日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘onaangenaam’
日蘭辭典 (trefwoord)
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onaangenaam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いけ好かないikesukanai onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend; naar; [Belg.N.] ambetant; akelig; walgelijk; verschrikkelijk
いやにiyani (1) onaangenaam; afschuwelijk; weerzinwekkend; walgelijk; ergerlijk; tergend; verfoeilijk; hatelijk; afstotelijk; afgrijselijk; (2) ontzettend; verschrikkelijk; heel erg; enorm; vreselijk; geweldig; hartstikke; ontzaglijk; donders; ~ dat het een aard had
うざいuzai [slang] lastig; moeilijk; vervelend; ergerlijk; irritant; storend; onaangenaam
不快なfukaina onaangenaam; onplezierig; onbehaaglijk; ongenoeglijk; onwelgevallig; ongevallig; onprettig; oncomfortabel; beroerd; naar; akelig; onaardig; stuitend; aanstotelijk; aanstootgevend
不快感fukaikan onaangenaam; onbehaaglijk gevoel; onlustgevoel; onlustemotie; gevoel van ongenoegen; onbehaaglijkheid; onbehagen; mishagen; wanlust
不愉快fuyukai onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend; ongemakkelijk; oncomfortabel; narigheid
不愉快なfuyukaina onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend
不愉快にfuyukaini onaangenaam; onplezierig; onprettig; ongemakkelijk; oncomfortabel
困難konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.; spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
嫌いkirai (1) afkeer; tegenzin; antipathie; (2) hatelijk; gehaat; onaangenaam; misselijk; misselijkmakend; ergerlijk; akelig; naar; eng
嫌なiyana afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig
嫌みiyami (1) hatelijkheid; venijnigheid; nijdigheid; steek; piek; hak; belediging; beschimping; bespotting; grievende; kwetsende; sarcastische opmerking; sarcasme; (2) afkeer; weerzin; (3) onaangenaam; naar; vervelend; [Belg.N.] ambetant; onplezierig; ergerlijk; aanstootgevend; aanstotelijk; odieus; misselijk; [i.h.b.] vrijpostig; brutaal; (4) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld
嫌らしい ; 厭らしいiyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; vervelend; walgelijk; weerzinwekkend; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; ongepast; onbetamelijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; ondeugend; aanstootgevend; obsceen; indecent; liederlijk; schuin; vuil; schunnig; smerig; scabreus; [gew.] schouw
嫌らしいyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; (2) hatelijk; verfoeilijk; verwerpelijk; (3) vreselijk; verschrikkelijk; (4) wreed; gruwelijk; (5) vies; smerig; (6) gemeen; ordinair; ongepast; (7) gênant; beschamend; (8) ondeugend; ruw
嫌味のあるiyaminoaru (1) onaangenaam; naar; vervelend; [Belg.N.] ambetant; onplezierig; ergerlijk; aanstootgevend; aanstotelijk; odieus; misselijk; (2) sarcastisch
iya (1) afkeer; aversie; ergernis; verveling; (2) afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig
居心地が悪いigokochigawarui ongezellig; onbehaaglijk; onhuiselijk; ongemakkelijk; oncomfortabel; onaangenaam; niet op zijn gemak
居心地の悪いigokochinowarui ongezellig; onbehaaglijk; onhuiselijk; ongemakkelijk; oncomfortabel; onaangenaam; niet op zijn gemak
心付き無しkokorozukinashi onaangenaam; naar; stuitend; ergerlijk; ergerniswekkend; irriterend; irritant; onuitstaanbaar; aanstootgevend; odieus; hatelijk
心憂しkokoroushi (1) wreed; erg; pijnlijk; hard; (2) onaangenaam; onprettig; vervelend; hatelijk
悩ましいnayamashii (1) pijnlijk; onaangenaam; beroerd; (2) fascinerend; betoverend; boeiend; onweerstaanbaar; bekorend; verlokkelijk; aanlokkelijk; bekoorlijk; seduisant; verleidelijk; opwindend; prikkelend; sexy
愛敬のない ; 愛嬌のないaikyounonai onvriendelijk; ongenietbaar; onaangenaam; onaantrekkelijk; bars; bits; [Belg.N.] bitsig; onaardig; slechtgezind; onsympathiek; antipathiek; bot; kortaf; zuur; nors; stuurs; vervelend; naar; onhebbelijk; onbeminnelijk; ongezellig; onplezierig; onvrolijk; koel
感じの悪いkanjinowarui onaangenaam; onprettig; klef; onplezierig; onsmakelijk
気障なkizana (1) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; gemaniëreerd; aanstellerig; nuffig; precieus; (2) verwaand; laatdunkend; zelfingenomen; zelfvoldaan; pedant; betweterig; waanwijs; fatterig; kwasterig; bekakt; opgeschroefd; opgeblazen; blasé; snobistisch; pretentieus; omhooggevallen; arrogant; (3) onaangenaam; naar; misselijk; walgelijk; afstotelijk; verfoeilijk; afschuwelijk; weerzinwekkend; afkeerwekkend; afschuwwekkend; (4) opzichtig; opvallend; showy; flashy; protserig; pompeus
煩い ; 五月蠅いurusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
由々しいyuyushii (1) extreem; erg; ernstig; serieus; bedenkelijk; (2) ontzaglijk; ontzagwekkend; [veroud.] ontzagbaar; (3) onheilspellend; ongunstig; omineus; onzalig; sinister; noodlottig; gedoemd; (4) vervelend; onaangenaam; ergerlijk; naar; (5) prachtig; schitterend; prima; magnifiek; grandioos
疎ましいutomashii (1) onaangenaam; degoutant; walgelijk; weerzinwekkend; afschuwelijk; afstotelijk; (2) creepy; eng; griezelig; akelig
遥かharuka (1) ver; afgelegen; in de verte; ver weg; (2) lang geleden; (3) in hoge mate; zeer; veel; ver; verre; verreweg; veruit; (4) onaangenaam; vervelend
頂けないitadakenai (1) onaanvaardbaar; onacceptabel; inacceptabel; niet oké; (2) onaangenaam; onwelkom
鬱陶しいuttoushii (1) [~天気] somber; betrokken; bewolkt; miezerig; druilerig; triestig; triest; bedompt; deprimerend; donker; grauw; beklemmend; dof; (2) vervelend; storend; irritant; ergerlijk; onaangenaam
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'onaangenaam', strategie: exact). 
2005-2021