日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘meegaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsuite就いて
(ついて) vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿って] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十 vijftig sen per kin. ¶ について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.
yuku行く
(iku) i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緖行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ行く denzelfden weg gaan.
tomonau伴ふ
i.w. (1) [連れて行く] zich doen vergezellen door; t.w. medenemen. i.w. (2) [隨伴する] vergezellen; meegaan. ¶ 人を伴ふ iemand medenemen; met iemand meegaan. ¶ 妻子を伴って met zijn familie. ¶ 時勢に伴ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 病氣には伴ふ de ziekte gaat gepaard met koorts.
sansei賛成
zn. goedkeuring v.; steun m. ¶ 賛成する ondersteunen; goedkeuren; meegaan met; accoord gaan met; voor stemmen. ¶ 賛成者 ondersteuner; voor stemmer.
shitagau從ふ
(従う) i.w. (1) [降服] gehoorzamen. t.w. (2) [追隨] volgen; i.w. meegaan met. t.w.(3) [隨行] vergezellen. (4) [從事] uitoefenen. ¶ 規則に從ふ voorschriften opvolgen; zich houden aan de regels. ¶ 大勢に從ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 硏究從ふ onderzoek houden. ¶ の説に從へば volgens uwe meening. ¶ 決定に從ひます ik onderwerp me aan uwe beslissing.
fūchō風潮
zn. geest des tijds; mode v.; neiging (傾向) v. ¶ 風潮に隨ふ met den geest des tijds meegaan; de mode volgen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <meegaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お供するotomosuru begeleiden; vergezellen; meegaan; geleide doen; escorteren
フォローするfuxoroosuru (1) volgen; nagaan; bijhouden; [Belg.N.] opvolgen; (2) meegaan; meelopen; (3) bijspringen; bijstaan; aanvullen; achteraf verbeteren; vergoeilijken
一緒するisshyosuru [ご~] vergezellen; begeleiden; meegaan
付いて行くtsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
同行するdoukousuru (1) meegaan; meekomen; meetrekken; meereizen; (2) vergezellen; gezelschap houden; vergezelschappen
投ずるtouzuru (1) [敵軍に] zich overgeven; capituleren; zwichten; (2) [時流に] meegaan; meedoen; te baat nemen; gebruik maken van; aangrijpen; inspelen op; benutten; (3) [意気相~] passen; overeenkomen; overeenstemmen; op één lijn zitten; klikken; (4) [旅宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; z'n intrek nemen; (5) [直球を] werpen; gooien; smijten; keilen; (6) [白票を] uitbrengen; deponeren; [獄に] ingooien; inwerpen; (7) [身を] zich werpen op; zich storten in; zich inzetten voor; zich wijden aan; [Belg.N.] zich smijten; (8) [影; 光を] tot ver vooruit werpen; (9) [資金を] verstrekken; investeren; besteden; beleggen; steken in; (10) [薬餌を] toedienen
持ち堪えるmochikotaeru volhouden; niet opgeven; standhouden; het uithouden; het uitzingen; [m.b.t. voorraad] toereikend zijn; duren; meegaan
持つmotsu (1) (bij zich) hebben; houden; dragen; nemen; (2) bezitten; beschikken over; eigenaar zijn van; in eigendom hebben; toegerust zijn met; (3) koesteren; voelen; toedragen; (4) zich belasten met; verantwoordelijk zijn voor; (5) voor zijn rekening nemen; betalen; [de kosten] dragen; (6) meegaan; duren; bruikbaar blijven; duurzaam zijn; houdbaar zijn; aanhouden; (7) volhouden; [het niet lang meer] trekken; uithouden; (ver)dragen; verduren; velen
持てるmoteru (1) meegaan; houdbaar zijn; (2) geliefd zijn bij; populair zijn bij; gezien zijn bij; bemind zijn bij; getapt zijn bij; in trek zijn bij; de lieveling; de favoriet; het idool zijn van; gevierd zijn bij; (3) bezittend; gegoed; [Belg.N.; niet alg.] begoed; bemiddeld; welgesteld; in bonis; [i.h.b.] met grondbezit
添う ; 副うsou (1) begeleiden; vergezellen; meegaan; [w.g.] accompagneren; (2) zich schikken naar; zich voegen naar; gehoorzamen; voldoen aan; gehoor geven aan; vervullen; bevredigen; beantwoorden aan; handelen overeenkomstig ~; tegemoet komen aan; waarmaken; tevredenstellen; (3) huwen; trouwen; in de echt treden; gaan; in het huwelijk treden; een echtpaar; koppel worden
賛成するsanseisuru (1) goedkeuren; goedvinden; ervoor zijn; pro zijn; instemmen (met); toestemmen (in); bijvallen; akkoord gaan (met); beamen; [m.b.t. mening] delen; het eens zijn (met); ook vinden (dat); voorstander zijn van; zich aansluiten (bij); meegaan; meestemmen; onderschrijven; [uitdr.] amen zeggen op; [uitdr.] ja zeggen tegen; bewilligen (in); z'n goedkeuring geven; [Belg.N.] bijtreden; zich akkoord verklaren; zich verenigen met; approuveren; adhereren; [veroud.] approberen; [fig.] toejuichen; steunen; support geven; gelijk geven; (2) [pol.] voorstemmen; [pol.] pro stemmen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'meegaan', strategie: exact). 
2005-2021