日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘met’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsuite就いて
(ついて) vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿って] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十 vijftig sen per kin. ¶ について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
to
vw. (1) [及び] en. bw. (2) [さうすると] dan. (3) [假定] indien; als. vz. (4) [一緖に] met. (5) [丁度其時] wanneer; zoodra; toen. ¶ 犬と猫 honden en katten. ¶ 英國との同盟 verbond met Engeland. ¶ 友達と別れる scheiden van zijn vrienden. ¶ 食事が終わると als we klaar zijn met eten; zoodra het eten afgelopen is. ¶ あの人が君の叔父さんと思った ik zag dien man voor je oom aan; ik dacht, dat het je oom was.
karaから
vz. (1) [分離] van; uit. (2) [より] van. (3) [出所] van; uit. (4) [起源] met; van. (5) [通過の意] langs (bw.); door; via. (6) [原料, 材料] van; uit; met. (7) [時] sinds; sedert; van; om. (8) [方角] in. (9) [原據] van uit. (10) [から] door; van. vw. (11) [原因] omdat; vz. door; ten gevolge van. (12) [距離] van. ¶ 上から van boven. ¶ から van den morgen tot den avond; den geheelen dag. ¶ 此の見地からすれば van dit standpunt bezien. ¶ 病氣だから wegens ziekte. ¶ 子供の時から sinds zijn jeugd. ¶ 九時から始まります het begint om negen uur. ¶ それはから出來てゐる dit is van ijzer gemaakt. ¶ 火事はどこから出たのか waar is de brand begonnen?
haitō配當
(配当) zn. dividend o. ¶ 假配當 interim dividend. ¶ 配當證書 dividendbewijs; coupon. ¶ 配當附 met dividend; cum-dividend.
issho ni一緖に
(一緒に) bw. (1) [共に] tezamen met; met. (2) [同時に] tegelijkertijd. ¶ 一緖に住む samenwonen. ¶ 一緖になる zich vereenigen; trouwen (夫妻になる). ¶ 一緖にする mengen; vereenigen; huwen (結婚).
kan-suru關する
(関する) i.w. (1) [關係する] verband houden met; in betrekking staan tot; t.w. aangaan; betreffen. i.w. (2) [影響] van invloed zijn op. (3) [干涉]する] zich bemoeien met.
guiguiぐいぐい
bw. met kracht; met rukken.
najimu馴染む

i.w. zich hechten aan; bevriend worden met; zich thuisvoelen bij; gewend raken aan.

hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

SUPPLEMENT (trefwoord)
vader, papa

(znw., de vaderen [vaders]; de papa’s)

(1) [mannelijke ouder van een of meer kinderen] chichi ; chichioya 親. ¶ Doordat haar ouders gescheiden waren had het meisje weinig contact met haar vader. Ryōshin ga zakkonshita tame, sono shōjo wa hotondo chichioya to no sesshoku ga nakatta. 両親が離婚したためその少女はほとんど親との接触がなかった。 (TTC)

(2a) [titel binnen het gezin] otōsan お父さん; otōsamaさま; papa パパ. ¶ Papa, ik wil naar huis. Otōsan, hayaku kaeritai. お父さん早く帰りたい。(TV) ¶ Papa, mijn ballon vliegt weg. Papa, fūsen, tondetchatta. パパ、風船、飛んでっちゃった。 (TV)

(2b) [kindertaal: pappie] otōchanちゃん; papa パパ.

(2c) [afkorting: pa, paps] otō.

(3) [nederig beleefd, gebruikt tegen derden voor eigen vader] chichi ; chichioya 親. ¶ Vergeet u alstublieft niet om volgende week bij mijn vader langs te gaan. Raishū, wasurezu ni chichi ni atte kudasai. 来週、忘れずにに会って下さい。(TTC) NB Met name kinderen maar ook anderen zeggen gewoon otōsan お父さん voor hun eigen vader tegen derden in plaats van het nederig beleefde chichi .

(4) [informeel, tegen derden] oyaji [親仁,親爺,老爺,オヤジ] (NB alleen door mannen gebruikt, ‘ouwe man’). ¶ Mijn ouwe man werkt aan de tuin ieder moment dat ’ie tijd heeft. Oyaji wa aima-aima ni niwajiri wo suru. おやじは合間合間に庭いじりをする。(TTC)

(5) [beleefd, over iemands anders vader] otōsan お父さん; otōsamaさま.

(6) [voorvader(en)] sosen 祖先; fuso 祖.

(7) [uitvinder, grondlegger] kaiso 開祖; sōshisha 創始者.

(8) [katholieke priester] shinpu.

(9) [de Heilige Vader, de Paus] rōma kyōkō ローマ教皇.

(10) [Onze Hemelse Vader, God] kamisama 神様; tentei 天帝.

(11) [Vader des Vaderlands] kokumin no chichi 国民の; kokufu.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <met>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ごとgoto met ~; met inbegrip van ~; met ~ en al
じゃja (1) dan; dus; nou (dan); in dat geval; als het zo zit; als dat zo is; (2) nu goed; okay dan; wel; nou (dan); welnu; ziezo; zo; (3) in; te [inform.; m.b.t. een plaatsaanduiding]; (4) qua; inzake; voor (zover); wat ~ betreft; wat ~ aangaat; als het op ~ aankomt; waar het ~ betreft; als het op ~ aankomt [inform.]; (5) afgaande op; naar ~ te oordelen; volgens ~ [inform.]; (6) bij [regen enz.]; met; voor [zo'n luttel bedrag enz.] [inform.; m.b.t. beding]; (7) me dunkt; dat ~ [elliptisch voor de informele uitgang ja nai n darō ka じゃないんだろうか]; (8) [onderdeel van de informele negatieve constructie ~ ja (~) nai ~じゃ(~)ない; blijft onvertaald]; (9) dag; dááág; tot ziens; tot kijk; doei; tsjuus; doeg [als afscheidsgroet; gevolgd door ne ね]
de (1) […~] [duidt de plaats van handeling aan] in; te; op; (2) […~] [duidt een tijd; leeftijd aan] om; in; op; (3) […~] [duidt een collectief onderwerp aan]; (4) […~] [duidt een limiet; maatstaf aan] à; (5) […~] [duidt een gesteldheid aan] in; op z'n; met; al …de; (6) […~] [duidt een middel; methode; grondstof aan] met; per; door; door middel van; via; middels; (7) […~] [duidt een oorzaak; reden aan] door; wegens; vanwege; uit
としてtoshite (1) [drukt een hoedanigheid; positie uit] als; in z'n hoedanigheid van; (2) [drukt overgang naar een nieuw topic uit]; (3) […~…ない] [drukt een totaliteit zonder enige uitzondering uit]; (4) [duidt een gesteldheid aan] in; op z'n; met; al …de
と共にtotomoni met; samen met; en; in gezelschap van; vergezeld van; tegelijk met; tegelijkertijd met
to (1) […~] [duidt een partner of voorwerp van betrokkenheid aan] met; samen met; (2) […~] [aanhalingspartikel]; (3) […~] [duidt een vergelijkingsbasis aan]; (4) […~] [duidt een resultaat aan]; (5) […~] [brengt een bijwoordelijke verbinding tot stand]; (6) […~…ない] [duidt een bovengrens aan]; (7) [arch.] […~…~] [nadrukpartikel]
にてnite (1) […~] [duidt een plaats aan] in; te; op; (2) […~] [duidt een tijd; leeftijd aan] om; in; (3) […~] [duidt een middel; methode; grondstof aan] met; per; door; door middel van; via; middels; (4) […~] [duidt een oorzaak; reden aan] door; wegens; vanwege; uit; (5) […~] [duidt een hoedanigheid; omstandigheid aan] als
に付いてnitsuite (1) langs; parallel met; (2) samen met; met; ~ vergezellend
に対しnitaishi tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; bij; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対してnitaishite tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対するnitaisuru tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に就いてnitsuite (1) omtrent ~; over ~; betreffende ~; met betrekking tot ~; in verband met ~; aangaande ~; wat betreft ~; ten aanzien van ~; op het punt van ~; (2) langs ~; aan de zijde van ~; naast ~; (3) met ~; in gezelschap van ~; onder [begeleiding van ~]; (4) voor ~; à ~; per ~
に関するnikansuru betrekking hebbend op; verband houdend met; in verband staand met; in relatie staand tot; met; gerelateerd aan; met betrekking tot; betreffende; over; aangaande; inzake; [form.] rakende; betrekkelijk tot; wat betreft; [veroud.] nopens
の暁にはnoakatsukiniha bij; met; in het geval dat; in geval van; indien; ingeval
の暁はnoakatsukiha bij; met; in het geval dat; in geval van; indien; ingeval
びくびくするbikubikusuru in angst zitten; zenuwachtig zijn; nerveus zijn; bang zijn; ’m knijpen; ’m rijden; schrikachtig zijn; ongerust zijn; paniekerig zijn; in de; z'n piepzak zitten; haas vreten; [scherts.] zemelachtig zijn; [gew.] met; in de poepers zitten
ミンチminchi [cul.] gehakt vlees; hakvlees; gehakt; met; [gew.] gekapt; [gew.] kipkap
一緒isshyo (1) begeleidend; vergezellend; samengaand; escorterend; (2) zich tegelijkertijd voordoend; gelijktijdig; simultaan; (3) dezelfde; hetzelfde; identiek; (4) samen met; tezamen met; met; (5) tegelijkertijd; gelijktijdig; op hetzelfde ogenblik; (6) op dezelfde wijze; (7) in een keer; in zijn geheel; ineens; in een betaling
一緒にisshyoni (1) samen met; tezamen met; met; [veroud.] tegader; [veroud.] tegaar; (2) tegelijk; tegelijkertijd; gelijktijdig; op hetzelfde ogenblik; moment; (3) in één keer; in z'n geheel; ineens; in één betaling
一見してikkenshite met; in één oogopslag; op het eerste gezicht; vluchtig bekeken
一頭立てittoutate [~の] met; voor één paard
moto (1) onder; (2) bij; (3) […のもとに] met; door
共に ; 倶にtomoni (1) samen (met); met; in gezelschap van; vergezeld van; gezamenlijk; te zamen; gemeenschappelijk; [na telw.] alle ~; zowel ~ als ~; (2) gelijk; op dezelfde manier; gelijkelijk; [veroud.] mede; (3) tegelijk; tegelijkertijd met; (samen) met
同時にdoujini tegelijk (met); terzelfder tijd; tegelijkertijd; op hetzelfde moment; gelijktijdig; gelijk; gelijkelijk; simultaan; synchroon; synchronistisch; met; [veroud.] tegader
四輪yonrin met; op vier wielen; vierwielig
因むchinamu (1) verband houden met; betrekking hebben op; in relatie staan tot; met; gerelateerd zijn aan; te maken hebben met; (2) binden; gebonden zijn aan; een band smeden; (3) omgaan met; intiem zijn met
tai (1) tegen; versus; vs.; contra; anti-; tegenover; jegens; ten opzichte van; vis-à-vis; [wedstrijd enz.] tussen [x] en [y]; [uitvoer enz.] naar; [onderhandelingen enz.] met; (2) [een verhouding van x] tegen [y]; bij; (3) voet van gelijkheid; gelijke voet; (4) tegengestelde; tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; convers
弄り回す ; 弄り廻すijikurimawasu morrelen aan; spelen met; knoeien aan; met; friemelen aan; rommelen aan; met; prutsen aan
感けるkamakeru (1) in beslag genomen zijn door; opgeslorpt zijn; de handen vol hebben aan; met; opgaan in; zich volkomen toeleggen op; (2) ontroerd zijn; geëmotioneerd zijn; (3) morren; jammeren
挽肉hikiniku gehakt (vlees); hakvlees; met; [gew.] gekapt
掛けるkakeru (1) ophangen; hangen; behangen; [鉤に〜] vasthaken; [十字架に〜] slaan; [審議に〜] aanhangig maken; (2) zetten tegen; plaatsen tegen; (3) bedekken; afdekken; spreiden over; overspreiden; overdekken; leggen op; [火に〜] op het vuur zetten; (4) [ケーブルを〜] leggen; [橋を〜] aanleggen; slaan; bouwen; installeren; (5) gaan zitten; plaatsnemen; zich neerzetten; (6) besprenkelen; gieten over; uitgieten over; begieten; bestrooien; [火を〜] in brand steken; [サラダにドレッシングを〜] aanmaken; (7) [眼鏡を] opzetten; [ショールを〜] omdoen; bekleden met; aankleden; (8) [ボタンを〜] dichtdoen; vastmaken; [錠を〜] sluiten; grendelen; vergrendelen; (9) [電話を〜] telefoneren; bellen; opbellen; een telefoontje plegen; [電報を〜] telegraferen; (10) wegen; het gewicht vaststellen; (11) vermenigvuldigen; (12) [望みを〜] een wens doen; z'n hoop vestigen op; [問いを〜] richten; [思いを〜] verliefd worden op; [人に…の疑いを〜] aankijken op; (13) [税を〜] opleggen; heffen; [面倒を] berokkenen; veroorzaken; bezorgen; aandoen; [心配を〜] met bezorgdheid vervullen; bezorgdheid teweegbrengen; zorgwekkend zijn; zorgen baren; verontrusten; troebleren; (14) [機械を〜] aanzetten; [目覚し時計を〜] zetten; [ミシンを〜] met; op de machine naaien; [アイロンを〜] strijken; [レコード; CDを〜] opzetten; afdraaien; [時計のねじを〜] opwinden; (15) [暇; 金を〜] besteden aan; (16) [賞金を〜] uitloven; (17) [診療に〜] onder medische behandeling plaatsen; onderwerpen aan; laten opnemen; [裁判に] voor het gerecht brengen; voor de rechter brengen; voorbrengen; laten voorkomen; consulteren; (18) [雌牛を雄牛に〜] stieren; naar; onder de stier brengen; laten paren; laten bollen; (19) [心に〜] denken aan; in acht nemen; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden
gata (1) ongeveer; met ~; (2) aan de kant van; (3) naar [de avond enz.] toe
明るいakarui (1) licht; helder; klaar; (2) opgewekt; vrolijk; zonnig; (3) fair; eerlijk; clean; schoon; rooskleurig; (4) op de hoogte van; met; bekend met; goed kennen; goed thuis in; bedreven in; ervaren in; geverseerd in; onderlegd in; vertrouwd met
油絵を書くaburaewokaku met; in olieverf schilderen
着手するchakushyusuru ter hand nemen; een begin; aanvang maken (met); aan de slag; gang gaan met; beginnen aan; met; tijgen aan; starten (met); gaan doen aan; entameren; van start gaan met; van wal steken met; aanvatten; aanvangen; aanpakken; aanvaarden; aansnijden
簡単にkantanni eenvoudig; kort en goed; bondig; simpel; gemakkelijk; met; in een paar woorden; gecomprimeerd
精一杯seiippai met; uit alle macht; tot het uiterste; met uiterste krachtsinspanning; naar z'n beste vermogen; zo hard mogelijk
細工するsaikusuru (1) bewerken; werken in; met; (2) trucs gebruiken; trukeren; manipuleren; [i.h.b.] knoeien met; vervalsen; fraude plegen met
腕に縒をかけるudeniyoriwokakeru z'n uiterste best doen; zich tot het uiterste inspannen; zich afsloven; met; uit alle macht iets proberen; naar z'n beste vermogen iets doen; zich beijveren
込み合うkomiau vol; overvol raken van; met; druk worden; vollopen met
遠回しにtoomawashini indirect; op indirecte manier; niet-rechtstreeks; zijdelings; via via; met; langs een omweg; kronkelig; met veel omhaal van woorden; perifrastisch
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.78 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 41 treffers (zoekopdracht: 'met', strategie: exact). 
2005-2020