日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘ondervinden’
日蘭辭典 (trefwoord)
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
ajiwau味ふ
(味わう) t.w. (1) [味を見る] proeven. (2) [詩文等を] waardeeren; genieten. (3) [經驗] ervaren; ondervinden; ondergaan.
miru見る
(視る、觀る、觀る) t.w. (1) [見る] zien; aankijken. (2) [視る] kijken; aanschouwen. (3) [視察する] inspecteeren. (4) [遭遇する] ondervinden. (5) [試みる] probereeren; beproeven. (6) [觀察する] opnemen; waarnemen. (7) [判斷] beoordelen. (8) [凝視] staren. (9) [診察] onderzoeken. ¶ 見易い zichtbaar; duidelijk. ¶ 見るに足る bezienswaardig. ¶ 上に見よ zie boven. ¶ やって見る trachten om; probeeren. ¶ 上衣を着て見る jas aanpassen. ¶ 私の見る所では naar mijne meening; zooals ik het inzie. ¶ 大體より見て over ’t geheel beschouwd. ¶ どう見ても hoe men het ook beschouwt. ¶ 見ずに買ふ een kat in den zak koopen. ¶ 脈を見る pols voelen. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren. ¶ 辭書で見る in een woordenboek opzoeken. ¶ あてて見給へ raad eens. ¶ 痛い目を見る bittere ervaring hebben.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ondervinden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
臨む nozomu (1) uitkijken op; uitzien op; uitzicht bieden op; overzien; uitzicht hebben op; met de voorgevel liggen op; (2) [戦場に] gaan naar; [試験に] opgaan voor; gaan afleggen; (3) geconfronteerd worden met; staan tegenover; ondervinden; [死に] vinden; ; [voorafgegaan door に] ten aanzien van; jegens; tegenover; ten opzichte van; vis-à-vis
出合う deau (1) uitgaan om iem. te ontmoeten; rendez-vous geven; ergens met iem. afspreken; (2) toevallig tegenkomen; onverwachts ontmoeten; toevallig treffen; aantreffen; aanlopen tegen; oplopen (tegen); tegen het lijf lopen; [moeilijkheden e.d.] ondervinden; stuiten op; stoten op; (bij toeval) vinden; in de [problemen; moeilijkheden enz.] (verzeild) raken; (3) samenvloeien; samenvallen
経験する keikensuru (1) ervaren; ondervinden; (2) beleven; meemaken
経る heru (1) voorbijgaan; verstrijken; (2) passeren; gaan via; door; lopen door; rijden door; (3) beleven; meemaken; ervaren; ondergaan; ondervinden; doormaken; doorstaan; verbrengen
嘗める nameru (1) likken (aan); oplikken; oplebberen; aflikken; (2) proeven; (3) ervaren; ondervinden; (4) voor de gek houden; een loopje nemen met; in de maling nemen; lachen met; onderschatten
知る shiru (1) kennen; weten; bekend zijn met; weet hebben van; [veroud.] kundig zijn van; (2) beseffen; zich realiseren; (zich) bewust zijn (van); erkennen; inzien; begrijpen; gewaarworden; ontdekken; aan de weet komen; snappen; (3) ondervinden; ervaren; leren kennen; (be)merken; bespeuren; voelen; [i.h.b., bijb.] bekennen; (4) enig idee; vermoeden hebben; eruit opmaken; afleiden; [form.] bevroeden; (5) te maken hebben met; bemoeienis hebben met; aangaan
見る miru (1) [iets bij wijze van proef doen]; (2) als je zou …; mocht je …; [gew.] moest je … [eindigend op de partikels ば of と]; (3) nu …; nou …; in de zich thans voordoende situatie dat … [eindigend op het partikel ば]; (4) wanneer …; toen … [eindigend op de partikels ば of と]; (5) ware … het geval; ; (1) zien; kijken (naar); [inform.] loeken; bekijken; bezien; aanzien; aankijken; gadeslaan; bezichtigen; beschouwen; [arch.] aanschouwen; [lit.t.] blikken; [Barg.] brillen; [Barg.] spannen; afgaande op …; getuige [het feit dat … enz.]; te oordelen naar …; uitgaande van …; (2) lezen; doorkijken; [新聞を] doorlopen; inzage nemen; inzien; naslaan [in een woordenboek e.d.]; raadplegen; consulteren; nazien; nagaan; checken; controleren; (3) ervaren; meemaken; ondervinden; beleven; (4) zorgen voor; verzorgen; passen op; letten op; toezien op; behartigen; waken over; toezien op; verplegen; [面倒を] zich aantrekken
困る komaru (1) in moeilijkheden zijn; ellende ondergaan; in nood zijn; in benarde omstandigheden zijn; problemen hebben; ondervinden; in de problemen zitten; met een probleem zitten; in problemen komen; in de nesten zitten; mooi uit zijn met; d'r mooi mee zitten; ertoe zitten; in verlegenheid zitten; (2) lijden; afzien; bedroefd zijn; verdrietig zijn; verdriet hebben; (3) hulpbehoevend zijn; hulp nodig hebben; in nood zijn; verlegen zijn; zitten om; zich in armoede bevinden; tot armoede vervallen zijn; financieel aan de grond zitten; (4) verward zijn; verward staan; in de war zijn; niet weten wat te doen; verbluft staan; de kluts kwijt zijn; het noorden kwijt zijn; perplex staan; onthutst zijn; (5) verveeld raken; lastig gevallen worden; last ondervinden; gekweld worden; gehinderd worden; (6) ongerieflijk zijn; niet passen
体験する taikensuru (persoonlijk) ervaren; beleven; ondervinden
触れる fureru (1) raken; beroeren; bevoelen; betasten; aanvoelen; [i.h.b.] treffen; [i.h.b.] lopen op; [i.h.b.] schampen; (2) aanraken; aanroeren; vermelden; spreken over; ingaan op; [簡単に] aanstippen; (3) gewaarworden; merken; ondervinden; te maken krijgen met; te maken hebben met; betreffen; (4) in aanraking komen met; in strijd zijn met ~; [een wet, recht e.d.] schenden; ; rondvertellen; rondstrooien; verspreiden; te koop lopen met; rondbazuinen
遭う au tegenkomen; meemaken; beleven; [事故に] krijgen; [困難に] ondervinden; stoten op; stuiten op; geconfronteerd worden met; [災難に] te kampen hebben met; het hoofd moeten bieden aan
味を知る ajiwoshiru proeven; leren kennen; ervaren; de ervaring hebben; ondervinden; ondergaan; beleven
煽りを食う aoriwokuu (1) windstoten; windvlagen opvangen; (2) invloed ondergaan; ondervinden; beïnvloed worden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'ondervinden', strategie: exact). 
2005-2019