日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘meester’
日蘭辭典 (trefwoord)
shishō師匠
zn. meester m.
aruji主人
() zn. meester m.; baas m.; heer des huizes; gastheer (客に對して) m. ¶ 主人顏をする den baas spelen. ¶ 主人を出せ roep je baas;
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
danna旦那
zn. (1) [主人] heer m.; meester m. (2) [良人] echtgenoot m.; man m. (3) [敬稱] mijnheer m.; meneer m. ¶ 旦那顏をする den baas spelen. ¶ 旦那取りする gemainteneerd worden.
kyōshi教師
zn. leeraar m.; leermeester m.
sensei先生
zn. meester m.; leeraar m.; mijnheer.
tamashii
zn. ziel v.; geest m. ¶ 大和魂 de geest van Japan. ¶ を入れる bezielen. ¶ を入れ替へる zijn leven beteren. ¶ を打ち込んで met hart en ziel. ¶ を奪はれる betooverd zijn; bekoord zijn. ¶ の無い niet bezield; zielloos. ¶ 据る zichzelf meester zijn. ¶ に添はない niet weten wat men doet; de kluts kwijt zijn; buiten zichzelf zijn.
kakae抱へ
zn. (1) [抱くこと] omhelzing v. (2) [雇入] dienst m.; emplooi o. ¶ 抱への in dienst. ¶ 抱主 baas; meester. ¶ 抱車 eigen rijtuig. ¶ 抱醫 lijfarts. ¶ 抱入れる in dienst nemen. ¶ 抱へる in de armen houden; onder den arm houden; omhelzen; in dienst hebben; houden.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.

NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <meester>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
猛者 mosa (1) held; dappere; taaie; keiharde; (2) uitblinker; bolleboos; geweldenaar; veteraan; expert; meester
手足れ tedare (1) meesterschap; bedrevenheid; deskundigheid; behendigheid; vaardigheid; (2) meester; expert; deskundige; adept
nushi (1) heer; meester; (2) eigenaar; [手紙の] schrijver; auteur; (3) oergeest; geest die er reeds bij het begin was; genius
曲者 kusemono (1) verdacht persoon; onguur type; verraderlijk iemand; [i.h.b.] boef; schurk; bandiet; schelm; booswicht; schobbejak; snoodaard; schoelje; (2) lastig; moeilijk persoon; dwarsligger; enfant terrible; ongeleid projectiel; (3) sluwerd; leperd; geslepen persoon; (4) buitengewoon persoon; buitenbeentje; non-conformist; excentriekeling; (5) talent; meester; (6) monster
法師 houshi -man; -figuur; ; (1) [boeddh.] boeddhistisch leermeester; [oneig.] goeroe; [i.h.a.] bonze; boeddhistisch priester; monnik; (2) leek in de gedaante van een geestelijke; meester; (3) jongetje; knaap
主人 shujin (1) heer (des huizes); huisheer; pater familias; gezinshoofd; (2) baas; meester; mijnheer; meneer; [m.b.t. zaak] patroon; chef; principaal; [i.h.b.] waard; [i.h.b.] hospes; (3) echtgenoot; man; (4) gastheer
shi Eerwaarde (Heer); [afk.] Eerw.; E.H.; ; leraar; leermeester; meester
shi jij; je; ; (1) a. kind; zoon; dochter; telg; (2) b. ei; vrucht; (3) c. deeltje; (4) d. heer; leraar; meester; (5) e. man; mens; (6) f. vrouwe …; (7) g. ding; zaak; iets; (8) h. burggraaf; (9) i. [astrol.] rat; ; (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat; één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; ; (1) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (2) [Nara; Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (3) 10. [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (4) 11. [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]
上手 jouzu goed (in); vaardig; bedreven; behendig; kundig; knap; meesterlijk; deskundig; vakkundig; bekwaam; sterk; ervaren; habiel; handig; geverseerd; onderlegd; [Belg.N., niet alg.] beslagen; ; (1) expert (in); deskundige; meester; vakkundige; kenner; baas; piet; [inform.] kei; [inform.] kraan; (2) vleierij; mooipraterij; flemerij
師匠 shishou meester; leraar
先生 sensei (1) leraar; leermeester; meester; instructeur; sensei; (2) mijnheer; mevrouw; meneer; [i.h.b.] meester; [i.h.b.] dokter; [i.h.b.] doctor; [i.h.b.] professor; [studentent.] ome; (3) [scherts.] heerschap
棟梁 touryou (1) vorst en balken [hoofddelen van een dakconstructie]; (2) [Jap.gesch.] gouverneur; (3) hoofd; leider; aanvoerder; chef; baas; voorman; (4) ploegbaas; [i.h.b.] meester-timmerman
旦那様 dannasama mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那さん dannasan mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那 danna (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) iems. echtgenoot; iems. man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) [als aanspreektitel] mijnheer; meneer
達人 tatsujin meester; expert; deskundige; vakman; specialist; kenner
chou (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
kimi jij; je; [veroud.] gij; ge; ; heerser; keizer; monarch; meester
役者 yakusha (1) acteur; actrice; toneelspeler; toneelspeelster; speler; speelster; artiest; performer; uitvoerder; (2) steracteur; steractrice; diva; prima donna; talent; meester; uitblinker; virtuoos; (3) functionaris; ambtsdrager; ambtsbekleder; beambte; overheidsambtenaar; ambtenaar; rijksambtenaar; staatsambtenaar; staatsdienaar; regeringsambtenaar; (4) officiant; voorganger; celebrant; bonze die de dienst opdraagt; (5) […が一枚上だ] een maatje te groot zijn; beter zijn dan; met kop en schouders uitsteken boven; de baas zijn; het winnen van
宿主 yadonushi (1) waard; herbergier; kastelein; (2) heer des huizes; meester; [w.g.] huisheer; (3) [biol.] gastheer
名人 meijin (1) meester; virtuoos; baas; bolleboos; [inform.] kraan; (2) meijin; grootmeester in het go of shōgi
博士 hakase (1) meester; geleerde; erudiet; expert; deskundige; (2) doctor; dr.
武将 bushou (1) samoerai-generaal; militair leider; krijgsheer; (2) uitmuntend generaal; meester-generaal
お上 okami (1) [hon.] keizer; majesteit; shogun; (2) [hon.] regering; shogunaat; rijksoverheid; overheid; gevestigde macht; [meton.] de kroon; (3) [hon.] edele heer; vrouwe; hoogheid; (4) [hon.] heer; vrouw des huizes; meester; meesteres; baas; bazin; (5) [hon.] uw; zijn vrouw; echtgenote; mevrouw; (6) waardin; kasteleinse
親方 oyakata (1) meester; patroon; baas; coach; (2) [aanspreekvorm] chef; (3) [sumō-jargon] senior; (4) leider; voorman; (5) pleegouder; voogd; (6) oudere broer; [i.h.a.] senior
hijiri (1) wijze; heilige; (2) meester; virtuoos; (3) [boeddh.] eminent geestelijke; [i.h.a.] geestelijke; (4) [boeddh.] asceet; (5) [boeddh.] bedelmonnik; pelgrim; (6) keizer; (7) klare sake; verfijnde sake
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'meester', strategie: exact). 
2005-2020