日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘naam’
日蘭辭典 (trefwoord)
akumyō惡名
(悪名) zn. slechte naam m.; kwade reuk m.
arawasu現す
(現わす・表す・表わす・著す・著わす) t.w. (1) [教示する] toonen; doen blijken; vertoonen. (2) [露す] aan het licht brengen; ontdekken. (3) [著作する] publiceeren. (4) [名を顯す] i.w. beroemd worden; zich naam maken. ¶ 意志を表す zijne bedoeling blootleggen. ¶ そこでしっぽを露はした toen kwam de aap uit de mouw.
akuhyō惡評
(悪評) zn. (惡い評判) slechte naam m.; slechte reputatie v.; kwade reuk m. ¶ 惡評する kwaad spreken van.
meiyo名譽
(名誉) zn. goede naam m.; eer v.; reputatie v. ¶ 名譽心 eerzucht. ¶ 名譽職 erebaantje. ¶ 名譽ある man van eer. ¶ 名譽關する問題 zaak van eer. ¶ 名譽賞牌 eeremedaille. ¶ 名譽快復 eerherstel; rehabilitatie. ¶ 名譽にかけての woord van eer. ¶ 名譽失う zijn reputatie verliezen. ¶ 名譽學位 eeregraad. ¶ 名譽博士 doctor honoris causa; eere-doctor.
uridashi賣出
(売り出し) zn. verkoop m. (藏拂) uitverkoop m.; opruiming v. ¶ 賣出す beginnen te verkoopen; uitgeven (債券を); (を) bekend worden; naam maken.
nanori名乘

(名乗り) zn. naam m. ¶ 名乘る zijn naam zeggen; zichzelf voorstellen; zijn naam opgeven; zeggen, hoe men heet.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kan-suru, kan-su冠する、冠す
(schrijftaal) (tw) (1) iets omschrijven of een naam geven; een naam of label toevoegen [geven; toekennen] aan; bestempelen (als). ¶ 写真はソ連の首都の名を冠したモスクワである。(1941年沈没) Shashin wa so-ren no shuto no na wo kanshita Mosukuwa de aru. (1941-nen chinbotsu) [Het schip in] de foto is de Moskou, genoemd naar de hoofdstad van de Sovjet-Unie (gezonken 1941). (twitter) (2) een kroon plaatsen op; kronen. → 冠 kanmuri
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <naam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ネームneemu (1) naam; (2) naambord; naamplaat; (3) onderschrift; bijschrift; opschrift
付く ; 附くtsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen; litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen; gewoonte; naam; idee enz.] krijgen; [energie; kennis; ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact; connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen; infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper; duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
名前namae (1) naam; [i.h.b.] voornaam; (2) naam; [m.n. van boek] titel; benaming
名士meishi vooraanstaand; belangrijk; beroemd; welbekend; prominent; aanzienlijk; eminent; voornaam man; man van aanzien; gewicht; belang; betekenis; naam; man met een reputatie; belangwekkend figuur; bekendheid; beroemdheid; vermaardheid; notabele; waardigheidsbekleder; coryfee; vedette; kanon; kopstuk; klinkende naam; hoge heer; grote meneer; geweldige
名目myoumoku (1) naam; benaming; titel; (2) noemer; excuus; voorwendsel; (3) bijzondere leeswijze van een kanji; (4) spreekwoord; gezegde
名目meimoku (1) naam; benaming; titel; (2) noemer; excuus; voorwendsel
名称meishyou naam; benaming; [rel.] denominatie; titel
名義meigi (1) naam; (2) goede naam; reputatie; eer; (3) voorwendsel
na (1) naam; benaming; [m.b.t. boeken] titel; [i.h.b.] voornaam; persoonsnaam; (2) (goede) naam; reputatie; faam; roem; roep; bekendheid; vermaardheid; beroemdheid; (3) mom; voorwendsel; dekmantel; pretext
mei (1) beroemd ~; befaamd ~; gerenommeerd ~; uitstekend ~; uitmuntend ~; voortreffelijk ~; meesterlijk ~ [aan substantieven gehecht voorvoegsel dat aangeeft dat het genoemde "uitmuntend"; "befaamd" is]; (2) -naam; (3) ~ mensen; ~ man [kwantor om personen te tellen]
呼称koshyou (1) naam; benaming; betiteling; (2) het benoemen; naamgeving; denominatie
声価seika reputatie; faam; naam
外聞gaibun (1) perceptie; voorkomen; (2) reputatie; naam; faam; prestige; (3) bekendheid bij de buitenwereld
姓名seimei voor- en familienaam; (volledige) naam
御名前onamae (1) naam; voornaam van een hooggeplaatst persoon; (2) uw naam
汚名omei slechte naam; slechte reputatie; slechte; kwade reuk; beruchtheid; slechte faam; schandnaam; brandmerk; schandteken; schandmerk; schandvlek; stigma; kwaad gerucht; smet op een (goede) naam; oneer; schande; odium; blaam
shyou (1) naam; benaming; (2) goede naam; roem; faam; eer; reputatie
表題hyoudai titel; naam; opschrift; hoofd; kop; hoofding; superscriptie; headline
評判hyouban (1) faam; reputatie; naam; roep; (publieke) achting; aanzien; notoriteit; [i.h.b.] populariteit; (2) praatje; gerucht; opspraak; roddel
oto (1) geluid; klank; (2) toon; (3) lawaai; straatlawaai; rumoer; kabaal; ruis; brom; gekletter; herrie; geraas; wanklank; (4) faam; reputatie; roem; naam; vermaardheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'naam', strategie: exact). 
2005-2022