日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘op’
日蘭辭典 (trefwoord)
okiru起きる
i.w. (1) [起立] opstaan. (2) [眠覺] ontwaken; wakker worden. (3) [起座] op blijven. ¶ 起きて op; wakker. ¶ 今朝早く起きた ik ben vanmorgen vroeg opgestaan.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
ue
zn. (1) [頂] top m. (2) [] bovenste gedeelte v.; bovenkant m. ¶ このない喜び grootste vreugde. ¶ いやがにも tot overmaat. ¶ 下からまで van onder tot boven. ¶ の bovenst; hoogst. ¶ の文 bovenstaande zin. ¶ 五つからの子供 kinderen van vijf jaaren ouder. ¶ 丘の huis op den heuvel. ¶ 其の bovendien; daarenboven. ¶ naar boven. ¶ op; bovenop; na (後に). ¶ onder invloed van drank. ¶ 歸京の toen ik in Tokyo terug kwam. ¶ 再考ので bij nadere overweging. ¶ かくなるは nu het zoover gekomen is. ¶ ……のに出る overtreffen; meer zijn dan. ¶ 一番は八つです het oudste kind is acht. ¶ にはある niets is volmaakt; alles is voor verbetering vatbaar.
kan-suru關する
(関する) i.w. (1) [關係する] verband houden met; in betrekking staan tot; t.w. aangaan; betreffen. i.w. (2) [影響] van invloed zijn op. (3) [干涉]する] zich bemoeien met.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <op>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
外方 soppo de andere kant uit; op
増減する zougensuru doen toe- en; of afnemen; variëren; doen veranderen; variatie aanbrengen; ; toe- en; of afnemen; op- en neergaan; vermeerderen en; of verminderen; stijgen en; of dalen; rijzen en; of dalen; op- en teruglopen; variëren; veranderen; fluctueren; schommelen; wijzigen
照らす terasu (1) beschijnen; schijnen over; op; belichten; verlichten; licht werpen; laten vallen op; (2) tegen het licht houden van; toetsen aan; vergelijken met; bij
照らせる teraseru (1) kunnen beschijnen; kunnen schijnen over; op; kunnen belichten; kunnen verlichten; licht kunnen werpen; laten vallen op; (2) tegen het licht kunnen houden van; kunnen toetsen aan; kunnen vergelijken met; bij
連ねる tsuraneru (1) op; in een rij plaatsen; rijen; [真珠を] rijgen; [美辞麗句を] op elkaar laten volgen; aaneenschakelen; (2) [名を] opgeven; aanmelden; (3) meenemen; doen volgen
本格的に honkakutekini echt; regelrecht; op-en-top; volgens de regels van de kunst; in alle ernst; ten volle; ernstig
本格的な honkakutekina echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen
本格的 honkakuteki (1) echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen; (2) op dreef; op gang; op schot; op weg; op volle toeren
次第 shidai (1) volgens ~; naar ~; op ~; al naargelang (van); afhankelijk (zijn) van; het ligt aan ~; het is aan ~; afhangen van; (2) zodra (als); zo gauw; meteen (als; toen ~); direct bij ~; na ~ [i.c.m. ren'yōkei van een dōshi]; ; (1) volgorde; programma; (2) omstandigheden; toedracht
上下する jougesuru (1) stijgen en dalen; rijzen en dalen; op- en neergaan; omhoog- en omlaaggaan; fluctueren; schommelen; (2) op- en afgaan; [i.h.b.] op- en afrijden; [i.h.b.] op- en afvaren
上下 jouge verticaal; [verkeers.] binnenkomend en uitgaand; [verkeers.] beide richtingen; ; (1) tweedelig pak; jasje en broek; (2) stijging en daling; rijzing en daling; fluctuatie; schommeling; [atr.] op- en neergaand; (3) hoog en laag; hogere en lagere standen; boven- en onderlaag (van de maatschappij; bevolking); klein en groot; geringen en aanzienlijken; meerdere en mindere; regeerders en onderdanen; baas en ondergeschikte; [i.h.b.] alle klassen; standen; [i.h.b.] hiërarchie; [i.h.b.] orde; rangorde; [i.h.b.] sociale status; (4) set van twee boekdelen; volumes I en II
こびり着く kobiritsuku blijven vastzitten; vast blijven (zitten) aan; op; bijblijven; plakken; vastkleven; kleven; zich vastzetten; zich vasthechten; aanhangen; [固まって] aankoeken
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
大体 daitai (1) zogoed als; vrijwel; nagenoeg; praktisch; zogezegd; (2) over 't algemeen; globaal genomen; ruwweg; grofweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; globaliter; in grote lijnen; trekken; grotendeels; min of meer; (3) in se; als zodanig; in feite; eigenlijk; au fond; in de grond; (4) volslagen; volkomen; op-en-top; ; (1) grote lijnen; trekken; hoofdzaken; kern; essentie; hoofdgedachte; teneur; strekking; draad; hoofdlijnen; hoofdtrekken; hoofdpunten; grondtrekken; globaliteit; algemeenheid; algemeniteit; (2) gros; hoofdmoot; meerderheid; het meeste; grootste deel; grootste gedeelte; merendeel; leeuwendeel
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
遡れる sakanoboreru (1) tegen de stroom in kunnen gaan; kunnen ingaan; tegen de stroom kunnen oproeien; stroomopwaarts; naar de bron toe kunnen gaan; (2) zijn oorsprong kunnen vinden in; kunnen teruggaan tot; op; kunnen dateren uit; van; kunnen stammen uit; kunnen dagtekenen uit; kunnen bestaan sinds
遡る sakanoboru (1) tegen de stroom in gaan; ingaan; tegen de stroom oproeien; stroomopwaarts; naar de bron toe gaan; (2) zijn oorsprong vinden in; teruggaan tot; op; dateren uit; van; stammen uit; dagtekenen uit; bestaan sinds
ばてる bateru uitgeput; doodop; doodmoe; afgemat; bekaf raken; volkomen uitgeteld raken; aan het eind van zijn krachten raken; op; kapot zijn; er doorheen zitten; er door zitten; niet meer kunnen
寝る子は育つ nerukohasodatsu [lett.] slapende kinderen groeien (flink) op
赤の akano volkomen …; op-en-top …; geheel en al …; volslagen …
aka 22. volkomen …; op-en-top …; geheel en al …; ; (1) rood [= de kleur █]; (2) roodbruin [= de kleur █]; (3) [hofdamesjargon] azuki; adukiboon; (4) baby; kindje; (5) rode rijst; (6) roodkoper; (7) sake; (8) [cul.] roodbruine miso; (9) tekort; deficit; rode cijfers; roodstand; rood; (10) 10. laatste tram; laatste trein; (11) 11. laatste bus; (12) 12. rood licht; rood verkeerslicht; stoplicht; (13) 13. [sportt.] rode ploeg; (14) 14. [pol.] rood; [i.h.b.] een rooie; (15) 15. [kaartsp.] twaalf rode kaarten in het mekuri-kaartspel; (16) 16. [kaartsp.] aka [= naam van elk van de drie vijfpuntenkaarten in het hanafuda-kaartspel; voorgesteld door een rode papierstrook over een patroon van resp. pijnboomen; pruimenbomen en sierkersen]; [meton.] stel van drie aka-kaarten; (17) 17. [Barg.] brand; vuur; [i.h.b.] vuurtje; lucifer; (18) 18. [Barg.] inbraak na het openbranden van het slot; (19) 19. [Barg.] bloed; [i.h.b.] menstruatie; [vulg.] de rooie loop; (20) 20. [Barg.] diefstal van metaalgeld; (21) 21. [krantenjargon] kosteloze advertentie; gratis krant
上がり降りする agariorisuru naar boven en naar beneden gaan; op- en aflopen
上がり下がり agarisagari (1) op- en neergang; het op-en-neergaan; wisselvalligheden; schommeling; (2) [価格の] het stijgen en dalen; fluctuatie
に対し nitaishi tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; bij; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対して nitaishite tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
に対する nitaisuru tegen; tegenover; [afk.] tgov.; jegens; in tegenstelling tot; met; [afk.] i.t.t.; onderscheiden van; [m.b.t. evenredigheid] op; per
にして nishite (1) [partikel dat een tijd, plaats of toestand aangeeft] in; te; op; (2) [partikel dat nadruk legt]; (3) [partikel dat een voegwoordelijk verband legt]
に於ける niokeru [場所~] in; [学校~] op; [正午~] tijdens; [日本人~] onder; bij
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.68 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'op', strategie: exact). 
2005-2019