日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘ongerust’
日蘭辭典 (trefwoord)
anjiru案じる
t.w. (1) [考へる] denken over; overdenken; nadenken over. (2) [工夫する] t.w. uitdenken; bedenken; verzinnen. (3) [心配する] ongerust zijn over; zich bezorgd maken over. ¶ 案じ煩ふ doodelijk ongerust zijn.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
ayabumu危ぶむ
i.w. vreezen; ongerust zijn
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
daijōbu大丈夫

(1) [安全] veiligheid v. (2) [確實] zekerheid v. ¶ 大丈夫veilig; zeker; betrouwbaar. ¶ 大丈夫です maak u niet ongerust; ge kunt erop rekenen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ongerust>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
後ろめたい ushirometai (1) bezorgd; ongerust; (2) sceptisch; wantrouwig; wantrouwend; kritisch; twijfelend; twijfelzuchtig; ongelovig; achterdochtig; argwanend; ombrageus; (3) gegeneerd; teruggehouden; beschroomd; bedeesd; schuw
訝しい ibukashii (1) verdacht; bedenkelijk; wantrouwig; achterdochtig; argwanend; (2) geïntrigeerd; benieuwd; (3) bezorgd; ongerust; verontrust; onzeker
心配して shinpaishite bezorgd; ongerust; bekommerd; verontrust; angstig; benauwd; in spanning; met verontrusting; met zorg
心配そうに shinpaisouni zorgelijk; bezorgd; verontrust; angstig; ongerust; bekommerd
心配 shinpai (1) bezorgdheid; zorg; bekommering; bekommernis; ongerustheid; kommernis; kommer; muizenis; muizennest; kopzorg; beslommering; angstig; bang voorgevoel; beduchtheid; benauwdheid; (2) zorg; behartiging; hulp; ontferming; ; (1) bezorgd; ongerust; bekommerd; beducht; angstig; bang; benauwd; (2) kommerlijk; zorgelijk
心細い kokorobosoi (1) bezorgd; ongerust; onzeker; (2) ontmoedigd; mismoedig; (3) eenzaam; verlaten; hulpeloos; verloren; hopeloos; (4) onttrokken; onthecht [esthetische houding bij het scheppen van dichtwerk]
心許ない kokoromotonai (1) ongerust; bezorgd; onzeker; hachelijk; bevreesd; bang; (2) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; twijfelachtig; dubieus; bedenkelijk; (3) ongeduldig; (4) onduidelijk; vaag
動揺する douyousuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
不安 fuan bezorgd; ongerust; onrustig; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker; ; bezorgdheid; ongerustheid; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'ongerust', strategie: exact). 
2005-2020