Japans-Nederlands woordenboek van Peter Adriaan van de Stadt

日蘭辭典 Nichi-Ran jiten, 1934

grumpy himself Japans-Nederlands woordenboek, Nichi-Ran jiten, 1934
Home Help JPEG versie Laatste toevoegingen Maak woordenlijsten
20 resultaten voor ‘niet’.
TREFWOORDEN¹
iya
(いや) bw. neen; niet; geenzins. ¶ 否さうではないよ neen, zoo is het niet; neen, je hebt het mis. ¶ 否、それは不可ん neen, dat gaat niet.
iieいいえ、否
bw. volstrekt niet; neen; wel neen. ¶ 肉を好かないのですか、いいえ好きです hou je niet van rundvleesch? ja wel, ik hou er veel van.
TREFWOORDEN
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
amami甘味
zn. zoetheid v.; zoete smaak m. ¶ 甘味ある zoetachtig; zoetig. ¶ 甘味が薄い het is niet zoet genoeg.
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
arazu非ず
i.w. niet zijn. ¶ 非ずと言ふ ontkennen.
aseru焦る
i.w. haasten; bn. ongeduldig; haastig. ¶ あせるな houd je kalm; hou je gemak. ¶ 焦らないでゆっくりしてなさい haast u maar niet, doe het op uw gemak.
ashi
zn. (1) [] voet m. (2) [脚] been o. (3) [動物の] poot m. (4) [器物の支へ] voet m.; poot m.; voetstuk. (5) [步調] stap m.; pas m. (6) [不足金] tekort o. ¶ 足が出る het geld is niet voldoende. ¶ 足を出す tekort komen. ¶ 足を揃へる in den pas loopen;
ashikarazu惡しからず
ashimoto足下
zn. voet m.; stap m. ¶ 足下に vlak bij; vlak voor oogen. ¶ 足許御用心 kijk waar je loopt! ¶ 人の足下を見る gebruik maken van iemand’s zwakke positie. ¶ 足下にも寄りつけない niet te vergelijken zijn met; het haalt er niet bij.
atou能ふ
(能う) i.w. kunnen. ¶ 能ふべき in staat om. ¶ 能はざる niet in staat om. ¶ 能ふべくんば zoo mogelijk. ¶ 能ふ限り al het mogelijk; Noot: Schrijftaal voor ‘dekiru’ (Kenkyusha, 1974).
agekuni揚句に
(挙句に・揚げ句に) vw. & bw. (1) [終に] ten slotte; per slot van rekening. (2) [且又] bovendien. ¶ 揚句の果に en alsof dat nog niet genoeg was......
yamuoenai已むを得ない
bn. onvermijdelijk; noodzakelijk; niet te ontgaan. ¶ 已むを得ず onvermijdelijk; Noot: Ook: 止むを得ない
yarippanashi遣放し
(遣りっ放し) zn. niet-afdoening v. ¶ 遣放しにする niet afdoen; onvoltooid laten liggen. ¶ 遣放しの slordig; niet accuraat.
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
yasegaman瘠我慢
(痩せ我慢; 瘠せ我慢) zn. volharding tot het uiterste. ¶ 瘠我慢する tot het uiterste volharden; het niet willen opgeven.
ya
zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.