日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘nutteloos’
日蘭辭典 (trefwoord)
ada
zn. ijdelheid v.; nutteloosheid v.; ledigheid v. ¶ 徒な vergeefsch; nutteloos; ijdel. ¶ 徒に vergeefs; tevergeefs; voor niets.
muyō無用
zn. (1) [役に立たぬ事] nutteloosheid v. (2) [不必要] noodeloosheid v. ¶ 無用nutteloos; noodeloos; onnoodig; ongewenscht. ¶ 無用心配 noodelooze ongerustheid. ¶ 通行無用 ‘‘voor het verkeer gesloten’’; ‘‘afgesloten rijweg.’’ ¶ 無用の者入るべからず ‘‘geen toegang voor het publiek.’’ ¶ 御無用です ik heb niets voor u; ik kan u niet helpen; ik heb niets van u noodig. ¶ 開放無用 ‘‘deur dicht s.v.p.’’.
yokei餘計
(余計) zn. (1) [過多] teveel o. (2) [多いこと] groote hoeveelheid v.; overvloed m. (3) [不必要] overbodigheid v. ¶ 餘計な overbodig; ovetollig; onnoodig; overschietend. ¶ 餘計に te veel; onnoodig; ten overvloede.
honeori骨折
(骨折り) zn. inspanning v.; ¶ 骨折損 nuttelooze arbeid; vergeefsche moeite.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
dame駄目

zn. onmogelijkheid v; nutteloosheid v.; bn. vergeefsch; nutteloos; onbruikbaar; onmogelijk. ¶ 駄目にする bederven; onbruikbaar maken. ¶ 駄目になる mislukken; nutteloos zijn; vergeeefsch zijn. ¶ やって見ても駄目だ we behoeven het niet eens te probeeren. ¶ それは駄目だ dat lukt niet; dat zal niet gaan; dat kan niet; dat mag niet. ¶ もう駄目だ het loopt mis het hem; er is geen hoop meer voor hem. ¶ とても駄目だから諦めなさい daar er toch niets meer aan te doen is, moet er nu maar in berusten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <nutteloos>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いけないikenai (1) niet toegelaten; niet mogen; niet kunnen; ongewenst; onaanvaardbaar; verkeerd; onmogelijk; slecht; (2) slecht; niet goed; boosaardig; stout; ondeugend; (3) nutteloos; zinloos; hopeloos; (4) niet in orde; uit de haak; pijn doen; pijnlijk [bv. m.b.t. maag]; fout; loos
いたずらにitazurani (1) vergeefs; tevergeefs; voor; om niets; onverrichter zake; nutteloos; zinloos; vruchteloos; ijdellijk; (2) voor de grap; voor z'n plezier; voor de aardigheid
下らないkudaranai (1) betekenisloos; zonder wezenlijke betekenis; triviaal; onbeduidend; banaal; (2) waardeloos; van geen waarde; (3) nutteloos; vruchteloos; vergeefs; (4) absurd; ongerijmd; stom; onzinnig; dwaas; ijdel; leeg
不要なfuyouna niet meer gebruikt; niet meer in gebruik; buiten gebruik; nutteloos; onnodig; nodeloos; overbodig
不要のfuyouno niet meer gebruikt; niet meer in gebruik; buiten gebruik; nutteloos; onnodig; nodeloos; overbodig
味気ないajikinai (1) saai; oninteressant; vervelend; dof; leeg; nietszeggend; hol; eentonig; zouteloos; geesteloos; kleurloos; glansloos; vaal; vermoeiend; (2) woest; onredelijk; onhebbelijk; (3) vergeefs; nutteloos; zinloos; (4) ondraaglijk; troosteloos
ada (1) vruchteloos; vergeefs; ijdel; (2) lichtzinnig; wispelturig; grillig; frivool; onbetrouwbaar; (3) vluchtig; voorbijgaand; efemeer; efemerisch; kortstondig; kortdurig; (4) nonchalant; oppervlakkig; slordig; (5) nutteloos; onnuttig; (6) [haiku] ongekunsteld geestig; schalks
悪戯itazura (1) ondeugendheid; kwajongensstreek; (2) ontgroening (bv.studentendoop); (3) plezier; amusement; tijdverdrijf; hobby; (4) nutteloosheid; (5) geilheid; geiligheid; wulpsheid; immoraliteit; wangedrag; gemenigheid; (6) ondeugend; kwajongensachtig; (7) plezierig; leuk; amusant; bij wijze van tijdverdrijf; hobbyistisch; (8) nutteloos; (9) geil; geilig; wulps; los; losbandig; immoreel; gemeen; laag
son (1) verlies; strop; (2) nadeel; schade; tegenvaller; drawback; handicap; damnum; (3) nadelig; ongunstig; onvoordelig; verliesgevend; verloren [investering enz.]; niet-lonend; ondankbaar; nutteloos; vergeefs; zonder resultaat; onrendabel
果敢ないhakanai (1) vergeefs; verloren; ijdel; nutteloos; zinloos; vruchteloos; onnut; onvruchtbaar; tevergeefs; (2) vluchtig; voorbijgaand; kortstondig; vergankelijk; efemeer
無体mutai (1) onstoffelijk; immaterieel; onlichamelijk; (2) onredelijk; onbillijk; onmogelijk; ongerijmd; wreed; (3) denigrerend; minachtend; geringschattend; verachtend; schamper; (4) vergeefs; nutteloos; zinloos
無用のmuyouno (1) nutteloos; onbruikbaar; onnuttig; ondienstig; zinloos; onnut; (2) onnodig; overbodig; nodeloos; niet noodzakelijk; (3) onbevoegd; (4) verboden; niet toegestaan
無益mueki (1) nutteloosheid; zinloosheid; futiliteit; vruchteloosheid; (2) nutteloos; zinloos; vergeefs; vruchteloos; onnut; futiel
無駄muda (1) zinloosheid; nutteloosheid; onbruikbaarheid; bateloosheid; (2) verspilling; verkwisting; verknoeiing; verkwanseling; (3) vergeefs; tevergeefs; onbruikbaar; zinloos; inaan; voor niets; voor tjoema; tjomme; onnut; nutteloos; verloren; vruchteloos; futiel; infructueus; zonder baat; niets baten; (4) verspillend; verkwistend
無駄な ; 徒なmudana (1) vergeefs; tevergeefs; onbruikbaar; zinloos; nutteloos; verloren; vruchteloos; futiel; infructueus; onnut; inaan; (2) verspillend; verkwistend
kuu (1) lucht; hemel; (2) leegte; leegheid; ledigheid; (3) luchtledige; vacuüm; (4) ijdelheid; ijdele waan; (5) leeg; ledig; (6) ijdel; nietig; futiel; (7) vruchteloos; tevergeefs; nutteloos
駄目dame (1) [go-term] neutraal vakje; (2) [ton.] (waarschuwing voor een) slecht punt in de regie; de opvoering; het scenario; script enz.; (3) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; nep; (4) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; ~ heeft geen zin; het haalt niets uit; er is niets mee te beginnen; hopeloos; naar de maan; bliksem; verknoeid; mislukt; (5) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; incapabel; dat lukt niet; zo gaat het niet; dat wordt niets; (6) dat is verboden; dat past niet; dat mag niet; dat gaat niet aan; dat is niet toegestaan; daar komt niets van in; dat is hier contrabande; nee; laat dat; stop; niet doen
駄目なdamena (1) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; incapabel; onbekwaam; incompetent; (2) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; hopeloos; verknoeid; mislukt; (3) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; (4) verboden; ongeoorloofd; ongepast
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.56 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'nutteloos', strategie: exact). 
2005-2022