日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘mijnheer’
日蘭辭典 (trefwoord)
sama
(様) zn. (1) [有樣] toestand m. (2) [體裁] uiterlijk o.; vorm m. (3) [敬稱] (男) heer m.; mijnheer m.; mevrouw (夫人) v.; jongeheer (十六歳以下の男) m.; (お孃さん) juffrouw v.; mejuffrouw v.; jongejuffrouw (十六歳以下の) v.
haikei拝啓
zn. mijnheer m.; weledele heer m.; mevrouw (夫人) v.; mejuffrouw (未婚婦人) v.
kun
(くん) zn. de heer m.; mijnheer m. ¶ 山田が來た mijnheer Yamada is er.
danna旦那
zn. (1) [主人] heer m.; meester m. (2) [良人] echtgenoot m.; man m. (3) [敬稱] mijnheer m.; meneer m. ¶ 旦那顏をする den baas spelen. ¶ 旦那取りする gemainteneerd worden.
sensei先生
zn. meester m.; leeraar m.; mijnheer.
dono殿
zn. mijnheer m.; weledel geboren heer m.
oideおいで
(お出で, 御出で) zn. komst v.; verblijf o.; bezoek o.; aanwezigheid v. ¶ ようこそお出で下しました ik ben blij u hier te zien; hartelijk welkom. ¶ 一寸ここへおいで kom even hier. ¶ 先生はお居でですか is mijnheer thuis?
shi
zn. (1) [] de heer m.; mijnheer m. (2) [] mevrouw v.; mejuffrouw v.; vnw. hij (); zij (). ¶ 某氏 zeker iemand; een persoon.
SUPPLEMENT (trefwoord)
sanさん
[samentrekking van sama ] (1) drukt respect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan de naam of het beroep van een persoon. ¶ 田中さん Tanaka-san Meneer Tanaka. 課長さん Kachō-san. Afdelingshoofd; Chef. (2) drukt affectie uit wanneer toegevoegd aan namen van dieren en dergelijke. ¶ お家の中には、猫さんにとってどんな危険があるのかを、リストアップしてみました。 o-uchi no naka ni wa, neko-san ni totte donna kiken ga aru no ka wo, risuto-appu-shite mimashita. Ik heb een lijst gemaakt van welke gevaren er zijn voor ‘meneer de kat’ in z’n huis. NB uitgesproken als chan (ちゃん) is het een woord dat expliciet affectie of familiariteit uitdrukt bij zowel mensen als dieren ¶ 春子ちゃん。 Haruko-chan. Haruko. ¶ お姉ちゃん onee-chan [oudere] zus; zusje. ¶ おじいちゃんに買ってもらったんだー! Ojii-chan ni katte morattan daa! Opa heeft het voor mij gekocht! (3) drukt repect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan een (zelfstandige vorm van) een woord dat met de ander in verband kan worden gebracht. ¶ お世話さん Osewa-san. Uw hulp; Uw zorg. ¶ ご苦労さまです。Gokurō-sama desu. Dank u wel voor uw inspanningen.
kun君、くん
(zn., achtervoegsel) Net als bij さん -san wordt 君 -kun gebruikt na iemands voornaam, achternaam of volledige naam. Het gebruik is evenwel beperkter, traditioneel wordt 君 -kun gebruikt door een man, voor een andere man (waarbij die andere man lager in status is, of wellicht een goede vriend). In de praktijk kan men daardoor vooral jongeren (altijd van het manlijk geslacht) aangesproken horen worden met 君 -kun. Tegenwoordig komt het ook voor dat vrouwen het woord gebruiken voor mannen, bijvoorbeeld verwijzend naar studenten in een informele context.

De vertaling van dit beleefde achtervoegsel hangt van de context af. Vaak hoeft het niet vertaald te worden, in andere gevallen volstaat iets als ‘meneer’. In tegenstelling tot さん -san kan 君 -kun niet worden gebruikt na beroepen. (Miura:22-123) ¶ ハルくんは昔からこうなの、心根は凄く優しいのよ。 Haru-kun wa mukashi kara kō na no, kokorone wa sugoku yasashii no yo. Haru is altijd al zo geweest, hij gewoon reuze aardig. (TTC)

NB Het karakter waarmee 君 -kun geschreven wordt is hetzelfde als dat waarmee 君 kimi (‘jij; je’) geschreven wordt, maar aangezien 君 -kun gewoonlijk na namen komt schept dat geen verwarring. Niettemin wordt het woord vaak gespeld in hiragana, als くん, wat dus aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mijnheer>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
kun jongeheer; mijnheer; meneer [als suffix, dat enkel gebruikt wordt bij ondergeschikte personen of bij personen van gelijke rang]
吾が君 wagakimi (1) mijn meester; mijn heer; (2) [als aanspreektitel] mijnheer; mijn waarde; milord; m'n beste
主人 shujin (1) heer (des huizes); huisheer; pater familias; gezinshoofd; (2) baas; meester; mijnheer; meneer; [m.b.t. zaak] patroon; chef; principaal; [i.h.b.] waard; [i.h.b.] hospes; (3) echtgenoot; man; (4) gastheer
shi x heren; ; (1) [afk.] dhr.; de heer; [afk.] M.; mijnheer; [mv., afk.] HH.; [mv.] de heren; (2) familie; geslacht; [i.h.b.] clan; ; hij; hem; [attr.] zijn
ミスター misutaa de heer; dhr.; mijnheer
先生 sensei (1) leraar; leermeester; meester; instructeur; sensei; (2) mijnheer; mevrouw; meneer; [i.h.b.] meester; [i.h.b.] dokter; [i.h.b.] doctor; [i.h.b.] professor; [studentent.] ome; (3) [scherts.] heerschap
殿 tono (1) edele heer; (2) [directe aanspreking] edelachtbare; heer; mijnheer; milord; (3) [indirecte aanspreking] mijnheer; zijne hoogheid
旦那様 dannasama mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那さん dannasan mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那 danna (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) iems. echtgenoot; iems. man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) [als aanspreektitel] mijnheer; meneer
sama (1) -elings; -waarts [drukt een richting, oriëntatie uit]; (2) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [eerbetonend suffix; voorafgegaan door een naam; titel; status e.d.]; (3) [vaak i.c.m. het prefix o お of go ご een kwalificatie inklemmend]; (4) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de handeling die iem. net op het punt staat te doen]; (5) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de wijze of manier waarop een handeling zich voltrekt]; ; voorkomen; aanblik; uitzicht; aanzien; schijn; gezicht; air; toestand; staat; gesteldheid; situatie; omstandigheden
さん san (1) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [beleefdheidssuffix voorafgegaan door persoons- of beroepsnaam]; (2) [beleefdheidssuffix na bep. woorden van dank of verontschuldiging]
宿 yado (1) herberg; hotel; logement; hostel; (2) onderkomen; onderdak; verblijf; verblijfplaats; logies; herberging; huisvesting; inwoning; (3) huisdeur; buitendeur; voordeur; portaal; ingang van een huis; deuropening; deurgat; (4) omgeving van de voordeur; [op de] drempel; [op de] stoep; voortuin; (5) huis; woning; domicilie; woonplaats; woonst; behuizing; (6) thuis; eigen huis; eigen haard; home; (7) heer des huizes; huisheer; mijnheer; mijn man [woord waarmee de vrouw des huizes aan haar man refereert]; (8) ouderlijk huis van een dienstbode; ouders van een huisbediende; patroon van een dienstbode; (9) verzamelpunt; trefpunt; ontmoetingspunt; verzamelplaats; ontmoetingsplaats; hol [van ontucht, gok-]; rendez-voushuis; (10) 10. huis van bewaring te Edo; geishahuis
小父さん ojisan [als aanspreekvorm (yobikake 呼びかけ)] meneer; mijnheer; u; ; [kindert.] man; vent; kerel
kata (1) -wijze; manier van ~; (2) per adres; p; a; ; (1) richting; directie; (2) mijnheer; mevrouw
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'mijnheer', strategie: exact). 
2005-2020