日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘onheil’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakunan厄難
zn. ramp v.; onheil o.
wazawai
(災い) zn. ramp v.; onheil o.; bezoeking v.; beproeving v. ¶ に遭ふ door een ramp bezocht worden; geteisterd worden. ¶ 自らを招く zich ongeluk op den hals halen. ¶ なる哉 wee hem! ¶ 轉じて福となる geluk komt uit het onheil voort.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onheil>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ロックrokku (1) slot; sluiting; (2) rots; klip; (3) [fig.] klip; bron van gevaar; onheil; (4) rock; rockmuziek; rock-'n-roll; (5) [myth.] Rok; (6) on the rocks; op ijs(blokjes); met ijs(blokjes); (7) Locke; John [Engels wijsgeer; (1632 - 1704)]
不吉fukitsu onheil; slecht voorteken; kwaad omen; veeg teken; iets onheilspellends
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
yaku (1) ongeluk; ellende; kwaad; onheil; tegenspoed; tegenslag; pech; ramp; (2) ongeluksjaar; pechjaar; (3) [geneesk.] pokziekte; kinderpokken; pokken; variola
厄落としyakuotoshi (1) ontkoming aan het kwaad; onheil; (2) uitdrijving; uitbanning van het kwaad; exorcisme; bezwering
害毒gaidoku kwaad; schade; onheil; kwade; verpestende; schadelijke invloed; pest; verderf; vloek; kanker; vergif; vergift
悲運hiun treurig; droevig; ongelukkig lot; noodlot; ongeluk; onheil; doem
doku (1) gif; vergif; vergift; venijn; toxicum; [lit.t.] gal; (2) wat schadelijk is; schade (voor); iets kwalijks; kwaad; venijn; (a) gif; (b) krenking; grief; (c) onheil; (d) wrok; (e) India
災いwazawai (1) onheil; tegenslag; tegenspoed; ongeluk; narigheid; pech; ernstige moeilijkheden; (2) ramp; rampspoed; ellende; [Belg.N.] miserie; wee; (3) ongemak; ongerief
災厄saiyaku ramp; drama; onheil; ongeluk
災害saigai ramp; onheil; catastrofe; rampspoed; calamiteit; ellende
災難sainan ongeluk; tegenspoed; tegenslag; pech; rampspoed; ramp; onheil; catastrofe; calamiteit
nan (1) moeilijkheid; probleem; (2) moeilijke omstandigheden; problemen; nood; last; (3) onheil; ramp; (4) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; (5) kritiek; bezwaar; aanmerking
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.55 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'onheil', strategie: exact). 
2005-2022