日蘭辭典+

7 resultaten voor ‘openlaten’
日蘭辭典 (trefwoord)
aida
zn. (1) [隔] ruimte v.; tusschenruimte v.; afstand m. (2) [時間] verloop o. ¶ をあける ruimte openlaten. (3) [の] vz. gedurende; vw. terwijl; onderwijl. ¶ 其intusschen. ¶ に立つ tusschenin staan. ¶ 七人のに分ける tusschen (又は onder) zeven menschen verdeelen. ¶ のは zoo lang als. ¶ 留守gedurende mijn afwezigheid; terwijl ik uit was. ¶ 君と僕の tusschen ons beiden. ¶ 此 kort geleden; onlangs. ¶ 御座候 aangezien.
akasu明す
(明かす) t.w. (1) [告げる] openbaren; vertellen. (2) [夜を明す] den geheelen nacht opblijven. (3) [隙かす] openlaten; ruimte laten.
akeruあける
(開ける・空ける) t.w. (1) [開く] openen; opendoen; openmaken; ontsluiten; openleggen. (2) [空にする] ledigen; ontruimen. ¶ 二行をづつあける twee regels openlaten; twee regels overslaan. (3) [穴を] een gat boren. (4) [道を] uit den weg gaan. (5) [家を] ontruimen (借家を明拂ふ).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openlaten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
抜くnuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad; ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
空けるakeru (1) [穴を] maken; boren; (2) [道を] vrijmaken; [席を] ruimen; [部屋を] ontruimen; wegtrekken; verhuizen; (3) [一行を] openlaten; [間を] vrijlaten; blank laten; leeg laten; (4) uitruimen; leeghalen; [鍋; 皿; 盃を] legen; ledigen; leegmaken; uitlegen; (5) [時間を] maken; vrijmaken; [部屋を] vrijhouden; openhouden; reserveren; beschikbaar houden; (6) [家を] niet thuis zijn; van huis weg zijn; niet aanwezig zijn; [veroud.] uithuizig zijn
開け放しにするakehanashinisuru openlaten; geopend laten
離すhanasu (1) scheiden; afscheiden; afzonderen; separeren; uit elkaar halen; uiteenzetten; (2) afhouden; uiteenhouden; weghouden; verwijderd houden; op afstand houden; [ruimte enz.] openlaten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'openlaten', strategie: exact). 
2005-2021