日蘭辭典+

7 resultaten voor ‘mogen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ii善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
suki
(好き) zn. behagen o.; smaak m.; liefhebber (人) m. ¶ 好き iemand, die veel van katten houdt. ¶ 好きな geneigd tot; houden; geliefd; -zuchtig. ¶ 戰爭好きな oorlogzuchtig. ¶ 好きな人 geliefde; iemand van wien men veel houdt. ¶ 好きな樣に zoals men wil; naar verkiezen. ¶ 好き不好きは人の勝手 over smaak valt niet te twisten. ¶ 好きになる zich aangetrokken voelen tot; gaan houden van. ¶ 讀書が好き veel van lezen houden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mogen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
好き suki (1) houden van; graag hebben; doen; (graag) lusten; leuk vinden; (graag) mogen; bevallen; aanspreken; gesteld zijn op; een …-liefhebber zijn; (2) favoriet; lievelings-; geliefkoosd; geliefd; (3) nieuwsgierig; excentriek; [i.h.b.] wellustig; (4) zoals men het wil; zo … men maar wil
を妨げず wosamatagezu mogen; toestemming hebben om te; toegelaten zijn
を妨げない wosamatagenai mogen; toestemming hebben om te; toegelaten zijn
懐く natsuku aardig vinden; mogen; zich gaan hechten aan; gesteld raken op
賜う tamau [humiliatieve variant van もらう] ontvangen; krijgen; [i.h.b.] te eten; drinken krijgen; nuttigen; ; (1) […~] [benadrukt de welwillendheid van het onderwerp (de schenker)]; (2) […~] [betoont eer aan het onderwerp]; (3) […(さ)せ~] [drukt buitengewoon respect uit]; (4) […~] [formuleert aan standgenoten of ondergeschikten een discreet bevel]; (5) 10. [聞き; 見~] [drukt het ontvangen van een gunst of toelating uit] mogen; (6) 11. [思い; 聞き; 見~] [drukt nederigheid uit t.o.v. de toegesprokene]; ; (1) [honoratieve variant van ataeru en kureru] zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen; toestaan; toekennen; uitreiken; vereren met; (2) [honoratieve variant van yokosu] sturen; zenden; (3) [zelfverheerlijkende variant van ataeru] ± zo goed zijn te geven; (4) […たまえ] [drukt een bevel; uitnodiging uit]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'mogen', strategie: exact). 
2005-2020