日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘mislukking’
日蘭辭典 (trefwoord)
atehazure當外れ
(当て外れ) zn. mislukking v.; teleurstelling v.
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
fukekka不結果

zn. mislukking v.; fiasco o. ¶ 不結果の mislukt; niet geslaagd.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mislukking>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
落第 rakudai (1) het sjezen; het zakken; het afleggen; (2) het zittenblijven; doublure; (3) het ongeschikt zijn; het ongekwalificeerd zijn; het incapabel zijn; het incompetent zijn; het onbekwaam zijn; mislukking
躓き tsumazuki (1) struikeling; misstap; verkeerde stap; (2) misstap; dwaling; fout; mislukking; fiasco
黒星 kuroboshi (1) zwarte stip; zwarte ronde plek; [m.b.t. typografie] zwarte ster (★); zwarte bol (●); (2) roos (van een schietschijf); (3) doel; doelwit; mikpunt; (4) pupil; (5) [sumō-jargon] verloren kamp; nederlaag [op een uitslagenbord; uitslagenblad doorgaans met het symbool ● weergegeven]; (6) [fig.] mislukking; blunder; het falen; (7) maîtresse; mekake die na verlating van haar minnaar terug bij haar ouders intrekt; (8) [Kioto-Osaka-regiolect] ex-prostituee; ex-courtisane
腐り kusari (1) verrotting; rotting; bederf; verval; ontbinding; verwording; (2) rot; (3) lusteloosheid; matheid; (4) mislukking; debacle; echec; fiasco
決裂 ketsuretsu breuk; mislukking
失敗 shippai mislukking; misser; misslag; misgreep; vergissing; flop; afgang; sof; echec; fiasco; debâcle; bévue; blunder; flater; miskleun; stommiteit; [inform.] uitglijer; [Barg.] raggeling; [Barg.] zeperd
しくじり shikujiri (1) mislukking; afgang; flop; (2) blunder; miskleun; flater
流産 ryuuzan (1) miskraam; misgeboorte; misdracht; ontijdige bevalling; [geneesk.] abortus; fausse couche; [inform.] misje; [Belg.N., niet alg.] misval; [gew.] poedel; (2) mislukking; het falen; het niet-slagen
破局 hakyoku fiasco; mislukking; echec; ramp; catastrofe; calamiteit; cataclysme
叩き hataki (1) het slaan; het kloppen; het meppen; [i.h.b.] het stoffen; (2) stoffer; [i.h.b.] plumeau; (3) slechte kritiek; slechte reputatie; slechte naam; (4) mislukking; flop; (5) verlies; strop; (6) [sumō-jargon] het neersmijten van de tegenstander
不合格 fugoukaku (1) het falen; het zakken; het niet halen; mislukking; afwijzing; (2) diskwalificatie
不調 fuchou (1) mislukking; fiasco; misser; echec; debacle; [fig.] schipbreuk; (2) slechte conditie; slechte staat; slecht gedisponeerd; niet comme il faut; niet op dreef; niet fit; niet lekker; anders dan anders; niet zoals gewoonlijk
不成功 fuseikou wansucces; mislukking
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'mislukking', strategie: exact). 
2005-2019