日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘macht’
日蘭辭典 (trefwoord)
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
agete擧げて
(挙げて) bn. alle; geheel; bw. met zijn allen. ¶ 國をあげて het geheele volk. ¶ 全力をあげて met alle macht.
ken
(権) zn. bevoegdheid v.; macht v.; recht (權利) o. ¶ 立法權 wetgevende macht.
chikara
zn. (1) [] kracht v. (2) [權] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ に任せて uit alle macht. ¶ 人のになる iemand tot steun zijn. ¶ を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ を落す den moed verliezen. ¶ 之にを得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ calorische energie.
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. ¶ 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りで met alle macht. ¶ 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.
nabiku靡く
i.w. buigen; zich buigen; toegeven (服從). ¶ に靡く bukken voor de macht van het geld. ¶ 稻がに靡いてゐる de rijsthalmen golven in den wind.
ekken越權
(越権) zn. overschrijding van macht. ¶ 越權のやる buiten zijn bevoegdheid gaan; (俗) buiten zijn boekje gaan.
fuken父權

(父権) zn. vaderlijke macht.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ifuku威福
zn. Macht en rijkdom. Meer specifiek het aanwenden daarvan en middels de dwang van macht, overreding door autoriteit of de verlokking van fortuin, mensen laten gehoorzamen. ¶ 威福をほしいままにする ifuku wo hoshiimama ni suru (uitdr.) naar wens middels dwang of het aanwenden van rijkdom mensen laten gehoorzamen. ¶ …というものですから、家令が職権を悪用して威福を欲しいままにし、私腹を肥やすことに 注意なさらねばなりません。 ...to yū mono desu kara, karei ga shokken wo akuyōshite ifuku wo hoshiimama ni shi, shifuku wo koyasu koto ni chūi nasaraneba narimasen. Wegens het [vooraf] genoemde, dient men er attent op te zijn dat de rentmeester zichzelf zou [kunnen] verrijken door misbruik van zijn autoriteit en naar wens zijn macht en rijkdom aan te wenden (om zijn wil gedaan te krijgen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <macht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
nou (1) kunde; vermogen; macht; kunnen; kunst; [Lat.] vis; talent; (2) nut; bruikbaarheid; utiliteit; (3) no; no-theater; no-spel
勢い ikioi vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken; ; (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon
威力 iryoku macht; kracht; vermogen
ken (1) bevoegdheid; macht; (2) recht
権利 kenri (1) recht; (2) aanspraak; vordering; claim; recht om het bezit of het gebruik van iets te vorderen; (3) bevoegdheid; recht bepaalde handelingen te kunnen uitoefenen; (4) autoriteit; wettige macht; macht; (5) privilege; voorrecht; begunstiging
支配 shihai (1) heerschappij; regering; beheer; bewind; bestuur; macht; [i.h.b.] suprematie; overheersing; dominatie; overhand; predominantie; overwicht; (2) beheersing; controle; leiding; directie; [fig.] regie
鹿を逐う shikawoou om de troon; macht; heerschappij strijden
勢力 seiryoku macht; kracht; sterkte; invloed; influentie; overwicht
ryoku -kracht; -vermogen; -macht; -capaciteit
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
逐鹿 chikuroku (1) het achternazitten; najagen van een hert; (2) troonstrijd; machtsstrijd; strijd om de troon; macht; heerschappij; (3) verkiezingsstrijd
筋力 kinryoku spierkracht; fysieke kracht; lichaamskracht; lichamelijke kracht; macht
強力 kyouryoku sterk; krachtig; machtig; ; macht
迫力 hakuryoku kracht (om mensen aan te trekken); slagkracht; power; macht; overtuigingskracht; [angl.; gall., Belg.N.] punch
パワー pawaa (1) kracht; power; vermogen; sterkte; macht; [veroud.] mogendheid; (2) energie; fut; pit; uithoudingsvermogen; uithouding; drive; dynamiek; vuur; animo
フォース fuxoosu (1) kracht; (2) [mil.] macht; strijdkracht; krijgsmacht; leger; (3) [comp.] Forth [= programmeertaal]; (4) Force; (5) Fosses
hikari (1) licht; [Lat.] lumen; [Lat.] lux; lichtglans; lichtgloed; lichtschijn; straal; gestraal; [lit.t.] lichternis; fonkeling; flonkerlicht; schittering; scintillatie; gloed; glans; glinster; glitter; schijn [van een lamp enz.]; schijnsel; straling; gloor; gloring; luister; blink; glim; glimlicht; (2) gezag; uitstraling; glorie; macht; (3) licht (in de duisternis); hoop; (4) Hikari [stad in de prefectuur Yamaguchi]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'macht', strategie: exact). 
2005-2019