日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘moeilijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarinikui遣難い
(遣り難い; 遣りにくい) bn. moeilijk; lastig.
mendō面倒
zn. last o.; moeilijkheid v.; ergenis v.; verwikkeling v. ¶ 御面倒ながら het spijt mij u lastig te vallen, maar ...... ¶ 面倒を見る zich moeite getroosten. ¶ 面倒をかける last bezorgen. ¶ 面倒moeilijk; lastig; ingewikkeld. ¶ 面倒くさい ergerlijk; hinderlijk; vervelend.
hanzatsu繁雜
(煩雑) zn. ingewikkeldheid v. ¶ 繁雜な ingewikkeld.
nanba難場
zn. moeilijkheid v.; moeilijk parket o.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ganbatte頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ なら成功できるよ、がんばって。は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
fukuzatsu複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
desuです
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 日本人ですIk ben een Japanner.以前タバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえそうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)

NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <moeilijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
辛い tsurai (1) hard; wreed; bar; (2) moeilijk; zwaar; hard; lastig; [m.b.t. tijden] benard; pittig; [m.b.t. ervaring] bitter; pijnlijk
難しい; 六借しい; 六箇敷; 六ヶ敷 muzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
煩い urusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
苦しい kurushii (1) pijnlijk; bedroevend; (2) moeilijk; hard; zwaar; (3) onhandig; lastig; gênant; pijnlijk; netelig; hachelijk; (4) ellendig; ebarmelijk; armzalig; gebrekkig; rampzalig; (5) (van een lach) geforceerd; gemaakt; niet van harte gaand; (6) (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) vergezocht; (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) er van verre bij gehaald; onlogisch; irrationeel
煩わしい wazurawashii (1) lastig; moeilijk; vervelend; problematisch; moeitevol; (2) ingewikkeld; complex; gecompliceerd; intricaat; [fig.] tortueus
悩ましげ nayamashige (1) moeilijk; zwaar; hard; lastig; moeizaam; moeitevol; smartelijk; penibel; hachelijk; heikel; netelig; pijnlijk; zorgelijk; (2) sensueel; prikkelend; verleidelijk; verlokkelijk; opwindend; bekoorlijk; aantrekkelijk; seduisant; begeerlijk; (3) sukkelend; sukkelig; kwakkelend; kwakkelig; noodlijdend; kwijnend; verkommerd; gebrekkig; ziekelijk; ziekig
難関 nankan (1) moeilijke doorgangspost; barrière; horde; hindernis; obstakel; moeilijkheid; (2) lastige situatie; moeilijk; lastig parket; knel; penarie; impasse
健かな shitatakana geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig
健か shitataka geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig; ; zwaar; hard; stevig; flink; terdege; duchtig
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; ; (1) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (2) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (3) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N., spreekt.] ambetant; (4) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
大変 taihen (1) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; ; o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!; ; crisis; zaak van betekenis; beproeving
大儀 taigi (1) inspannend; zwaar; moeilijk; lastig; bewerkelijk; vervelend; vermoeiend; afmattend; (2) moe; vermoeid; afgemat; lusteloos; mat; (3) bedankt voor de moeite; goed gewerkt; (4) zeer duur; ; (1) grootschalige hofceremonie; (2) grootse plechtigheid; ceremonie; (3) zaak van gewicht; iets belangrijks; bijzonder voorval
喧しい yakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
厄介な yakkaina lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厄介 yakkai lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend; ; (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]
面倒臭い mendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒臭い mendokusai; mendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒 mendou lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch; ; (1) moeite; last; [form.] onus; [veroud.] pijne; ongemak; vervelend gedoe; [inform.] gekloot; (2) moeilijkheden; problemen; complicaties; (3) verzorging; zorg; zorgzaamheid; oppassing
面倒な mendouna lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒臭い mendokusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
迷惑 meiwaku lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant; ; last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar
不肖 fushou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; ; ik; ondergetekende
重い omoi (1) zwaar; veel wegend; niet licht; (2) gewichtig; belangrijk; ernstig; serieus; (3) [罰が] streng; zwaar; (4) zwaarmoedig; bezwaard; gedrukt; bedrukt; neerslachtig; gedeprimeerd; (5) kritiek; hachelijk; precair; [病気が] gevaarlijk; moeilijk; [お産が] lastig; (6) [口が] zwijgzaam; niet spraakzaam; stil; niet mededeelzaam
微妙 bimyou (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld; ; subtiliteit; fijnheid; delicaatheid
微妙な bimyouna (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
足腰が立たない ashikoshigatatanai niet bij machte zijn te gaan staan; te lopen; kreupel; mank; invalide zijn; moeilijk; slecht ter been zijn; [gew.] kwakkelig zijn
アージュアス aajuasu moeilijk; zwaar; ingespannen; ijverig
扱いにくい atsukainikui moeilijk om mee om te gaan; moeilijk hanteerbaar; moeilijk; lastig te hanteren; moeilijk om mee overweg te kunnen; [uitdr.] moeilijk garen te spinnen met; [m.b.t. persoon] lastig; [m.b.t. persoon] moeilijk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'moeilijk', strategie: exact). 
2005-2019