日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘makker’
日蘭辭典 (trefwoord)
aibō相棒
zn. makker m.; kameraad m.
aikata相方
zn. makker m.; kameraad m.
aite相手
zn. (1) [同僚] medewerker m.; makker; kameraad m. (2) [先方] tegenpartij v.; tegenstander m. ¶ 相手なき onvergelijkelijk; zonder weerga. ¶ 相手をする gezelschap houden. ¶ 相手方 (法) andere partij; partij ten andere.
tomodachi友達
zn. vriend m.; makker m.
tomo
zn. vriend m.; makker m.; kameraad m. ¶ とする te vriend houden. ¶ ......とになる bevriend worden met; vriendschap sluiten. ¶ reisgenoot; reismakker; reisgezelschap. ¶ お伴する begeleiden; gezelschap houden vergezellen.
dōryō同僚
zn. collega m.; makker m.; kameraad m.
dōnin同人
zn. (1) [同じ] dezelfde m. & v.; de persoon in kwestie; de betrokken persoon. m. (2) [仲間] makker.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <makker>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仲間 nakama (1) maat; partner; metgezel; genoot; makker; kameraad; gezel; compeer; compagnon; collega; deelgenoot; vriend; medestander; [inform.] kornuit; [fig.] gildebroeder; [fig.] medespeler; (2) gezelschap; compagnonschap; confrérie; groep; coterie; incrowd; bende; kring; club; consorten; stelletje; gang; [fig.] gilde; [inform.] kliek; (3) soortgenoot; slag
伴侶 hanryo gezel; metgezel; compagnon; makker; deelgenoot; kameraad; partner; [verzameln.] gezelschap
部類 burui (1) categorie; afdeling; groep; (2) maat; metgezel; makker; kameraad
相棒 aibou (1) dragers (van een palankijn; draagmat); (2) partner; compagnon; maat; makker; kameraad; gezel
友人 yuujin vriend; maat; makker; kameraad; [in Ind.] sobat
兄さん niisan (1) (grote) broer; (2) (zeg) jongeman; jongen(lief); broer; jong; vriend(lief); [inform.] makker; [inform.] maat(je); [inform.] ouwe; [inform.] grote; [iron.] jongeheer; [iron.] jongmens [als aanspreekvorm of vocatief]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'makker', strategie: exact). 
2005-2020