日蘭辭典+

51 resultaten voor ‘manier’
日蘭辭典 (trefwoord)
aaiuああいふ
(ああいう) bw. zoo; aldus; op die manier; op die wijze; vnw. zulk; zoodanig. ¶ ああいふ事 zoo iets. ¶ ああいふ物 zulke dingen; zoodanige dingen;
abunage危げ
(危なげ) bn. & bw. onhandig; onbeholpen; onbetrouwbaar. ¶ 危げな蘭語 onbeholpen Hollandsch; gebroken Hollandsch. ¶ 危なげな手附で op een onhandige manier. ¶ 危げに見える er onbetrouwbaar uitzien.
anbai鹽梅
(塩梅) zn. (1) [調味] smaak m. (2) [狀態] toestand m. (3) [手段] manier v.; wijze v. (4) [配列] orde v. ¶ 鹽梅する (配列) arrangeeren; groepeeren; sorteeren. ¶ 味を附ける kruiden. ¶ の鹽梅 temperatuur van het bad. ¶ 鹽梅は如何ですか hoe gaat het er mee? hoe staat het er mee?
arukiburi步き振り
(歩き振り) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukikata’ 步き方.
arukikata步き方
(歩き方) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukiburi’ 步き振り.
yarikata遣方
(遣り方) zn. manier om iets te doen; methode v.
yarikuchi遣口
(遣り口) zn. methode v.; manier om iets te doen.
tokaku兎角
bw. op de een of andere manier; gewoonlijk; veelal; geneigd om. ¶ 兎角する内に inmiddels; intusschen; onderwijl.
(様) bn. (1) [式] manier v.; wijze v.; methode v. (2) [種類] soort v. (3) [外觀] uiterlijk o.; voorkomen o. ¶ 此zoo; op deze wijze. ¶ 同じに op dezelfde wijze. ¶ ……のals; gelijk; alsof. ¶ 狂人のals een krankzinnige. ¶ いつzooals gewoonlijk; als altijd.
shikata仕方
zn. (1) [方法] methode v.; manier v. (2) [手段] middel o. ¶ 仕方ない er is niets aan te doen. ¶ ……するより仕方ない er zit niets anders op, dan om……. ¶ 仕方を示す wijzen, hoe iets gedaan moet worden. ¶ 仕方話 gebarentaal.
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
teguchi手口
zn. manier v.; methode v.; middel o.
dōshiteどうして
bw. (1) [如何樣にして] hoe?; op welke wijze. (2) [何故] waarom?; op welken grond? ¶ どうしてhoe het ook zij; in elk geval; wat men ook doet. ¶ どうしても………せぬ in geen geval; stellig niet.
dōnari-kōnariどうなりこうなり
bw. op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
dōkakōkaどうかかうか
nan to何と
tw. wat!; bw. hoe; hoezeer. ¶ 何と暑いことwat is het warm! ¶ 何とか het een of ander; dit of dat; zus of zoo. ¶ 何とも niets; volstrekt niets. ¶ 何とも言へぬ men kan er niets van zeggen; onbeschrijfelijk. ¶ 何とも思はぬ onbeduidend; er niets om geven; het kan mij niets schelen; ¶ 何となく eenigszins; eenigermate; op de een of andere wijze; onbestemd. ¶ 何となく氣味が惡い ik voel me, waarom weet ik niet, niet erg op mijn gemak. ¶ 何となれば want; omdat.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kotsu骨、コツ
zn. (1) beenderen, botten (van een lijk of kadaver). (2) overblijfselen; as van overledenen (遺骨). (3) een manier, handelwijze om iets uit te voeren; een truc; een foefje; een handigheidje; een kunstje; een behendigheid; een kneep; een slimmigheidje; een geheim (呼吸, 要領); het geheim van een kunst of techniek.
nan to ka何とか
(frase) (1) op de een of andere wijze; op een of andere manier; enigerlei wijze; het een of ander; dit of dat; zus of zo. ¶ なんとかそのテストに受かった。 Nan to ka sono tesuto ni ukatta. Op een of andere manier ben ik geslaagd voor de test. ¶ なんとか日曜日までに家賃を払わないといけない。 Nan to ka nichiyōbi made ni yachin wo harawanai to ikenai. Op een of andere manier moet ik uiterlijk zondag de huur betalen. ¶ はなんとか時間までそこに着いた。 Boku wa nan to ka jikan made ni soko ni tsuita. Op een of andere manier lukte het me om er op tijd te komen. ¶ 彼女はなんとかして世間体をつくろった。 Kanojo wa nan to ka shite sekentei wo tsukurotta. Op een of andere wijze wist ze haar gezicht te bewaren. (2) (in plaats van de naam van iets of iemand) zus of zo; je-weet-wel; nog wat; hoe-heet-hij [zij, het]-ook al weer; ding; dinges. ¶ 田中なんとかというから電話がありました。 Tanaka nan to ka to iu hito kara denwa ga arimashita. Er was een telefoontje van een Tanaka-nog-wat voor je. ¶ 事部長のなんとかさんが捜してたよ。 Jinji buchō no nan to ka-san ga sagashite ta yo. De manager van personeelszaken, hoe heet hij ook al weer, was naar je op zoek. (yamasv) (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <manier>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
この様にkonoyouni zo; dus; aldus; alzo; op deze wijze; manier; in dezer voege
パターンpataan (1) patroon; manier; leest; wijze; [fig.] stramien; (2) patroon; mal; model; vorm; (3) patroon; dessin; tekening; motief; ontwerp; plan; (4) [maatwoord voor patronen]
モードmoodo (1) mode; (2) wijze; manier; methode; (3) [muz.] toonaard; toonsoort; toongeslacht; toonladder; (4) [wisk.; statistiek] modus; (5) modus; conditie; gesteldheid; (6) gestreepte plaid; reisdeken; (7) Maud; Maude
仕方shikata (1) manier; wijze; methode; het hoe; werkwijze; (2) gebaar; geste
仕様shiyou (1) manier; wijze; methode; (2) gebruiksaanwijzing; handleiding; gedetailleerde beschrijving; bestek
den (1) overlevering; toegeschreven aan …; (2) biografie; levensbeschrijving; (3) manier; methode; (4) [ritsuryō] postplaats; relais; (a) doorgeven; overgeleverd worden; (b) verbreiding; (c) overlevering; vertelling; (d) commentaar; (e) levensbeschrijving; (f) relais
何とかしてnantokashite op de een of andere wijze; manier; in enig opzicht; ergens; op welke wijze; manier dan ook; hoe dan ook; à bis ou à blanc
作風sakufuu stijl; trant; manier; wijze
具合guai (1) staat; toestand; situatie; (2) gezondheidstoestand; (3) gelegenheid; goede gelegenheid; gepastheid; geschiktheid; (4) fatsoen; goede manieren; (5) manier; methode; wijze van doen; wijze van handelen
塩梅anbai (1) [cul.] smaak; kruiding; (2) toestand; mate; manier; wijze; (3) conditie; gezondheidstoestand; vorm; (4) regeling; schikking; arrangement; ordening
容体youdai (1) fysieke; lichamelijke toestand; [geneesk.] toestand van de patiënt; (2) gestalte; gedaante; (3) manier; wijze; (4) pretentie
shiki (1) stijl; wijze; manier; vorm; trant; systeem; methode; (2) ceremonie; plechtigheid; (3) [wisk.; chem.] formule; [wisk.] uitdrukking; [wisk.; chem.] vergelijking
当たりatari (1) treffer; raakschot; hit; succes; (2) [光; 風の] werking; (3) [honkb.] slagprestatie; (4) gok; berekening; voorspelling; verwachtingspatroon; (5) houding; manier; inschikkelijkheid; omgang; (6) [ワインの] gevoel op de tong; smaak; (7) kneuzing (van vruchten); gekneusde plek; kneus; (8) [viss.] beet; (9) per …; (10) -vergiftiging; -aandoening; -affect
手口teguchi (1) methode; werkwijze; manier; middel; techniek; truc; modus operandi; manoeuvre; (2) koper; verkoper bij een transactie
斯くkaku (1) zo; alzo; op deze wijze; manier; in dezer voege; (2) dus; aldus; (3) tot dusver; dusverre; tot hier toe; tot nu toe; tot zover als we nu zijn
新手arate (1) [mil.] nieuwe; verse; uitgeruste troepen; versterking; verse aanvoer; [i.h.a.] nieuwe ploeg; aflossingsploeg; aflossing; verse voorraad; (2) nieuweling; nieuwkomer; nieuwe; groene; groentje; starter; beginner; beginneling; [w.g.] novice; (3) nieuwe methode; manier; nieuw type
新手shinte nieuwe methode; manier; nieuw type
方式houshiki (1) methode; systeem; (2) manier; wijze; modus; formule; aanpak; opzet; procedure; formaliteit; (3) vorm; (4) [maatwoord voor methodes; manieren]
方法houhou (1) methode; wijze; weg; procedé; manier; [Lat.] modus; middel; het hoe; trant; maatregel; beleid; stap; (2) [maatwoord voor methodes]
方策housaku (1) plan; maatregel; beleid; middel; manier; oplossing; (2) [maatwoord voor plannen; maatregelen]
hou (1) richting; kant; zijde; ~ heen; -waarts; [mijner-; jouwer-; enz] -zijds; (2) vlak; (competentie)gebied; terrein; domein; (3) veeleer ~; aan de ~ kant; eerder ~ (dan ~); wat beter; verkieslijker enz. is [verwijst vaak naar het voorkeursalternatief]; (4) kwadraat; tweede macht; vierkant; (5) methode; manier; wijze
是非zehi (1) goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen; (2) op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal
様だyouda (1) [flexiemorfeem gebruikt om de stelligheid van het gezegde af te zwakken]; (2) [flexiemorfeem dat volgt op een uitgangspunt van vergelijking; analogie]; (3) [flexiemorfeem (doorgaans in de RYK-vorm yōni ように) dat een wijze; manier; aansporing of subtiel bevel formuleert]
様式youshiki (1) stijl; vorm; (2) wijze; manier; patroon
nori (1) wet; voorschrift; (2) rede; moraal; (3) methode; manier; (4) [boeddh.] dharma; (5) afstand; traject; (6) maat; afmeting; (7) [bouwk.] helling; hellingshoek; hellingsgraad
hou (1) wet; regel; (2) manier; methode; (3) etiquette; vormen; (4) het is niet gerechtvaardigd (dat ~); het is onbillijk (dat ~); het is onredelijk (dat ~); het is niet eerlijk (dat ~); men heeft niet het recht ~ [steeds in de constructie hō wa nai 法はない]; (5) dharma; [i.h.b.] leer van Boeddha; boeddhisme; (6) [wisk.] modulus; [i.h.b.] deler; (7) [taalk.] wijs; [Lat.] modus
算段sandan (1) het verzinnen van een middel; manier; het zich behelpen; het zich met eigen middelen trachten te redden; het zich uit de slag trekken; vindingrijkheid; (2) het vinden van een manier om aan geld te komen
jutsu (1) vaardigheid; kundigheid; kunst; techniek; skill; (2) toverij; tovenarij; toverkunst; magie; (3) manier; wijze; (a) kunde; kunst; techniek; (b) kunstgreep; truc; list; kneep
sube middel; methode; wijze; manier; werkwijze; kunst
調子choushi (1) toon; toonhoogte; (2) tempo; ritme; (op) dreef; (op) gang; (3) stijl; [stelk.] register; manier; wijze; stemming; (4) conditie; vorm; staat (van gereedheid); toestand; (in; niet in zijn normale) doen
調chou (1) [ritsuryō] chō [= belasting in natura; bestaande uit handwerk; lokale producten e.d.]; (2) [muz.] toonaard; toonsoort; tonaliteit; (3) [gagaku] klanksoort; (4) [sugoroku] doublet [= gelijke ogen voor iedere steen]; (5) -stijl; -manier; -wijze; -register; (a) evenwicht; proportie; afstemmen; (b) tempo; stemming; (c) timbre; register; (d) [muz.] toonaard; (e) onderzoeken; (f) maken; bereiden; regelen; (g) [ritsuryō] chō-belasting
道 ; 路 ; 途 ; 径michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
fuu (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht; (4) zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.64 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'manier', strategie: exact). 
2005-2020