日蘭辭典+

3 resultaten voor ‘neuken’
日蘭辭典 (trefwoord)
seikō性交
zn. sexueele gemeenschap v.; geslachtsomgang m.
SUPPLEMENT (trefwoord)
etchiエッチ
(h、H、h、H) zn. (1) (expliciet seksueel aanstootgevend gedrag of taalgebruik) obsceen; exhibitionistisch; pervers. (2) (iemand die dat gedrag vertoont) perverseling; viezerd. (3) (explicite seksuele zaken in het algemeen) seksueel; sexy; erotisch. (4) (tevens suru-ww) seks hebben; seksuele gemeenschap hebben; neuken. NB wordt ook gespeld met varianten van de Latijnse letter ‘h’; naar verluidt is エッチ afgeleid van het woord 変態 hentai, aanvankelijk als verwijzing naar dat woord via de eerste letter ervan gespeld in latijnse letters (de letter ‘h’ wordt in het Japans als etchi uitgesproken, wat gebaseerd is op het Engels). 変態 hentai is synoniem met bet. (1) en (2) van エッチ.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <neuken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
性交するseikousuru geslachtsgemeenschap hebben; geslachtelijke; echtelijke; [arch.] vleselijke; seksuele gemeenschap hebben; lijfsgemeenschap hebben; huwelijksgemeenschap hebben; geslachtelijke; echtelijke; [arch.] vleselijke; seksuele; intieme omgang hebben; geslachtsverkeer hebben; seksueel verkeer hebben; seks hebben; bedrijven; seksen; seksueel contact hebben; copuleren; de liefde bedrijven; paren; de geslachtsdaad verrichten; bedrijven; de liefdesdaad verrichten; bedrijven; de paringsdaad verrichten; bedrijven; de huwelijksdaad verrichten; bedrijven; de echtelijke; huwelijkse plicht(en) vervullen; vrijen; coïteren; cohabiteren; naar bed gaan; kroelen; krollen; uitwonen; [euf.] slapen; [euf.] de daad verrichten; bedrijven; [euf.; scherts.] voetjes warmen (met); [euf.] trouwen; [euf.; veroud.] naderen; [pregn.] aanraken; [pregn.] aanliggen; [form.] coïre; [form.] zonam solvere; [form.] samenkomen; [bijb.] bekennen; [bijb.; ♂] (in)komen tot; [w.g.] bijslapen; [w.g.] bijwonen; [veroud.] zich te vleze begeven; [veroud.] elkaar gerieven; [arch.] (zich) verenigen; [arch.] zich vleselijk vermengen; [inform.] neuken; [inform.] rampetampen; [inform.] bonken; [inform.] vozen; [inform.] pezen; [inform.] platgaan; [inform.; ♂] punten; [inform.; ♂] rammen; [inform.] pielen; [inform.] afschroeven; [inform.] krikken; [inform.] wielen; [inform.] strijken; [inform.; Ind.N.] fieken; [inform.] doppen; [inform.] een dopje; doppie maken; [inform.] de koffer in duiken; kruipen; [inform.] voor Kaap Kont liggen; [inform.] een kind maken; [inform.] binnenbeens spelen; [inform.] een kransje breien; [inform.] de hongersnood verdrijven; [inform.; Belg.N.] het beest met de twee ruggen maken; [inform.; scherts.] het plafond witten; [inform.; scherts.; niet alg.] de koffie opschenken; [volkst.] een kunstje; wip(je); wippertje; nummertje maken; [volkst.; ♂] een punt zetten; [volkst.; ♂] op de veter nemen; [volkst.] wippen; [volkst.] van Wippenstein gaan; [volkst.] nummeren; [volkst.] pompen; [volkst.] schroeven; [volkst.] palen; [volkst.] palen laaien; [volkst.] potloden; [volkst.] tampen; [volkst.; ♂] z'n platte tampie uitgooien; [volkst.] pennen; [volkst.] prikken; [volkst.] stiften; [volkst.] hompiekurken; [volkst.] sodemieteren; [volkst.] raggen; [volkst.] afraggen; [volkst.] kezen; [volkst.] kienen; [volkst.] jenzen; [volkst.] votsen; [volkst.] joekelen; joekeren; [volkst.] dreutelen; [volkst.] flensen; [volkst.] fleppen; [volkst.] piepjanknor gaan; [volkst.] de pijp uitkloppen; [gew.; inform.] strietsen; [gew.; inform.] vossen; [gew.; inform.] ketsen; [gew.; inform.; ♂] vogelen; [gew.; inform.; ♂] bedvogelen; [gew.; volkst.] kleunen; [gew.] meteen gaan; [gew.] vazelen; [gew.] haspelen; [vulg.] naaien; [vulg.; Belg.N.] poepen; [vulg.] emmeren; [vulg.] geilpompen; [vulg.] soppen; [vulg.] poken; [vulg.] kieren; [vulg.] afhakken; [vulg.] eiers in de pan slaan; [vulg.] op de muts; dot; stoffer; schroef gaan; [vulg.] van preut trekken; [vulg.; ♂] een veeg geven; [vulg.; ♂] vegen; [vulg.; ♂] eroverheen gaan; [vulg.; ♂] op z'n staart gaan staan; [Barg.] van bil gaan; [Barg.] op de kruk gaan; [Barg.] stoten; [Barg.] fikken; [Barg.] fietsen; [Barg.] piepelen; [Barg.] bibberen; [Barg.] latten; [Barg.] fluiten; [Barg.; volkst.] peunen; [Barg.; volkst.] pandoeren; [Barg.; volkst.] tokkelen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 1 treffer (zoekopdracht: 'neuken', strategie: exact). 
2005-2022