日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘nederlaag’
日蘭辭典 (trefwoord)
makeru負ける
i.w. (1) [敗北する] verslagen zijn; nederlaag lijden; overwonnen worden; t.w. het verliezen. i.w. (2) [屈服する] zich gewonnen geven; toegeven. t.w. (3) [を] laten afdingen; verlagen; reduceeren; verminderen. ¶ 負ける tien cent laten afdingen; het een dubbeltje goedkooper geven. ¶ 五に負ける vijf yen laten.
shōbu勝負
zn. (1) [勝敗] overwinning of nederlaag; beslissing v. (2) [競技] wedkamp v.; wedstrijd m. ¶ 面白い勝負 spannende strijd. ¶ 勝負する zich met elkaar meten; wedstrijd houden. ¶ 勝負表 het aantal punten; de score (英語). ¶ 勝負なし onbesliste strijd. ¶ 勝負spel; wedstrijd; weddenschap.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
sora

zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい heldere hemel. ¶ で in den vreemde; ver van huis. ¶ 高く hoog in de lucht. ¶ verstrooid. ¶ 負け voorgewende nederlaag. ¶ 淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 覺える uit het hoofd leeren. ¶ なる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <nederlaag>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一蹴isshyuu (1) schop; trap; (2) botte weigering; verwerping; verschopping; (3) pak slaag; rammel; ransel; aframmeling; nederlaag
引けhike (1) sluiting; beëindiging; einde van de werktijd; het verlaten (van school; bedrijf); terugkeer naar huis; [i.h.b.] het te bed gaan; (2) achterstand; verlies; nederlaag; mislukking; (3) [beurst.] beurssluiting; slotkoers; slotnotering; (4) gêne; bedeesdheid; schroom; verlegenheid; minderwaardigheidsgevoel; (5) weeffout; (6) reductie; korting; rabat
hai (1) nederlaag; verlies; (2) [maatwoord voor nederlagen; verloren partijen; wedstrijden]
敗北haiboku nederlaag; het verslagen worden; klopping; [Belg.N.; spreekt.] pandoering
敗戦haisen nederlaag; het verslagen worden
炭団tadon (1) bolvormige houtskoolbriket; ± eierbriket; (2) zwarte bol [= symbool voor nederlaag op sumo-scorebord]; [meton.] nederlaag
負け ; 負make (1) verlies; nederlaag; [m.b.t. budo] make; (2) korting; afslag; iets extra's; extraatje; douceurtje; toegift; toemaatje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.98 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'nederlaag', strategie: exact). 
2005-2021