; [form.] evenwel; alleen; met dien verstande dat; zij het dat; met dit voorbehoud; dat; mits; onder; op voorwaarde dat; op conditie dat; onder beding dat; vooropgesteld dat; gestipuleerd; dat
単に tanni slechts; alleen (maar); maar; enkel; louter; zonder meer; niet meer dan; niets dan; simpelweg; eenvoudigweg; blotelijk
単なる tannaru louter; maar; zomaar een ~; eenvoudig; gewoon; enkel; zonder meer; je reinste; regelrecht
だけ dake (1) […~] [drukt mate; omvang uit] wel; maar liefst; zoveel als; (2) […~] [drukt gepastheid uit]; (3) […~] [drukt beperking uit] enkel; alleen; slechts; maar; niet meer dan; niets dan
だって datte (1) maar; ja maar; (2) want; wel eh ja maar
made […~] [duidt bevestiging of nadruk aan]; ; (1) […~] [duidt het punt aan tot waar iets reikt; grenst] tot; totdat; tot aan; tot … toe; voordat; (2) […~] [duidt een mate; benadering aan] tot zover; (3) […~] [drukt beperking uit] enkel; alleen; slechts; maar; niet meer dan; niets dan; (4) […~] [duidt een extreem voorbeeld aan] zelfs
さて sate (1) trouwens; tussen haakjes; overigens; à propos; terloops (gezegd); dit terzijde; wat ik zeggen wou; in het voorbijgaan; en passant; (2) nu; nou; welnu; zo; wel; tja; (3) maar
許り bakari ; bakkari (1) slechts; enkel; alleen; louter; uitsluitend; niets dan; alleen maar; maar; (2) pas [gearriveerd, geverfd enz.]; net ~; juist ~; nauwelijks ~; (3) zo'n; zo ongeveer; zowat; om en bij de; rond de ~
hata (1) of; hetzij; (2) indien; zo; wellicht; misschien; (3) toch; maar; echter; (4) inderdaad; zoals verwacht; ; hoe bizar
ga maar
悪夢 akumu nare; bange; boze droom; nachtmerrie; angstdroom; [geneesk.] oneirodynie; [veroud., gew.] maar; [gew.] stilstand in het bloed
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'maar', strategie: exact). 
2005-2019