日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘natuurlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
atarimae當前
(當たり前・當り前) bn. (1) [當然の] redelijk; billijk; passend; behoorlijk. (2) [勿論の] vanzelf sprekend. (3) [通常の] gewoon; gebruikelijk; normaal. ¶ 當前の natuurlijk; noodzakelijk.
yakujo躍如
bw. levendig. ¶ 躍如たる levendig; natuurlijk; naar het leven geteekend.
naruhodo成程
(成る程) bw. inderdaad; werkelijk; tw. och kom!; wat je zegt! wel wel!
waza
(技、伎) zn. (1) [所] daad v.; handeling v.; werk o. (2) [職業] beroep o. (3) [技術] kunstgreep m.; kunstje o. ¶ それ容易ではない het is geen gemakkelijke taak. ¶ 人間業とは思へない geen menschenwerk; wonder. ¶ 彼奴のしたに相違ない natuurlijk heeft hij dat gedaan.
tenpu天賦
zn. talent o.; gave v.; ingeboren natuur v. ¶ 天賦の ingeboren; aangeboren; inherent; van nature; natuurlijk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <natuurlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ともtomo (1) […~] [drukt i.c.m. een hypothese een toegeving; ongebondenheid uit] al; ook al; hoe … ook; (2) […~] [drukt i.c.m. een feitelijkheid een toegeving; ongebondenheid uit] al; ook al; (3) […~] [drukt een hoeveelheid; maat of limiet uit]; (4) […~] [duidt nadrukkelijke instemming aan] natuurlijk; zeker; tuurlijk; uiteraard
もとよりmotoyori (1) van bij het begin; van meet; het begin af aan; van oudsher; aanvankelijk; (2) oorspronkelijk; van oorsprong; in wezen; in origine; eigenlijk; (3) uiteraard; vanzelfsprekend; natuurlijk
シンプルshinpuru (1) Simple; (2) simpel; eenvoudig; (3) ongekunsteld; natuurlijk
ナチュラルnachuraru (1) [muz.] herstellingsteken; naturel; (2) natuurlijk; naturel; natuur-
勿論mochiron (1) natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; allicht; tuurlijk; vanzelf; welzeker; ongetwijfeld; voorzeker; het hoeft geen betoog dat ~; het spreekt vanzelf dat ~; het is evident dat ~; (2) laat staan ~; om nog te zwijgen van ~
天然tennen (1) natuur; (2) natuurlijk; van nature; natuur-
尤もmottomo (1) met recht; terecht; begrijpelijk; billijk; gegrond; natuurlijk; aannemelijk; plausibel; redelijk; niet onterecht; gerechtvaardigd; het is een natuurlijke zaak dat …; geen wonder dat …; het is helemaal niet gek dat …; (2) maar anderzijds; maar ja; hoewel; evenwel; echter; nochtans; toch; desalniettemin; feit is wel dat …; wel is het zo dat …
当たり前のatarimaeno (1) passend; juist; gepast; fair; billijk; behoorlijk; [~罰] verdiend; (2) gegrond; terecht; gerechtvaardigd; verantwoord; logisch; redelijk; rechtmatig; vanzelfsprekend; (3) normaal; natuurlijk; gewoon; gebruikelijk
当り前 ; 当たり前 ; 当前atarimae natuurlijk
当然touzen (1) het is heel begrijpelijk dat; het is een vanzelfsprekendheid dat; het spreekt vanzelf dat; het ligt voor de hand dat; het is nogal wiedes dat; het is nogal logisch dat; [inform.] het is nogal glad dat; het is niet meer dan juist dat; het is niet meer dan gepast dat; je behoort te; (2) natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; uit de aard der zaak; allicht; begrijpelijkerwijs; begrijpelijkerwijze; natuurlijkerwijze; billijk; terecht; met recht; verdiend; dat kun je zo denken
当然のtouzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
持って生まれたmotteumareta aangeboren; ingeboren; ingeschapen; natuurlijk; congenitaal
本当のhontouno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
本来のhonraino (1) origineel; oorspronkelijk; natuurlijk; rechtmatig; eigenlijk; (2) wezenlijk; essentieel; intrinsiek; inherent
流石 ; 遉 ; 有繋sasuga (1) zoals te verwachten is; valt; natuurlijk; uiteraard; immers; wat voor de hand ligt [vaak gevolgd door wa は]; (2) (ook) al; zelfs al; hoezeer ~ ook [gevolgd door no ~ (mo) の~]
流石に ; 遉に ; 有繋にsasugani (1) zoals te verwachten is; valt; natuurlijk; uiteraard; immers; wat voor de hand ligt; (2) toch; nochtans; niettemin
無論muron natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; allicht; tuurlijk; vanzelf; welzeker; ongetwijfeld; voorzeker; het hoeft geen betoog dat ~; het spreekt vanzelf dat ~; het is evident dat ~
生まれながらumarenagara (1) [~に] van nature; van aard; natuurlijkerwijze; natuurlijkerwijs; (2) [~の] aangeboren; ingeboren; ingeschapen; natuurlijk; ingebakken; inherent; intrinsiek; congenitaal
生まれ付きumaretsuki (1) aangeboren eigenschap; hoedanigheid; neiging; begaafdheid; gave; karakter enz.; aanleg; [veroud.] ingeborenheid; (2) [~の] aangeboren; natuurlijk; ingeboren; ingeschapen; inherent; intrinsiek; (3) van nature; van geboorte; van de geboorte af
ubu (1) naturel; natuurlijk; (2) geboorte-
確か ; 慥かtashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭; 気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確実kakujitsu (1) zekerheid; betrouwbaarheid; (2) zeker; veilig; betrouwbaar; (3) natuurlijk
私生児shiseiji onwettig; buitenechtelijk; natuurlijk; onecht; onechtelijk kind; bastaardkind; voorkind; bastaard; liefdeskind; liefdesbaby
素直sunao (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht; zachtaardig; goedwillig; [i.h.b.] open; openhartig; eerlijk; naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; rechtuit; eenvoudig
素直なsunaona (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht(aardig); goedwillig; [i.h.b.] open; [i.h.b.] eerlijk; [i.h.b.] openhartig; [i.h.b.] naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; eenvoudig
自らonozukara (1) vanzelf; automatisch; uit zichzelf; uit eigen beweging; proprio motu; (2) van nature; natuurlijk; vanzelfsprekend; (3) een enkele keer; (4) voor je het weet; zonder er erg in te hebben; ineens; eensklaps; (5) toevallig; toevalligerwijs; zoals het nu eenmaal gaat; (6) mogelijkerwijs; mogelijk; misschien; wellicht; (7) zeker; stellig; gegarandeerd
自然的shizenteki natuurlijk
自然shizen (1) natuur; (2) het natuurlijke; ongekunsteldheid; natuurlijkheid; naturel; [i.h.b.] wilde staat; (3) spontaniteit; spontaneïteit; spontaanheid; (4) natuurlijk; wild; ongekunsteld; ongedwongen; ongemaakt; (5) vanzelf; spontaan; uit zichzelf; automatisch
言うまでもなくiumademonaku (1) om nog maar te zwijgen over; om (nog maar) niet te spreken van; laat staan; (2) vanzelfsprekend; natuurlijk; uiteraard; het hoeft geen betoog; overbodig te zeggen; het spreekt vanzelf dat; het is zonneklaar dat
道理でdouride begrijpelijkerwijs; logischerwijs; logischerwijze; terecht; natuurlijk; uiteraard; inderdaad; geen wonder dat …; vandaar dat …; het is helemaal niet gek dat …; nogal wiedes dat …
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.02 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'natuurlijk', strategie: exact). 
2005-2021