日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘onderscheiden’
日蘭辭典 (trefwoord)
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
sorezore夫々
(それぞれ、夫れ夫れ、各々、其れ其れ、其々) bw. respectievelijk; elk voor zich; afzonderlijk. ¶ 夫々の verschillend; onderscheiden. ¶ 彼等は夫々のを行った elk ging zijns weegs; zij gingen ieder een eigen kant uit.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onderscheiden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
分かつwakatsu (1) scheiden; delen; opdelen; splitsen; (2) uitdelen; verdelen; verspreiden; ronddelen; distribueren; (3) onderscheid maken; onderscheiden; uit elkaar houden; onderkennen; het verschil zien tussen
分けるwakeru (1) zich baan breken; een weg breken; doorbreken; (2) scheiden; delen; verdelen; opdelen; splitsen; uitsplitsen; uit elkaar halen; afbreken; (3) uitdelen; verdelen; distribueren; ronddelen; omdelen; (4) indelen; afdelen; sorteren; classificeren; ordenen; (5) uitmaken; onderscheiden; onderkennen; het verschil zien; (6) [sportt.] gelijkspelen; remiseren
分別するfunbetsusuru oordelen; een oordeel vellen; onderscheiden; onderscheid maken; verschil zien; z'n verstand gebruiken; oordeelkundig te werk gaan
分別するbunbetsusuru verdelen; afdelen; in delen splitsen; in stukken; porties delen; scheiden; sorteren; ordenen; groeperen; indelen; klasseren; onderscheiden; classificeren; assorteren; [chem.] fractioneren
判明hanmei (1) duidelijk; klaar; evident; apert; (2) [cartesische fil.] onderscheiden; distinct
別々; 別別betsubetsu (1) afzonderlijk; gescheiden; apart; onderscheiden; respectief; separaat; gesepareerd; (2) afzonderlijk; (elk) apart; stuksgewijs; respectievelijk; één voor één; onderscheidenlijk; elk voor zich; hoofdelijk
別個bekko (1) [~の] afzonderlijk; apart; onderscheiden; op zichzelf staand; (2) [~の] een ander; andere; een verschillend; verschillende
区別するkubetsusuru (1) onderscheiden; (2) discrimineren; (3) verschillen van; zich van elkaar onderscheiden; (4) uit elkaar houden; zich niet vergissen in; (5) afgrenzen; afbakenen; (6) classificeren; sorteren; ordenen
取り取りtoridori [~の] gevarieerd; veelsoortig; uiteenlopend; veelzijdig; verschillend; allerlei; divers; onderscheiden
様々 ; 様様samazama verschillend; uiteenlopend; divers; verscheiden; onderscheiden; bont; variatie vertonend; afwisseling vertonend; geschakeerd; veelsoortig; afwisselend; gevarieerd; velerlei; velerhande; menigerlei; menigvuldig; allerlei; allerhande; van alles; van allerlei aard; van allerlei slag
様々なsamazamana verschillend; uiteenlopend; divers; verscheiden; onderscheiden; bont; geschakeerd; veelsoortig; afwisselend; gevarieerd; velerlei; velerhande; menigerlei; menigvuldig; allerlei; allerhande
種々のshyujuno gevarieerd; divers; uiteenlopend; verschillend; verscheiden; allerlei; velerlei; allerhande; velerhande; van allerlei slag; soorten; veelsoortig; onderscheiden
見分けるmiwakeru onderscheiden; onderscheid maken (tussen); verschil kennen; zien (tussen); uit elkaar houden; uiteenhouden
見切るmikiru (1) alles zien; ten einde toe bekijken; uitkijken; uitzien; (2) het voor bekeken houden; opgeven; prijsgeven; laten vallen; (3) scherp zien; waarnemen; onderscheiden; (4) goedkoop verkopen; met verlies verkopen; (5) evalueren; vaststellen; opmaken
nin (a) toelaten; erkennen; (b) onderscheiden; uiteenhouden
識別するshikibetsusuru onderscheiden; onderscheid maken; het verschil zien tussen; uit elkaar houden; uiteenhouden
違ったchigatta (1) ander; verschillend; afwijkend; (2) divers; onderscheiden; uiteenlopend; verscheiden
鑑別するkanbetsusuru differentiëren; onderscheiden; schiften; onderscheid maken; beoordelen
kan (a) model; toonbeeld; spiegel; (b) denken; onderscheiden; (c) bewijs; teken; (d) compilatie; bestand
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.53 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'onderscheiden', strategie: exact). 
2005-2023