日蘭辭典+

42 resultaten voor ‘openhartig’
日蘭辭典 (trefwoord)
arawaniあらはに
(露わに、露に、あらわに) bw. (1) [明らさまに] ronduit; openhartig; zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden. ¶ 明らさまに總てを云ひなさい je moet alles ronduit zeggen. (2) [公然と] openlijk; in het openbaar.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
akarasama ni明樣に
(あからさまに) bw. duidelijk; uitdrukkelijk; zonder omwegen; openhartig.
akehanashino開け放しの
bn. openhartig.
akehanashi ni開け放しに
tsutsumikakusu包隱す
(包み隠す) t.w. verbergen; verheimelijken; in den doofpot doen. ¶ 包隱さずに ronduit; openhartig; zonder iets te verzwijgen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openhartig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あっさりassari (1) eenvoudig; simpel; zonder meer; gewoonweg; sec; tout court; (2) openhartig; eerlijk; rondborstig; frank; zonder enige reserve; (3) zo maar; vlot; met gemak; moeiteloos; gewoonweg; geredelijk; licht
あっさりしたassarishita eenvoudig; simpel; beknopt; bondig; sober; [~食べ物] licht; [~人] openhartig; eerlijk; rondborstig; frank
さっぱりsappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
さっぱりしたsapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
ずけずけzukezuke onverbloemd; cru; onbewimpeld; onverholen; onomwonden; eerlijk; frank; rechtuit; openlijk; openhartig; oprecht; ronduit; zonder er doekjes om te winden; botweg; onbehouwen
ずばりzubari (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
ずばりとzubarito (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
はっきりhakkiri (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opgewekt [van gemoed; geestesgesteldheid]; helder [van weersgesteldheid]; bestendig; (3) ronduit; oprecht; eerlijk; openhartig; open; rechtuit; rechtdoorzee; onomwonden; onverbloemd; ruiterlijk
オープンoopun open; openhartig
オープンにoopunni open; openhartig
ガラガラgaragara (1) geratel; gerammel; gekletter; (2) rammelaar; ratel; (3) leeg; kaal; verlaten; onbezet; (4) ratelend; rammelend; kletterend; [落雷が] klaterend; (5) openhartig; eerlijk; frank; rechtuit; vrijmoedig
ストレートsutoreeto (1) [poker] straat; (2) [honkb.] strakke worp; (3) oprecht; eerlijk; onverbloemd; openhartig; open
フランクfuranku (1) frank; oprecht; openhartig; eerlijk; rechtuit; rondborstig; (2) [gesch.] Frank; Franken; (3) Frank; Franck
余儀無いyoginai (1) onvermijdelijk; onafwendbaar; onontkoombaar; onontwijkbaar; dwingend; noodzakelijk; (2) onbetwistbaar; onbestrijdbaar; onaanvechtbaar; (3) onomwonden; openhartig
剥き出しにmukidashini openhartig; eerlijk; openlijk; zonder er doekjes om te winden; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld; ronduit; rechtuit; rechtdoorzee; recht voor z'n raap
剥き出しのmukidashino (1) bloot; naakt; onbedekt; (2) openhartig; eerlijk; openlijk; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld
堂々たる ; 堂堂たるdoudoutaru (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
堂々と ; 堂堂とdoudouto (1) statig; in grote stijl; weids; groots; waardig; met allure; in al zijn waardigheid; met staatsie; majesteitelijk; plechtig; plechtstatig; plechtiglijk; gedragen; [muz.] grandioso; (2) met aplomb; geposeerd; zelfverzekerd; [Belg.N.] zelfzeker; onbedeesd; vol vertrouwen; (3) fair; billijk; eerlijk; rechtuit; openhartig; ronduit; openlijk; onverholen; onbewimpeld; ongegeneerd; simpelweg; eenvoudigweg; slechtweg; boudweg; zonder blikken of blozen; zonder poespas; rechttoe rechtaan
堂々とした ; 堂堂としたdoudoutoshita (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
心置き無くkokorookinaku (1) zonder enige reserve; terughoudendheid; zonder enig voorbehoud; zonder aarzelen; vrijelijk; vrij; ronduit; rechtuit; openhartig; onbeschroomd; zonder schroom; onbevangen; (2) onbevreesd; onbezorgd; zonder zich zorgen te hoeven maken; vrij van zorgen; onbekommerd; kommerloos; gerust; in alle rust; gemoedsrust
打ち解けて話すuchitoketehanasu een openhartig gesprek voeren; openhartig; vrijuit spreken
明け透けakesuke open; openhartig; eerlijk; rechtuit; oprecht; frank; onbewimpeld
歯に衣着せぬhanikinukisenu ± geen blad voor de mond nemen; geen wolf in zijn buik smoren; openhartig; rondborstig spreken
気さくkisaku (1) vrijmoedig; edelmoedig; gulhartig; openhartig; eerlijk; oprecht; (2) spontaan; ongekunsteld; pretentieloos; (3) hartelijk; goedmoedig; vriendelijk; aardig; welwillend; aimabel; vlot; joviaal
率直sotchoku oprecht; eerlijk; rechtuit; openhartig; frank; openlijk; vrijuit; rechttoe; rechtaan; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rechtuit; rechtdoorzee; ronduit; rondborstig; rondweg; vierkant; franchement; recht voor zijn raap
率直なsotchokuna oprecht; eerlijk; openhartig; frank; openlijk; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rondborstig
choku (1) recht; (2) rechtvaardig; (3) rechtuit; openhartig; gezellig; (4) rechtstreeks; onbelemmerd; (a) recht; (b) oprecht; echt; (c) rechtstreeks; direct; (d) meteen; onmiddellijk; dadelijk; (e) waarde; (f) dienst; dienstverlening
真っ直ぐ; 真直ぐ; 真っ直; 真っすぐmassugu (1) rechtheid; rechte richting; (2) recht; vlak; rechtlijnig; rechtop; rechtopstaand; overeind; rechtaan; rechtaf; rechtdoor; rechtuit; rechtstreeks; direct; regelrecht; linea recta; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (3) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
真っ直ぐなmassuguna (1) recht; vlak; rechtlijnig; rechtopstaand; rechtstreeks; direct; regelrecht; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (2) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
素直sunao (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht; zachtaardig; goedwillig; [i.h.b.] open; openhartig; eerlijk; naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; rechtuit; eenvoudig
素直なsunaona (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht(aardig); goedwillig; [i.h.b.] open; [i.h.b.] eerlijk; [i.h.b.] openhartig; [i.h.b.] naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; eenvoudig
開けっ広げakeppiroge (1) wijd open; wijd opengelaten; wijd openstaand; (2) open; openhartig; oprecht; rondborstig
開けっ放しakeppanashi (1) open; opengelaten; openstaand; (2) open; openhartig; oprecht; rondborstig
開け放しakehanashi (1) [foto.] [レンズの] volledige opening; (2) open; opengelaten; openstaand; (3) open; openhartig; oprecht; rondborstig
露骨rokotsu (1) open; frank; openhartig; eerlijk; onverholen; openlijk; onverheeld; onverbloemd; onomwonden; ondubbelzinnig; oprecht; rondborstig; [~に] zonder omwegen; vrijuit; ronduit; rechtuit; platweg; [Belg.N.] vlakaf; (2) grof; rauw; plat; laag-bij-de-gronds; platvloers; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; [m.b.t. mop] schuin; schunnig; aangebrand; suggestief; getint; [euf.] expliciet; onvertogen; onbetamelijk; indecent; scabreus
arawa (1) bloot; naakt; duidelijk zichtbaar; (2) openbaar; publiek; publiekelijk; (3) open; openlijk; onverholen; onverbloemd; onverheeld; onbewimpeld; onbedekt; onomwonden; vrijuit; openhartig; eerlijk; ronduit; (4) duidelijk; onmiskenbaar; apert; klaar; merkbaar; manifest; evident; uitgesproken; uitdrukkelijk; expliciet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'openhartig', strategie: exact). 
2005-2022