日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘mooi’
日蘭辭典 (trefwoord)
utsukushii美しい
bn. mooi; fraai; prachtig; lief; bekoorlijk
birei美麗
schoonheid v.; ¶ 美麗な mooi; prachtig.
airashii愛らしい
bn. lief; aardig; mooi.
ii善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
haeru榮える
(栄える) i.w. schitteren; er mooi uitzien. ¶ 大きながあってがはえる de hooge den verhoogt de schoonheid van den tuin. ¶ 餘り榮えないだ het is geen erg prettige opdracht.
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kiiro黄色
zn. geel ¶_市販のバナナはきれいな黄色をしているが、それはもともと 緑だったバナナに化学薬品を撒いた上で、果実を熟成させたものである De bananen die verkocht werden waren mooi geel, maar het het ging om [producten] die gerijpt waren door de oorspronkelijk groene bananen te besprenkelen met een chemisch middel. ¶ 何日か経過するとバナナは黄色になり、柔らかくなる。 Nadat er een aantal dagen was verstreken werden de bananen geel en zacht.
SUPPLEMENT (trefwoord)
schoonheid
znw. (de) (1) [hoedanigheid] 美 bi; 美しさ utsukushisa. ¶ この庭の美しさは自然より人工のおかげだ。 Kono niwa no utsukushisa wa shizen yori jinkō no okage da. De schoonheid van deze tuin is meer het resultaat van mensenwerk dan van de natuur. ¶ その湖の美しさは言葉では言い表せないほどであった。Sono mizuumi no utsukushisa wa kotoba de iiarawasenai hodo de atta. Het meer was zo mooi dat het niet in woorden uit te drukken was; De schoonheid van het meer was onbeschrijfelijk. (TTC) (2) [persoon, meest vrouwelijk] 美人 bijin; 美女 bijo. [adonis] 美男 binan. ¶ マドンナは美人だ。 Madonna wa bijin da. Madonna is een schoonheid. ¶ あんなに美人なんだから、彼女も優越感を感じているんだろうな、きっと。 Anna ni bijin nan da kara, kanojo mo yūetsukan wo kanjite irun darō na, kitto. Aangezien ze zo mooi is, zal ze ook wel het gevoel hebben dat ze superieur is, dat moet wel. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mooi>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
照る teru (1) [m.b.t. zon of maan] schijnen; lichten; (2) mooi; fraai; helder weer zijn
素敵な sutekina prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素敵 suteki prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; beeldig; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素晴らしい subarashii prachtig; schitterend; geweldig; fantastisch; formidabel; machtig; heerlijk; verrukkelijk; zalig; grandioos; subliem; prima; uitstekend; meesterlijk; tiptop; voortreffelijk; enig; superbe; uitmuntend; excellent; magnifiek; reuze; super; kostelijk; denderend; [inform.] mieters; swell; fenomenaal; uniek; eersterangs; eersteklas; uitgezocht; uitnemend; bijzonder; [inform.] bie; tof; eindeloos; te gek; [pred.] het einde; [pred.] enorm; briljant; klasse; opperbest; patent; allemachtig goed; beregoed; steengoed; glansrijk; mooi; pico bello; puik(best); [inform.] puntgaaf; piekfijn; [ook studentent.] luisterrijk; [inform.] reusachtig; groots; kapitaal; [w.g.] loeigoed; [jeugdt.] gaaf; [meisjest.] dolletjes; fabuleus; [jeugdt.] ruig; [jeugdt.] wijs; [slang] cool; [volkst.] jofel; [pred.] knal; [w.g.] knots; zo'n [meid, kerel enz.]
美しい utsukushii mooi; fraai; knap; charmant; lief; pittoresk [landschap]; prachtig; [m.b.t. stem] zoet; [m.b.t. inborst] nobel
麗らか uraraka (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
麗らかな urarakana (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
麗しい uruwashii mooi; fraai; bevallig; aantrekkelijk; beeldig; [arch., Belg.N., spreekt.] schoon; lieftallig; elegant; gracieus
良い ii goed; kostbaar; mooi; fraai; gunstig; aangenaam; fijn; lekker; mogelijk; toegelaten; OK; genoeg; voldoende
iki (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
粋に ikini (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
粋な ikina (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
結構 kekkou (1) goed; fijn; mooi; (2) prachtig; magnifiek; schitterend; (3) lekker; heerlijk; ; (1) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (2) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best; ; (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal)
見事; 美事 migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
端正な tanseina (1) [m.b.t. gezicht] mooi; knap; fraai; (2) [身のこなしが] gracieus; elegant; waardig
端正 tansei (1) [m.b.t. gezicht] mooi; knap; fraai; (2) [身のこなしが] gracieus; elegant; waardig
良好な ryoukouna goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
良好 ryoukou goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
清げ kiyoge rein; puur; zuiver; ongerept; gaaf; schoon; mooi; knap; keurig; verzorgd
綺麗な kireina (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
綺麗 kirei (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
rei (1) a. aantrekkelijk; mooi; (2) b. rustig; zacht
良い yoi (1) goed; juist; correct; (2) goed; knap; uitstekend; mooi; welgevallig; (3) geschikt; passend; (4) acceptabel; aanvaardbaar; geoorloofd; (5) makkelijk te ~; eenvoudig
ハンサム hansamu knap; mooi; aantrekkelijk
可愛らしい kawairashii lief; mooi; leuk; aardig; snoezig; beeldig; bevallig; charmant; aantrekkelijk; aanminnig; [w.g.] aanminnelijk
可愛い kawaii lief; lieftallig; mooi; leuk; aardig; snoezig; charmant; aantrekkelijk; aanvallig; beminnelijk; schattig; doddig; snoeperig
美麗 birei mooi; fraai; bekoorlijk; bevallig; [Belg.N., spreekt.] schoon
赤い akai (1) rood; (2) roodbruin; (3) mooi; knap; (4) [pol.] rood
鮮やか azayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
yuu (1) elegant; verfijnd; keurig; (2) bevallig; lieftallig; knap; fraai; mooi; (3) voortreffelijk; uitstekend; superieur; uitmuntend; uitnemend; excellent; ; [onderw.] A; hoogste graad; een tien; ; (1) a. ontspannen; relaxed; (2) b. elegant; verfijnd; knap; mooi; (3) c. zorgzaam; attent; hartelijk; warm; (4) d. beter zijn dan; uitsteken boven; overtreffen; (5) e. acteur; artiest
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'mooi', strategie: exact). 
2005-2019