日蘭辭典+

34 resultaten voor ‘openen’
日蘭辭典 (trefwoord)
akeruあける
(開ける・空ける) t.w. (1) [開く] openen; opendoen; openmaken; ontsluiten; openleggen. (2) [空にする] ledigen; ontruimen. ¶ 二行をづつあける twee regels openlaten; twee regels overslaan. (3) [穴を] een gat boren. (4) [道を] uit den weg gaan. (5) [家を] ontruimen (借家を明拂ふ).
tsunoru募る
t.w. (1) [兵士を] oproepen; recruteeren; onder de wapens roepen. (2) [税を] heffen. i.w. (3) [公債等] inschrijving openen. (4) [烈しくなる] hevig worden; erger worden. ¶ 職工を募る werkvolk aannemen. ¶ 寄附を募る bijdragen verzamelen. ¶ 外債を募る buitenlandsche leening uitschrijven. ¶ 病氣が募った de ziekte is erger geworden. ¶ 火勢は募る de brand neemt in hevigheid toe.
sen
zn. kurk v.; prop v.; stop v.; kraan (ねぢ口の) v. ¶ 栓をさす kurken; stop erop doen. ¶ 栓を抜く ontkurken; openen. ¶ 栓を捻って出す kraan opendraaien.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
giji議事
zn. behandeling (in de kamer). ¶ 議事を開く de zitting openen. ¶ 議事日程 de orde van den dag. ¶ 議會の議事錄 handelingen van de Staten-Generaal; verslag van de raadszitting.
kaigyō開業

zn. opening van een zaak; begin van een bedrijf. ¶ 開業する zaak openen; bedrijf beginnen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
オープンするoopunsuru opengaan; (zich) openen; geopend worden; z'n deuren openen
公開するkoukaisuru openen; openstellen voor het publiek; toegankelijk maken voor het publiek; [m.b.t. kunst] ter bezichtiging stellen; exposeren; tentoonstellen; exhiberen; [m.b.t. film] vertonen; uitbrengen
出すdasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.; お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを〜] halen; opdrijven; (12) [店; 支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
切開するsekkaisuru [chir.] opensnijden; openen; insnijden; incideren; seceren; opereren
始まるhajimaru (1) beginnen; aanvangen; starten; openen; een aanvang nemen; [学校が] aangaan; van wal steken; [van periodes] inzetten; intreden; [brand; oorlog enz.] uitbreken; [i.h.b.] dateren (uit); ontstaan; ontspringen; zijn oorsprong vinden in; incipiëren; [w.g.] zich instellen; (2) [van tic; hebbelijkheid enz.] (weer) beginnen
始めるhajimeru (1) beginnen; aanvangen (met); [撤退を] aanvaarden; starten; in gang zetten; [話; 歌を] aanheffen; [追跡を] inzetten; [砲撃; 営業を] openen; [企業を] opstarten; [連絡; 議論を] aanknopen; aanbinden; een aanvang nemen met; een begin maken met; aanvatten; ter hand nemen; tijgen aan; [戦闘を] aangaan; entameren; lanceren; initiëren; (2) weer bezig zijn [met een hebbelijkheid; tic enz.]; (3) […~] beginnen te …
taku (a) openen; openleggen; baan breken; (b) een rubbing maken; (c) vallen; ten onder gaan
暴くabaku onthullen; openbaren; bekendmaken; aan het licht brengen; blootleggen; [墓を] openen; openbreken; schenden
置く ; 措く (bet. 6) ; 擱く (bet. 17)oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud; zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw; rijp; rijm; nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
見開くmihiraku (1) [目を~] de ogen opensperren; spalken; wijd openzetten; openen; openspalken; opspalken; grote ogen opzetten; (2) doorzien; doorhebben; doorgronden
起す ; 起こす ; 興すokosu (1) rechtop zetten; oprichten; [撃鉄を] overhalen; overeind helpen; helpen opstaan; ophelpen; (2) wekken; wakker maken; (3) beginnen; aanvangen; openen; [訴訟を] aanspannen; instellen; (4) veroorzaken; aanleiding geven tot; teweegbrengen; aanstichten; aanrichten; (5) [熱; 電気を] produceren; voortbrengen; genereren; verwekken; opwekken; doen ontstaan; [火を] aanleggen; aansteken; (6) doen herleven; opnieuw doen leven; (7) ziek worden; [病気を] oplopen; getroffen worden door; een aanval hebben van; krijgen; (8) oprichten; stichten; vestigen; in het leven roepen; (9) ploegen; omwerken; [土を] omwoelen
開くaku (1) [窓; 鍵が] opengaan; (2) [店が] openen; beginnen; starten; (3) [票が] geopend worden; gedepouilleerd worden; (4) [目; 口が] zich openen
開くhiraku (1) openen; opendoen; openmaken; vrijmaken; openstellen; [i.h.b.] stichten; oprichten; starten; beginnen; [van recepties; bijeenkomsten e.d.] houden; [een fuif e.d.] geven; (2) openvouwen; ontvouwen; uitpakken; (3) imikotoba voor "breken"; (4) [wisk.] de wortel trekken [uit een getal]; (5) ontsluiten; in cultuur brengen; in exploitatie brengen; ontwikkelen; beschaven; [道を] banen; (6) bevatten; met het verstand omvatten; (7) [drukk.] kanji in hiragana omzetten; (8) zich openen; opengaan; zich ontsluiten; (9) [van bloemen] ontluiken; openbloeien; [lit.t.] opluiken; (10) [van vergaderingen e.d.] uiteengaan; (11) [van aantallen; afstanden e.d.] uiteen gaan liggen; uiteenlopen; (zich) verwijden
開けるakeru (1) [門; 扉; 窓; 口; 目を] openen; opendoen; [鍵を] van het slot doen; ontsluiten; [封を] openmaken; [蓋を] lichten; (2) [店; 小屋を] openen
開け放すakehanasu (1) [窓を] opengooien; [戸を] openzetten; openstellen; openen; (2) [fig.] rond voor iets uitkomen; open kaart spelen; kaart op tafel spelen; z'n kaarten op tafel leggen; blootleggen
開会するkaikaisuru (1) [会合が] openen; opengaan; geopend worden; gehouden worden; zitting hebben; houden; (2) [会を] openen
開催するkaisaisuru houden; organiseren; doen plaatsvinden; openen
開園するkaiensuru [動物園; 植物園; 遊園地; 幼稚園が] opengaan; openen; geopend worden
開場するkaijousuru opengaan; openen; geopend worden
開封するkaifuusuru ontzegelen; het zegel lichten; openen; verbreken
開局するkaikyokusuru (1) [郵便局を] openen; [放送局を] oprichten; lanceren; (2) [郵便局が] openen; geopend worden; opengaan; [放送局が] van start gaan; opgericht worden
開拓するkaitakusuru ontginnen; ontwikkelen; bebouwbaar maken; in cultuur brengen; aan snee bren­gen; in exploitatie brengen; tot bouwland omploegen; ontsluiten; openen; openleggen; [veroud.] aanbouwen; [fig.] aanboren
開放するkaihousuru openen; openzetten
開校するkaikousuru een school oprichten; stichten; beginnen; openen
開業するkaigyousuru een zaak beginnen; oprichten; opzetten; openen; een eigen praktijk; bedrijf beginnen; zich als [arts; advocaat enz.] vestigen; zijn werkzaamheden als [arts; advocaat enz.] aanvangen; zich installeren
開示するkaijisuru openbaar maken; bekendmaken; openen; opening doen; vrijgeven; overleggen; [Belg.N.] voorleggen; [jur.] ter inzage leggen
開設するkaisetsusuru oprichten; vestigen; openen; installeren
開館するkaikansuru [図書館; 映画館が] openen; opengaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'openen', strategie: exact). 
2005-2021