日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘onaangenaam’
日蘭辭典 (trefwoord)
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onaangenaam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
鬱陶しい uttoushii (1) [~天気] somber; betrokken; bewolkt; miezerig; druilerig; triestig; triest; deprimerend; donker; grauw; beklemmend; dof; (2) vervelend; storend; irritant; ergerlijk; onaangenaam
煩い urusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
iya afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; ; afkeer; aversie; ergernis; verveling
嫌な iyana afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig
嫌み iyami (1) onaangenaam; naar; vervelend; [Belg.N.] ambetant; onplezierig; ergerlijk; aanstootgevend; aanstotelijk; odieus; misselijk; [i.h.b.] vrijpostig; brutaal; (2) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; ; (1) hatelijkheid; venijnigheid; nijdigheid; steek; piek; hak; belediging; beschimping; bespotting; grievende; kwetsende; sarcastische opmerking; sarcasme; (2) afkeer; weerzin
いやに iyani (1) onaangenaam; afschuwelijk; weerzinwekkend; walgelijk; ergerlijk; tergend; verfoeilijk; hatelijk; afstotelijk; afgrijselijk; (2) ontzettend; verschrikkelijk; heel erg; enorm; vreselijk; geweldig; hartstikke; ontzaglijk; donders; ~ dat het een aard had
嫌らしい iyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; vervelend; walgelijk; weerzinwekkend; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; ongepast; onbetamelijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; ondeugend; aanstootgevend; obsceen; indecent; liederlijk; schuin; vuil; schunnig; smerig; scabreus; [gew.] schouw
悩ましい nayamashii (1) pijnlijk; onaangenaam; beroerd; (2) fascinerend; betoverend; boeiend; onweerstaanbaar; bekorend; verlokkelijk; aanlokkelijk; bekoorlijk; seduisant; verleidelijk; opwindend; prikkelend; sexy
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; ; (1) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (2) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (3) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N., spreekt.] ambetant; (4) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
心付き無し kokorozukinashi onaangenaam; naar; stuitend; ergerlijk; ergerniswekkend; irriterend; irritant; onuitstaanbaar; aanstootgevend; odieus; hatelijk
気障な kizana (1) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; gemaniëreerd; aanstellerig; nuffig; (2) verwaand; laatdunkend; zelfingenomen; zelfvoldaan; pedant; betweterig; waanwijs; fatterig; kwasterig; bekakt; opgeschroefd; opgeblazen; blasé; snobistisch; pretentieus; omhooggevallen; arrogant; (3) onaangenaam; naar; misselijk; walgelijk; afstotelijk; verfoeilijk; afschuwelijk; weerzinwekkend; afkeerwekkend; afschuwwekkend; (4) opzichtig; opvallend; showy; flashy; protserig; pompeus
嫌い kirai hatelijk; gehaat; onaangenaam; misselijk(makend); ergerlijk; akelig; ; afkeer; tegenzin; antipathie
不快な fukaina onaangenaam; onplezierig; onbehaaglijk; ongenoeglijk; onwelgevallig; ongevallig; onprettig; oncomfortabel; beroerd; naar; akelig; onaardig; stuitend; aanstotelijk; aanstootgevend
不愉快な fuyukaina onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend
不愉快 fuyukai onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend; ongemakkelijk; oncomfortabel
不愉快に fuyukaini onaangenaam; onplezierig; onprettig; ongemakkelijk; oncomfortabel
感じの悪い kanjinowarui onaangenaam; onprettig; klef; onplezierig; onsmakelijk
愛敬のない aikyounonai onvriendelijk; ongenietbaar; onaangenaam; onaantrekkelijk; bars; bits; [Belg.N.] bitsig; onaardig; slechtgezind; onsympathiek; antipathiek; bot; kortaf; zuur; nors; stuurs; vervelend; naar; onhebbelijk; onbeminnelijk; ongezellig; onplezierig; onvrolijk; koel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'onaangenaam', strategie: exact). 
2005-2019