日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘oprechtheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitchoku實直
(実直) zn. oprechtheid v.; eerlijkheid v.; betrouwbaarheid.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
shisō志操
zn. doel o.; beginsel o.; oprechtheid (節操) v. ¶ 堅き志操 vaste wil; groot doorzettingsvermogen.
bokuchoku樸直

zn. argeloosheid v.; oprechtheid v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oprechtheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
丹誠tansei ernst; oprechtheid; toewijding; overgave
tan (1) cinnaber; zinnober; mercurisulfide; [veroud.] zwavelkwik; (2) helderrood; vermiljoen; (3) [chem.] loodglans; galeniet; loodmenie; loodplumbaat; (4) elixir; elixer; [i.h.b.] levenselixer; (5) Tanba [voormalige provincie]; (6) Tango [voormalige provincie]; (7) [geneesk.] [volgt op de naam van een pil of zalfje]; (a) zalfje; (b) helderrood; vermiljoen; (c) feiten; waarheid; oprechtheid; (d) Khitan; Kitan [Mongools volk]
信義誠実shingiseijitsu [jur.] goede trouw; oprechtheid; sinceriteit; [Lat.] bona fides
善意zeni (1) goede bedoeling; goedwilligheid; goed voornemen; welwillendheid; gunstige gezindheid; (2) [jur.] goede trouw; sinceriteit; oprechtheid; [Lat.] bona fides
jitsu (1) substantie; (2) oprechtheid; eerlijkheid; (3) waarheid; werkelijkheid; realiteit; (4) resultaten
律儀richigi (1) eerlijkheid; integriteit; oprechtheid; rechtschapenheid; sinceriteit; getrouwheid; betrouwbaarheid; (2) eerlijk; integer; oprecht; rechtschapen; betrouwbaar; serieus; consciëntieus; gewetensvol; plichtsgetrouw
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
chuu (1) oprechtheid; (2) trouw; getrouwheid; loyaliteit; toewijding; (3) [ritsuryō] chū [= derdegraadsambtenaar aan de Danjōdai 弾正台 ("Raad van censores")]; (a) oprechtheid; (b) trouw
忠実chuujitsu trouw; loyaliteit; loyauteit; getrouwheid; oprechtheid; [w.g.] trouwheid
情実joujitsu (1) eigenbelang; partijdigheid; voortrekkerij; begunstiging; bevoordeling; bevoorrechting; (2) realiteit; werkelijkheid; (3) oprechtheid; eerlijkheid
正直shyoujiki (1) eerlijkheid; oprechtheid; rondborstigheid; waarachtigheid; ruiterlijkheid; (2) eerlijk; oprecht; fair; waarachtig; rondborstig; rechtdoorzee; ruiterlijk; (3) echt (waar); werkelijk; waarlijk; waarachtiglijk; heus; voorwaar; eerlijk; ongelogen; ongeveinsd; franchement; met de hand op het hart
真心magokoro oprechtheid; eerlijkheid; trouwhartigheid
真面目majime (1) ernst; seriositeit; ernstigheid; graviteit; (2) oprechtheid; gemeendheid; eerlijkheid; (3) ernstig; serieus; (4) oprecht; gemeend; eerlijk; menens
誠実seijitsu eerlijkheid; oprechtheid; gemeendheid; rechtschapenheid; integriteit
誠意seii oprechtheid; eerlijkheid; gemeendheid; goede trouw
makoto oprechtheid; eerlijkheid; gemeendheid; getrouwheid; sinceriteit; goede trouw
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.64 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'oprechtheid', strategie: exact). 
2005-2021