日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘min’
日蘭辭典 (trefwoord)
asamashii淺ましい
(浅ましい) bn. (1) [恥づべき] schandelijk. (2) [淺はかな] onnoozel; oppervlakkig; simpel. (3) [慘な] ellendig; miserabel; min.
iyashii卑しい
bn. laag; gering; verachtelijk; vulgair. ¶ 卑しいからぬ fatsoenlijk.
kitanai汚い
bn. (1) [不潔] vuil; vies; smerig. (2) [吝嗇] min; gierig. (3) [卑猥な] vuil; schuin; onfatsoenlijk. (4) [卑怯] laf. ¶ 汚い smerige straat. ¶ 汚い vuile praatjes. ¶ 汚くする bevuilen; vuil maken.
hisen卑賤
(卑賎) zn. lage positie v. ¶ 卑賤の laag; gering; min. ¶ 卑賤の輩 het geringe volk. ¶ 卑賤より起る zich omhoog werken uit een geringe omgeving.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <min>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
さもしいsamoshii (1) schamel; sjofel; pover; haveloos; armzalig; (2) gemeen; laag; min; minderwaardig; (3) vulgair; plat; grof; schunnig
マイナスmainasu (1) [wisk.] min; minus; [i.h.b.] minteken; aftrekking; [i.h.b.] subtractie; (2) negatief; [meteorologie] onder nul; onder het vriespunt; (3) nadeel; minpunt; min; (4) deficit; tekort; manco; verlies; passief (saldo); rode cijfers; (5) minuspool; minpool; kathode; elektronegatief ~
マイナス記号mainasukigou minteken; minusteken; min; minus
下衆 ; 下種 ; 下主 ; 下司gesu (1) gemene; minne kerel; boer; kinkel; boerenkinkel; lomperd; lomperik; lummel; pummel; vlegel; [min.] proleet; [volkst.] hufter; [inform.] vlerk; [scheldw.] heikneuter; [veroud.] kleinhans; [gew.] kalf; [gew.] kneukel; (2) [verzameln.] lieden van laag allooi; lagere volksklassen; slecht volk; klootjesvolk; tuig; gemeen; plebs; gepeupel; gespuis; grauw; schorem; canaille; gajes; gebroed; janhagel; racaille; rapaille; tinnef; [Belg.N.] crapuul; [inform.] falderappes; (3) gemeen; laag; ordinair; min; plat; vulgair; grof; onbehouwen; boers; lomp; plebejisch
下衆な ; 下種な ; 下主な ; 下司なgesuna gemeen; laag; ordinair; min; plat; vulgair; grof; onbehouwen; boers; lomp; plebejisch
不良furyou (1) het slechte; het kwade; slechtheid; gebrekkigheid; onvolkomenheid; improbiteit; ondeugd; snoodheid; verderfenis; (2) het minderwaardige; het inferieure; minderwaardigheid; minderheid; inferioriteit; (3) criminaliteit; misdadigheid; delinquentie; (4) zware jongen; gewelddadige kerel; vandaal; hooligan; rabauw; misdadiger; agressieveling; bandiet; gangster; crimineel; delinquent; (5) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (6) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
不良のfuryouno (1) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (2) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
乳母uba min; voedster; voedstermoeder; zoogster; zoogvrouw; [veroud.] minnenmoeder; [gew.] am; amme
乳母menoto min; minne; voedster; voedstermoeder; zoogster; zoogvrouw; [veroud.] minnenmoeder; [gew.] am; amme
卑しいiyashii (1) begerig; hebzuchtig; hebberig; inhalig; gulzig; gretig; schrokkig; schrokkerig; vrekkig; gierig; schraperig; schraapzuchtig; schriel; (2) ordinair; vulgair; plat; gemeen; grof; laag; min; (3) sjofel; armoedig; verlopen; haveloos; slonzig; goedkoop; (4) laaggeboren; van eenvoudige afkomst; onaanzienlijk van rang of stand; schamel
卑しむべきiyashimubeki verachtelijk; laag; gemeen; min; ellendig; miserabel; abject; fieltig
卑劣hiretsu gemeen; laag; verachtelijk; min; vuil; smerig; abject; minderwaardig; onedel; ignobel; laaghartig; veil
卑怯hikyou (1) lafheid; lafhartigheid; (2) gemeenheid; flauwheid; laag-bij-de-grondsheid; laagheid; minheid; valsheid; gluiperigheid; (3) laf; lafhartig; blo; blode; [pej.; inform.] schijterig; [veroud.] blohartig; (4) gemeen; klein; flauw; laag-bij-de-gronds; unfair; laag; min; vals; onsportief; vuil; gluiperig
少ない ; 尠いsukunai weinig; gering; luttel; min; karig; [fig.] beperkt; [fig.] klein; [oneig.] schaars; [oneig.] zeldzaam
悪辣akuratsu gemeen; smerig; lelijk; geniepig; min; laag; ploertig; ploerterig
愛情aijou liefde; genegenheid; toegenegenheid; affectie; [veroud.; lit.t.] min; [veroud.; lit.t.] minne
愛縁 ; 相縁 ; 合縁aien (1) [boeddh.] liefdesrelatie; liefdesbetrekking; minne; min; (2) hechte relatie als tussen ouder; kind; man; vrouw of leraar; discipel
ai liefde; [veroud.; lit.t.] min; [veroud.; lit.t.] minne; genegenheid; affectie; [Lat.] amor
min [bijb.] Numeri; [Hebr.] Bemidbar; [afk.] N.; [afk.] Nm.; [afk.] Num.
浅ましいasamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
minna (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
詰まらないtsumaranai (1) saai; vervelend; oninteressant; stom; eentonig; monotoon; taai; geesteloos; zouteloos; slaapverwekkend; glansloos; kleurloos; vaal; (2) onbelangrijk; onbetekenend; onbeduidend; min; nietig; banaal; te verwaarlozen; nietszeggend; flauw; triviaal; nietswaardig; waardeloos; (3) teleurstellend; onbevredigend; tegenvallend; ontgoochelend; dat zet geen zoden aan de dijk; het heeft geen zin; (4) dwaas; onnozel; onzinnig; [inform.] lullig; stom; mal
阿母abo (1) mama; maatje; moesje; (2) min; zoogster; voedster; voedstermoeder; zoogvrouw; [veroud.] minnenmoeder; [gew.] am; amme
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.53 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'min', strategie: exact). 
2005-2022