日蘭辭典+

41 resultaten voor ‘ontvangen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ukeru受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
morau貰ふ
t.w. (1) [受ける] ontvangen; krijgen. (2) [......して貰ふ] gedaan krijgen; i.w. behandeld worden. ¶ 妻を貰ふ een vrouw krijgen; trouwen. ¶ 養子を貰ふ een kind adopteeren. ¶ 病氣貰ふ ziek worden. ¶ 靴を修繕して貰ふ schoenen laten repareeren. ¶ 選擧して貰ふ gekozen worden. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren.
ashirauあしらふ
(あしらう) t.w. (1) [待遇] ontvangen; behandelen; onthalen. ¶ 丁寧に扱ふ hartelijk ontvangen; vriendelijk behandelen. (2) [配置する] plaatsen. (3) [食物を] opdisschen met; garneeren met;
agaru上る
(上がる ) i.w. (1) [上昇] stijgen; rijzen; klimmen; naar boven gaan. (2) [に] in een boom klimmen. ¶ 椅子にあがる op een stoel klimmen. (3) [陸に] aan wal stijgen; aan wal gaan. (4) [が] opgaan. (5) [が] geheschen worden. (6) [騰貴] stijgen. (7) [昇進] promotie maken; bevorderd worden. (8) [進步] vooruitgaan; vorderingen maken. (9) [罷める] ontheven worden van; ontslagen worden als. (10) [收入] ontvangen. (11) [休止] ophouden. ¶ があがった de regen heeft opgehouden. ¶ 天氣上る het weer is opgeklaard.
itadaku戴く
t.w. (1) [冠る] opzetten; dragen; op het hoofd hebben; i.w. bedekt zijn met. t.w. (2) [貰ふ] ontvangen; aanvaarden; krijgen. (3) [食ふ又は飮む] eten; drinken; gebruiken. i.w. [治者を] geregeerd worden door; t.w. boven zich hebben. ¶ 帽を戴く een hoed dragen. ¶ 水を一杯戴きます mag ik een glas water hebben? ¶ 戸を閉めて戴きませう zou u de deur dicht willen doen?
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
sata沙汰
zn. (1) [命令] lastgeving v.; opdracht v.; instructie v. (2) [通知] bericht o.; nieuws o.; mededeeling v. (3) [] gerucht o. ¶ 沙汰あり次第に zoodra bericht ontvangen is. ¶ 追って沙汰のあるまで tot nader order. ¶ 沙汰の限りだ het is ongehoord. ¶ 沙汰する berichten; mededeelen.
haietsu拜謁
(拝謁) zn. audientie v. ¶ 拜謁する op audientie gaan bij den keizer; in gehoor ontvangen worden.
SUPPLEMENT (trefwoord)
itadakimasuいただきます
(戴きます、頂きます) (uitdr.) (beleefd en nederig) ontvangen. (1) uitdrukking aan het begin van een maaltijd (in gebruik vaak equivalent aan ‘smakelijk eten’) (2) uitdrukking bij het nuttigen van een consumptie of het ontvangen van een kado, meest in een situatie van ongelijke hiërarchische verhoudingen. N.B. Als vaste uitdrukking staat deze vorm enigszins apart van het gebruik van itadaku als beleefd en nederig hulpwerkwoord.
haisha敗者
zn. verliezer (de). ¶ 敗者たちも「賞」を受けたのです。つまり、勝ったチームにたたきのめされたのでした。 Haishatachi mo ‘shō’ wo uketa no desu. Tsumari, katta chīmu ni tatakinomesareta no deshita. De verliezers ontvingen ook een ‘prijs’. Ze werden namelijk verslagen door het winnende team. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ontvangen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
貰う morau laten ~; doen ~; gedaan krijgen; ; krijgen; ontvangen; verkrijgen; bekomen; verwerven; behalen; boeken; scoren; in ontvangst nemen; winnen; [in zijn gezin] opnemen; [tot vrouw] nemen; tot zijn eigendom maken; [een infectie] opdoen; oplopen
出迎える demukaeru tegemoet gaan; tegemoet komen; verwelkomen; begroeten; ontvangen; inhalen; onthalen; afhalen
剃髪する teihatsusuru zich tonsureren; zich de (hoofd)kruin scheren; de tonsuur krijgen; ontvangen; getonsureerd worden; de (hoofd)kruin geschoren worden
迎える mukaeru (1) tegemoet gaan; tegengaan; verwelkomen; ontvangen; onthalen; begroeten; inhalen; (2) [嫁に] tot vrouw nemen; tot vrouw maken; [養子に] aannemen; [国王に] inhalen; (3) bereiken; komen tot; voor ogen hebben; [新時代を] ingaan; (4) laten komen; roepen; halen; ontbieden; uitnodigen
受け入れる ukeireru (1) ontvangen; toelaten; opnemen; aannemen; aanvaarden; accepteren; (2) inwilligen; toestaan; instemmen met; ingaan op; tegemoetkomen; verhoren; (3) opvangen; onthalen; binnenlaten; toegang geven
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek; ander referentiepunt]; (10) 10. erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) 11. populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
受け取る uketoru (1) ontvangen; in ontvangst nemen; aannemen; opvatten; (2) geloven; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; begrijpen; inzien
頂く itadaku (1) (nederig) in ontvangst nemen; ontvangen; krijgen; verwerven; (2) (nederig) de gunst ontvangen; (3) eten; drinken; gebruiken; (4) geregeerd worden door; ~ boven zich hebben; ~ als overste hebben; (5) [冠を] opzetten; dragen; [山が雪を] bedekt zijn met
遇する guusuru (1) behandelen; omgaan met; bejegenen; tegemoet treden; (2) ontvangen; onthalen
受容する juyousuru aanvaarden; aannemen; accepteren; opnemen; onthalen; ontvangen
出家する shukkesuru [boeddh.] de wereld vaarwel zeggen; zich van de wereld afwenden; afstand doen van de wereld; der wereld afsterven; de wereld afzweren; priester; bonze; geestelijke worden; tot priester; geestelijke gewijd worden; in een klooster treden; intreden; [meton.] de tonsuur krijgen; ontvangen; de pij aannemen; het habijt aannemen
受領する juryousuru ontvangen; in ontvangst nemen; aannemen; aanvaarden; accepteren
受胎する jutaisuru ontvangen; bevrucht worden; zwanger worden; in verwachting raken; concipiëren
集金する shuukinsuru innen; beuren; inbeuren; incasseren; ontvangen; gelden in ontvangst nemen; geld ophalen; inzamelen; ingaren; invorderen
受給する jukyuusuru ontvangen; krijgen; trekken; genieten
受信する jushinsuru ontvangen; doorkrijgen
清濁併せ呑む seidakuawasenomu ± met iedereen omgaan; ontvangen; accepteren zonder aanzien des persoons; verdraagzaam zijn
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) 10. boeken; reserveren; vastleggen; (11) 11. innemen; bezetten
取り立てる toritateru (1) innen; ontvangen; in ontvangst nemen; incasseren; invorderen; beuren; collecteren; [税を] heffen; (2) bevorderen; in rang verhogen; een hogere post; positie geven; promoveren
得票する tokuhyousuru stemmen behalen; krijgen; winnen; ontvangen
賜う tamau [humiliatieve variant van もらう] ontvangen; krijgen; [i.h.b.] te eten; drinken krijgen; nuttigen; ; (1) […~] [benadrukt de welwillendheid van het onderwerp (de schenker)]; (2) […~] [betoont eer aan het onderwerp]; (3) […(さ)せ~] [drukt buitengewoon respect uit]; (4) […~] [formuleert aan standgenoten of ondergeschikten een discreet bevel]; (5) 10. [聞き; 見~] [drukt het ontvangen van een gunst of toelating uit] mogen; (6) 11. [思い; 聞き; 見~] [drukt nederigheid uit t.o.v. de toegesprokene]; ; (1) [honoratieve variant van ataeru en kureru] zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen; toestaan; toekennen; uitreiken; vereren met; (2) [honoratieve variant van yokosu] sturen; zenden; (3) [zelfverheerlijkende variant van ataeru] ± zo goed zijn te geven; (4) […たまえ] [drukt een bevel; uitnodiging uit]
賜る tamawaru (1) krijgen; ontvangen; vereerd worden met; (2) zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen
徴税する chouzeisuru belasting innen; heffen; ontvangen
頂戴する choudaisuru ontvangen; krijgen; in ontvangst nemen; aanvaarden; aannemen; accepteren; aanpakken; [i.h.b.] te eten en te drinken krijgen
授かる sazukaru (1) geschonken; toegekend krijgen; gezegend; begiftigd zijn met; bedacht worden met; genieten; ontvangen; (2) les; onderricht krijgen in; onderwezen worden in; ingewijd worden in
応対する outaisuru een onderhoud hebben; ontmoeten; een ontmoeting hebben; ontvangen; confereren; in conferentie zijn
応接する ousetsusuru ontvangen; ontvangst houden; receptie houden; recipiëren; voor een gesprek ontvangen
懐妊する kaininsuru zwanger worden; in verwachting raken; concipiëren; ontvangen
懐胎する kaitaisuru zwanger worden; in verwachting raken; concipiëren; ontvangen
あしらう ashirau (1) behandelen; ontvangen; onthalen; omgaan met; omspringen met; (2) nonchalant; slordig; zozo behandelen; lichtzinnig omgaan met; onzorgvuldig omspringen met; (3) van iets passends voorzien; schikken; plaatsen; [肉に野菜を] garneren met; versieren met; opmaken met; dresseren; aankleden; afwerken; (4) [nō-term] muzikaal begeleiden
与る azukaru (1) betrokken zijn bij; deelnemen aan; in; een rol spelen bij; een factor zijn in; de hand hebben in; deel hebben aan; bijdragen tot; meewerken aan; participeren in; aandeel hebben in; gekend worden in; (2) [お褒めに] genieten; [お招きに] ontvangen; deelachtig worden; delen in
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'ontvangen', strategie: exact). 
2005-2019