日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘natuurlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
atarimae當前
(當たり前・當り前) bn. (1) [當然の] redelijk; billijk; passend; behoorlijk. (2) [勿論の] vanzelf sprekend. (3) [通常の] gewoon; gebruikelijk; normaal. ¶ 當前の natuurlijk; noodzakelijk.
yakujo躍如
bw. levendig. ¶ 躍如たる levendig; natuurlijk; naar het leven geteekend.
naruhodo成程
(成る程) bw. inderdaad; werkelijk; tw. och kom!; wat je zegt! wel wel!
waza
(技、伎) zn. (1) [所] daad v.; handeling v.; werk o. (2) [職業] beroep o. (3) [技術] kunstgreep m.; kunstje o. ¶ それ容易ではない het is geen gemakkelijke taak. ¶ 人間業とは思へない geen menschenwerk; wonder. ¶ 彼奴のしたに相違ない natuurlijk heeft hij dat gedaan.
tenpu天賦
zn. talent o.; gave v.; ingeboren natuur v. ¶ 天賦の ingeboren; aangeboren; inherent; van nature; natuurlijk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <natuurlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
勿論 mochiron (1) natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; allicht; tuurlijk; vanzelf; welzeker; ongetwijfeld; voorzeker; het hoeft geen betoog dat ~; het spreekt vanzelf dat ~; het is evident dat ~; (2) laat staan ~; om nog te zwijgen van ~
尤も mottomo (1) met recht; terecht; begrijpelijk; billijk; gegrond; natuurlijk; aannemelijk; plausibel; redelijk; niet onterecht; gerechtvaardigd; het is een natuurlijke zaak dat …; geen wonder dat …; het is helemaal niet gek dat …; (2) maar anderzijds; maar ja; hoewel; evenwel; echter; nochtans; toch; desalniettemin; feit is wel dat …; wel is het zo dat …
もとより motoyori (1) van bij het begin; van meet; het begin af aan; van oudsher; aanvankelijk; (2) oorspronkelijk; van oorsprong; in wezen; in origine; eigenlijk; (3) uiteraard; vanzelfsprekend; natuurlijk
天然 tennen natuurlijk; van nature; natuur-; ; natuur
素直 sunao (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht; zachtaardig; goedwillig; [i.h.b.] open; openhartig; eerlijk; naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; rechtuit; eenvoudig
素直な sunaona (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht(aardig); goedwillig; [i.h.b.] open; [i.h.b.] eerlijk; [i.h.b.] openhartig; [i.h.b.] naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; eenvoudig
無論 muron natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; allicht; tuurlijk; vanzelf; welzeker; ongetwijfeld; voorzeker; het hoeft geen betoog dat ~; het spreekt vanzelf dat ~; het is evident dat ~
本当の hontouno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
シンプル shinpuru Simple; ; (1) simpel; eenvoudig; (2) ongekunsteld; natuurlijk
自然的 shizenteki natuurlijk
自然 shizen natuurlijk; wild; ongekunsteld; ongedwongen; ongemaakt; ; vanzelf; spontaan; uit zichzelf; automatisch; ; (1) natuur; (2) het natuurlijke; ongekunsteldheid; natuurlijkheid; naturel; [i.h.b.] wilde staat; (3) spontaniteit; spontaneïteit; spontaanheid
私生児 shiseiji onwettig; buitenechtelijk; natuurlijk; onecht; onechtelijk kind; bastaardkind; voorkind; bastaard; liefdeskind; liefdesbaby
とも tomo [eindpartikel van uitdrukkelijke affirmatie] natuurlijk; zeker; tuurlijk; uiteraard; ; (1) hoe ~ ook; ook al ~; (2) [partikel van beklemtonende aanhaling; overweging]; (3) [partikel van onbeslistheid]
当然の touzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
当然 touzen het is heel begrijpelijk dat; het is een vanzelfsprekendheid dat; het spreekt vanzelf dat; het ligt voor de hand dat; het is nogal wiedes dat; het is nogal logisch dat; [inform.] het is nogal glad dat; het is niet meer dan juist dat; het is niet meer dan gepast dat; je behoort te; ; natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; uit de aard der zaak; allicht; begrijpelijkerwijs; begrijpelijkerwijze; natuurlijkerwijze; billijk; terecht; met recht; verdiend; dat kun je zo denken
確か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭, 気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; ; (1) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (2) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
流石に sasugani (1) zoals te verwachten is; valt; natuurlijk; uiteraard; immers; wat voor de hand ligt; (2) toch; nochtans; niettemin
流石 sasuga (1) zoals te verwachten is; valt; natuurlijk; uiteraard; immers; wat voor de hand ligt [vaak gevolgd door wa は]; (2) (ook) al; zelfs al; hoezeer ~ ook [gevolgd door no ~ (mo) の~(も)]
確実 kakujitsu zeker; veilig; betrouwbaar; ; natuurlijk; ; zekerheid; betrouwbaarheid
当り前 atarimae natuurlijk
当たり前の atarimaeno (1) vanzelfsprekend; natuurlijk; logisch; [~罰] verdiend; (2) gewoon; normaal; alledaags; gebruikelijk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'natuurlijk', strategie: exact). 
2005-2019