日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘onderhouden’
日蘭辭典 (trefwoord)
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
yashinau養ふ
(養う) t.w. (1) [養育] verzorgen; grootbrengen; opvoeden. (2) [給養] onderhouden; i.w. in het onderhoud voorzien van; den kost verdienen voor. t.w. (3) [飼ふ] houden. i.w. (4) [飼養] eten geven; t.w. voeden. t.w. (5) [精神を] kweeken; cultiveeren. ¶ 病を養ふ herstellen; voor zijn gezondheid zorg dragen.
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
mendan面談
zn. onderhoud o.; persoonlijke bespreking v. ¶ 面談する onderhoud hebben; persoonlijk bespreken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onderhouden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
持て成す motenasu (1) onthalen (op); trakteren (op); (2) entertainen; onderhouden; vermaken; gastvrijheid betonen
手入れする teiresuru (1) verbeteren; de kwaliteit; waarde vermeerderen; in orde brengen; bewerken; bijschaven; onder handen nemen; repareren; [m.b.t. tuin] onderhouden; verzorgen; netjes maken; opknappen; fatsoeneren; herstellen; een (onderhouds)beurt geven; [i.h.b.] bijknippen; [i.h.b.] trimmen; (2) [m.b.t. politie] een overval uitvoeren op; een razzia houden; binnenvallen; een inval doen
手当てする teatesuru (1) onderhouden; verzorgen; in het onderhoud voorzien; (2) [geneesk.] behandelen
維持する ijisuru handhaven; behouden; in stand houden; conserveren; ophouden; bewaren; onderhouden; aan de gang houden; gaande houden; doen voortgaan; doen voortduren
食わす kuwasu (1) voeden; eten geven; voeren; (2) onderhouden; in de levensbehoeften voorzien; (3) slaan; een klap toedienen; (4) bedotten; bedriegen; beetnemen; in de luren leggen
食わせる kuwaseru (1) voeden; eten geven; voeren; (2) in de mond steken; (3) samenbrengen; invoegen; (4) onderhouden; in de levensbehoeften voorzien; (5) opleggen; opdringen; berokkenen; doen slikken; (6) slaan; een klap toedienen; (7) een pijl aanleggen; (8) bedotten; bedriegen; beetnemen; in de luren leggen; (9) culinair verwennen; delicatessen voorschotelen
ho (1) a. beschermen; onderhouden; verzorgen; (2) b. bewaren; handhaven; behouden; (3) c. instaan voor; garanderen; (4) d. employé; (5) e. buurtschap; (6) f. verzekering; ; (1) [Chin.gesch.] bǎo [= "bescherming"; administratieve eenheid]; (2) [ritsuryō] ho [= administratieve eenheid van vijf families (ko 戸)]; (3) [Jap.gesch.] ho [= administratief onderdeel van Heian-kyō ter grootte van vier buurten (chō 町)]; (4) [Jap.gesch.] ho [= kadastraal perceel in staatsbezit]; (5) [Jap.gesch.] ho [= administratieve eenheid van tien kō 甲 in koloniaal Taiwan]
保存する hozonsuru bewaren; conserveren; in stand houden; houden; behouden; verduurzamen; onderhouden; [comp.] opslaan; saven
保持する hojisuru handhaven; in stand houden; behouden; bewaren; mainteneren; onderhouden; aanhouden
支配する shihaisuru (1) heersen (over); regeren; besturen; gebieden (over); onderhouden; de heerschappij hebben; voeren; macht uitoefenen; hebben (over); het bewind voeren (over); overheersen; (pre)domineren; [uitdr.] de scepter zwaaien; voeren; [uitdr.] aan het roer staan; [uitdr.] aan de touwtjes trekken; [uitdr.] de lakens uitdelen; [uitdr.] de dienst uitmaken; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; (2) beheersen; bepalen; controleren; leiden; dirigeren; de leiding hebben (over)
整備する seibisuru (1) (voor)bereiden; in gereedheid brengen; klaarmaken; gereedmaken; prepareren; klaarleggen; gereedleggen; klaarzetten; gereedzetten; inrichten; uitrusten; equiperen; outilleren; toerusten; uitmonsteren; voorzien (van); [i.h.b.] ontwikkelen; [m.b.t. schip] reden; [m.b.t. schip] takelen; (2) onderhouden; in goede staat houden; servicen; in conditie houden; verzorgen
保つ tamotsu handhaven; behouden; bewaren; houden; aanhouden; onderhouden; ophouden; in stand houden; intact houden
支える sasaeru (1) steunen; ondersteunen; stutten; schragen; dragen; overeind houden; op de been houden; (2) op een afstand houden; afhouden; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) onderhouden; in stand houden; voorzien in de levensbehoeften van
養う yashinau (1) grootbrengen; opvoeden; kweken; (2) onderhouden; in het onderhoud voorzien van; voorzien in de levensbehoeften van; zorgen voor; (3) voeden; voeding geven; te eten geven; voederen; voeren; (4) adopteren; aannemen; (5) [病を] herstellen van; genezen van; er weer bovenop komen; weer bijkomen; zich (goed) verzorgen; (6) cultiveren; vormen; ontwikkelen; aankweken; opbouwen; [fig.] veredelen
構う kamau (1) letten op; betrokken zijn; zorgen voor; bekommerd zijn om; te maken hebben met; (2) zich bemoeien met; storen; belemmeren; hinderen; raken; kunnen schelen; (3) zorgen voor [iemand]; onderhouden; steunen; (4) plagen; lastig vallen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'onderhouden', strategie: exact). 
2005-2019