日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘oppervlakkig’
日蘭辭典 (trefwoord)
asahakana淺はかな
asai淺い
(浅い) bn. (1) [水深、容器等] ondiep. (2) [交際] oppervlakkig. (3) [知識] oppervlakkig. (4) [] licht. (5) [眠] licht. ¶ 夜は未だ淺い het is nog niet laat. ¶ 知己になってから日が淺い ik ken hem nog maar kort.
asamashii淺ましい
(浅ましい) bn. (1) [恥づべき] schandelijk. (2) [淺はかな] onnoozel; oppervlakkig; simpel. (3) [慘な] ellendig; miserabel; min.
zattoざっと
bw. ruw geschat; in ronde getallen; om en bij. ¶ ざっと目を通す vluchtig doorkijken. ¶ ざっと洗ふ even afspoelen. ¶ 事件ざっとそんなもんだ daar komt het ongeveer op neer. ¶ ざっとした vluchtig; oppervlakkig.
hyōmen表面
zn. oppervlakte v.; buitenkant (側面) m.; voorkant (前側) m.; bovenkant (上面) m. ¶ 表面oppervlakkig; schijnbaar; blijkbaar. ¶ 表面上 voor den vorm; voor den schijn; oppervlakkig beschouwd.
SUPPLEMENT (trefwoord)
fukuzatsu複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oppervlakkig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
上滑りuwasuberi (1) oppervlakkig; niet diepgaand; lichtvaardig; (2) wuft; lichtzinnig; frivool; onberaden; onbezonnen
上辺のuwabeno uitwendig; uiterlijk; schijnbaar; ogenschijnlijk; oppervlakkig; superficieel; schoonschijnend; cosmetisch
上辺はuwabeha op het eerste gezicht; aan de buitenkant; aan de oppervlakte; oppervlakkig; uiterlijk; ogenschijnlijk; schijnbaar
下手にhetani (1) oppervlakkig; vluchtig; onbevredigend; (2) slordig; onzorgvuldig; nonchalant; onverzorgd; (3) onhandig; stuntelig; onbeholpen
半生hannama (1) lang houdbare zoetigheden; (2) halfrauw; halfgaar; niet goed doorbakken; (3) lang houdbaar; (4) [fig.] ondoordacht; onrijp; oppervlakkig
半端hanpa (1) rest; het resterende; overschot; fragment; fractie; (2) onvolledig; onvoltallig; incompleet; gebrekkig; fragmentarisch; fragmentair; onaf; onvoltooid; onafgewerkt; gedeeltelijk; onvolmaakt; vol leemten; (3) resterend; overgeschoten; overblijvend; (4) halfslachtig; nonchalant; slordig; met de Franse slag gedaan; minimalistisch; oppervlakkig; (5) onbeslist; ambivalent
姑息kosoku voorlopig; tijdelijk; nood-; lenigend; gedeeltelijk; halfslachtig; onvolkomen; oppervlakkig; kortetermijn-; tussentijds
安価anka (1) goedkope; geringe prijs; klein; zacht prijsje; goedkoopte; goedkoopheid; (2) oppervlakkigheid; trivialiteit; waardeloosheid; banaliteit; (3) goedkoop; laag in prijs; laaggeprijsd; voordelig; redelijk; billijk; schappelijk; (4) [fig.] goedkoop; oppervlakkig; plat; van weinig waarde; triviaal; banaal; gemakkelijk; [~な同情] schraal; mager
形だけのkatachidakeno pro-forma-; … voor de vorm; schijn; formeel; vormelijk; oppervlakkig; symbolisch; excuus-
ada (1) vruchteloos; vergeefs; ijdel; (2) lichtzinnig; wispelturig; grillig; frivool; onbetrouwbaar; (3) vluchtig; voorbijgaand; efemeer; efemerisch; kortstondig; kortdurig; (4) nonchalant; oppervlakkig; slordig; (5) nutteloos; onnuttig; (6) [haiku] ongekunsteld geestig; schalks
憖っかnamajikka (1) enigszins; lichtelijk; halfjes; zonder veel overtuiging; (2) halfbakken; halfhartig; halfslachtig; lauw; oppervlakkig; ondoordacht; onbezonnen
浅いasai (1) ondiep; (2) oppervlakkig; vlak; (3) [日が~] pril; (4) [色が~] licht; bleek; (5) [香りが~] discreet; (6) [位; 家柄が~] onaanzienlijk; bescheiden; (7) [情愛が~] kil; onverschillig; lauw; afstandelijk
浅はかasahaka (1) onbezonnen; lichtvaardig; onbedachtzaam; ondoordacht; onberaden; lichtzinnig; (2) ondiep; oppervlakkig; (3) oppervlakkig; niet-diepgaand; wuft; luchtig; frivool; onnozel; luchthartig; lichthartig
浅手asade (1) ondiepe verwonding; oppervlakkige wond; lichte blessure; kwetsuur; huidwond; schram; krab; (2) ondiep; oppervlakkig
asa (1) [slang] boerse samoerai; (a) laag; ondiep; oppervlakkig; licht; bleek
薄っぺらusuppera (1) heel dun; dunnetjes; nietig; goedkoop; (2) oppervlakkig; niet-diepgaand; onbenullig; wuft; frivool
薄手usude (1) [~の] dun; licht; (2) lichte; oppervlakkige wond; (3) pover; oppervlakkig; weinig om het lijf hebbend
kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang; 1,48 m breed; 2 m hoog; en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'oppervlakkig', strategie: exact). 
2005-2021