日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘onschuldig’
日蘭辭典 (trefwoord)
adokenai邪氣無い
(あどけない) bn. onschuldig; schuldeloos; kinderlijk; naiëf.
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
neko
zn. (1) [動物] poes v.; kat v.; kater (牡) m. (2) [藝者] geisha v. ¶ 族 de katachtigen. ¶ をかぶる onschuldig gezicht zetten. ¶ も杓子も letterlijk iedereen. ¶ に小判 paarlen voor de zwijnen.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
tsumi
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [] straf v. ¶ 服する schuld bekennen. ¶ より救ふ redden van de zonde. ¶ 犯す misdrijf begaan. ¶ を負はす beschuldigen. ¶ を免れる straf ontloopen. ¶ 贖ふ schuld boeten. ¶ ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ なき onschuldig. ¶ する straffen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onschuldig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あどけないadokenai onschuldig; argeloos; onnozel; innocent; naïef; ingénu; engelachtig; angeliek; kinderlijk; kinderachtig
お目出度いomedetai (1) heuglijk; blij; heerlijk; gelukkig; fortuinlijk; door geluk begunstigd; gunstig; genadig; gelukwensen waard; (2) veelbelovend; (3) goedaardig; onschuldig; sullig; idioot; onnozel; naïef; belachelijk; dwaas; niet goed wijs
初々しいuiuishii onschuldig; argeloos; onbedorven; puur; onbevlekt; simpel; nuchter; naïef; ongekunsteld
ubu (1) naïef; ingénu; argeloos; onschuldig; bleu; nog niet droog achter de oren; (2) onervaren; groen; onbedreven; ongeoefend
子供らしいkodomorashii kinderlijk; kinderachtig; onschuldig; argeloos; kinder-; [w.g.] kinds
害のないgainonai onschadelijk; ongevaarlijk; onschuldig; innocent; inoffensief; [fig.] tandeloos
幼いosanai (1) zeer jong; jeugdig; kinderlijk; juveniel; (2) kinderachtig; onnozel; immatuur; onrijp; naïef; onschuldig; groen achter de oren; onervaren
幼けitaike (1) aandoenlijk; ontroerend; aangrijpend; erbarmelijk; beklagenswaardig; arm; hulpeloos; zielig; (2) lief; snoezig; schattig; (3) klein; jong; onschuldig; pril; teer
当たり障りatarisawari [~のない] onschuldig; onschadelijk; geen ergernis wekkend; geen aanstoot gevend; neutraal
当たり障りのないatarisawarinonai onschuldig; onschadelijk; geen ergernis wekkend; geen aanstoot gevend; neutraal
清純なseijunna zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
潔白keppaku (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; onschuldigheid; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig
無垢muku (1) [boeddh.] vimalā [= onbezoedeldheid; smetteloosheid]; (2) ongereptheid; onbevlektheid; vlekkeloosheid; onschuld; schuldeloosheid; (3) onversnedenheid; onvermengdheid; zuiverheid; reinheid; puurheid; (4) effen kimono; (5) onbezoedeld; smetteloos; ongerept; onbevlekt; vlekkeloos; onschuldig; schuldeloos; puur; zuiver; rein; onversneden; onvermengd
無垢のmukuno (1) zuiver; puur; rein; vlekkeloos; smetteloos; onbevlekt; ongerept; zonder smet; (2) onschuldig; innocent; (3) puur; onversneden
無実のmujitsuno (1) onfeitelijk; onwerkelijk; ongegrond; ongefundeerd; onwaar; vals; (2) onschuldig
無害なmugaina onschadelijk; ongevaarlijk; onschuldig; gifvrij
無罪のmuzaino onschuldig; schuldeloos; innocent; [veroud.] onnozel
無邪気なmujakina onschuldig; argeloos; naïef; onnozel; ingénu; innocent; ongekunsteld; eenvoudig; [veroud.] simpel
白いshiroi (1) wit; blank; [m.b.t. haar] grijs; (2) leeg; blanco; onbeschreven; onbedrukt; oningevuld; opengelaten; (3) net; proper; schoon; rein; zuiver; smetteloos; vlekkeloos; [fig.] onbedorven; [fig.] onschuldig
純情junjou (1) zuiver hart; argeloos hart; rein (van) geest; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; eerlijkheid; oprechtheid (des harten); naïviteit; argeloosheid; ingenuïteit; (2) onschuldig; schuldeloos; onnozel; eerlijk; oprecht; naïef; argeloos; ingénu
純真junshin (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
純粋junsui (1) puurheid; [form.] puurte; zuiverheid; [w.g.] zuiverte; [m.b.t. metalen] gedegenheid; (2) echtheid; raszuiverheid; onvervalstheid; genuïteit; authenticiteit; oorspronkelijkheid; waarachtigheid; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; [fig.] blankheid; (3) puur; zuiver; louter; naturel; [m.b.t. metalen] gedegen; (4) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋なjunsuina (1) puur; zuiver; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋のjunsuino (1) puur; zuiver; rein; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; absoluut; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
jun (1) zuiver; puur; echt; onversneden; onvermengd; authentiek; onvervalst; (2) onbevlekt; rein; onschuldig; onbedorven; (3) puur …; zuiver …; (a) zuiver; puur
罪のないtsuminonai onschuldig; schuldeloos; schuldloos; onschadelijk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'onschuldig', strategie: exact). 
2005-2021