日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘oproepen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yobidashi呼出
zn. oproeping v. ¶ 呼出oproeping; dagvaarding. ¶ 電話呼出kosten van een telefoongesprek. ¶ 呼出す oproepen; opbellen (電話で).
tsunoru募る
t.w. (1) [兵士を] oproepen; recruteeren; onder de wapens roepen. (2) [税を] heffen. i.w. (3) [公債等] inschrijving openen. (4) [烈しくなる] hevig worden; erger worden. ¶ 職工を募る werkvolk aannemen. ¶ 寄附を募る bijdragen verzamelen. ¶ 外債を募る buitenlandsche leening uitschrijven. ¶ 病氣が募った de ziekte is erger geworden. ¶ 火勢は募る de brand neemt in hevigheid toe.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oproepen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
そそるsosoru (1) opwekken; wekken; uitlokken; oproepen; doen ontstaan; aanleiding geven tot; prikkelen; stimuleren; aanwakkeren; [食欲を] scherpen; (2) [心を] aanlokkelijk
アピールするapiirusuru (1) oproepen; verzoeken; smeken; aankloppen bij; zich richten tot; (2) aantrekkelijk zijn; aantrekken; aanspreken; bekoren; in de smaak vallen; (3) [sportt.] appelleren
下ろす (bet. 1-8) ; 降ろす (bet. 9-12)orosu (1) neerlaten; naar beneden laten; naar beneden halen; naar beneden brengen; [wisk.] aanhalen; (2) [m.b.t. schip] te water laten; (3) [m.b.t. gordijn; blind voor een raam etc.] laten zakken; neerrollen; neerlaten; (4) [m.b.t. kleren; schoenen; handdoeken etc.] voor de eerste keer dragen; voor de eerste keer aantrekken; voor de eerste keer gebruiken; (5) raspen; met een rasp fijn wrijven; (6) snoeien; [takken van een boom of een heester] wegnemen; afknippen; (7) een abortus laten uitvoeren; een expulsie laten uitvoeren; een vrucht afdrijven; (8) [geld] afhalen; (9) uit laten stappen [uit een voertuig]; (10) afladen; uitladen; lossen; (11) [iemand uit een ambt; waardigheid etc.] ontzetten; [iemand een ambt; waardigheid etc.] ontnemen; (12) [een godheid] inroepen; oproepen; [een boze geest; een demon; etc.] uitdrijven; (iemand) bevrijden [van een kwade geest; van een demon etc.]
偲ぶshinobu denken aan; terugdenken aan; zich herinneren; in herinnering brengen; voor de geest halen; zich te binnen brengen; in het geheugen terugroepen; weer ophalen; oproepen; gedenken
召集するshyoushyuusuru oproepen; bijeenroepen; samenroepen; convoceren; [軍隊を] op de been brengen; onder de wapenen roepen
呼び出す; 呼出すyobidasu (1) oproepen; dagen; [voor het gerecht] ontbieden; dagvaarden; citeren; [bij; tot zich] roepen; (2) uitnodigen naar; inviteren; vragen; (3) opbellen
呼び寄せるyobiyoseru (1) bij zich roepen; laten komen; laten halen; erbij halen; (2) ontbieden; [jur.] dagvaarden; citeren; oproepen; voor het gerecht dagen; indagen; (3) bijeenroepen; samenroepen; convoceren; verzamelen
呼び覚ますyobisamasu oproepen; door roepen wakker maken; wakker roepen
呼び起こすyobiokosu (1) wekken; wakker roepen; opwekken; (2) [fig.] wekken; oproepen; terugbrengen; doen herleven; in de herinnering terugroepen
呼ぶyobu (1) roepen; (2) noemen; betitelen; uitmaken voor; heten; (3) laten komen; roepen; (laten) halen; [een taxi] aanroepen; (4) uitnodigen; inviteren; vragen; nodigen; (5) wekken; aantrekken; uitlokken; oproepen; (6) verzamelen
喚問するkanmonsuru dagvaarden; dagen; oproepen; indagen
喚起するkankisuru wekken; oproepen; evoceren; naar boven brengen; te voorschijn roepen; aanwakkeren; prikkelen
引き出す ; 引出すhikidasu (1) te voorschijn halen; naar buiten brengen; eruit halen; eruit trekken; uittrekken; uithalen; uitschuiven; [m.b.t. gegevens uit een databank] opvragen; [m.b.t. conclusie; les] trekken; (2) duidelijk doen uitkomen; naar voren halen; brengen; releveren; (3) [m.b.t. bankrekening] opnemen; opvragen; van de bank halen; afhalen; uit de muur trekken; [i.h.b.] pinnen; [jeugdt.] downloaden; [Barg.] flappen tappen; (4) oproepen; ontbieden; lokken; (5) [m.b.t. geld] loskrijgen; uit iem. krijgen; weten te verwerven; lospeuteren; [Barg.] pienefen; [aan geld] komen; onttrekken; ontfutselen; ontlokken; voor de dag doen komen met; doen ophoesten
引き起こすhikiokosu (1) veroorzaken; doen ontstaan; aanrichten; uitlokken; aanleiding geven tot; aanleiding zijn tot; tot gevolg hebben; ten gevolge hebben; teweegbrengen; berokkenen; aandoen; aanstichten; op gang brengen; voortbrengen; verwekken; leiden tot; [fig.] het startschot geven voor; [onheil] aanbrengen; [vragen] opwerpen; oproepen; in het leven roepen; (2) [iets dat gevallen is] omhoogtrekken; helpen opstaan; [luchtv.] optrekken; (3) opnieuw doen herleven; nieuw leven geven aan; nieuw leven inblazen; weer op gang helpen; tot nieuwe bloei brengen
思わせるomowaseru (1) doen denken (aan); overkomen als; de indruk geven; wekken; oproepen; doen geloven; (2) doen terugdenken aan; in herinnering brengen; (doen) herinneren aan; rappelleren; (in het geheugen) terugroepen
招くmaneku (1) wenken; gebaren; (2) noden; nodigen; uitnodigen; [op bezoek; te eten enz.] vragen; inviteren; (3) teweegbrengen; veroorzaken; uitlokken; [argwaan enz.] wekken; [commentaar e.d.] ontlokken; [misnoegen; toorn e.d.] opwekken; [vragen e.d.] oproepen; op zich laden; zich ~ op de hals halen; vragen om [problemen e.d.]; solliciteren naar [moeilijkheden e.d.]; [onheil e.d.] over zich afroepen
招集するshyoushyuusuru bijeenroepen; samenroepen; oproepen; convoceren
涌かす ; 湧かすwakasu (1) wekken; oproepen; (2) voortbrengen; opwekken; kweken
立てるtateru (1) rechtop zetten; overeind zetten; opzetten; oprichten; opstellen; opslaan; opsteken; planten; [i.h.b.] stichten; [耳を] spitsen; (2) voordragen; [候補者として] voorstellen; aanstellen als; tot; installeren als; [王位に] plaatsen; benoemen tot; [証人を] oproepen; [代役を] opvoeren; (3) [計画; 規則を] maken; opstellen; ontwerpen; uitwerken; [目標を] stellen; [誓いを] afleggen; [意義を] opperen; [記録を] vestigen; (4) veroorzaken; teweegbrengen; [物音を] maken; [声を] verheffen; (een kik) geven; [湯気; 煙を] afgeven; [埃を] opjagen; [噂を] de wereld insturen; (5) [門; 戸; 雨戸; 障子を] sluiten; dicht doen; (6) [茶を] zetten; [i.h.b.] een theeceremonie uitvoeren; (7) respecteren; iem. in zijn waarde laten; [i.h.b.] steunen; [i.h.b.] bijstaan; (8) enthousiast …; geestdriftig … [aangesloten op de ren'yōkei]
誘うsasou (1) uitnodigen; inviteren; op bezoek vragen; te eten vragen; [pregn.] vragen; nodigen; noden; (2) ophalen; meenemen; oppikken; (3) uitlokken; teweegbrengen; veroorzaken; oproepen; (op)wekken; (4) (aan)lokken; verlokken (tot); in verleiding brengen om; verleiden (tot); tronen (tot)
諫めるisameru (1) vermanen; terechtwijzen; de les lezen; ter verantwoording roepen; waarschuwen; admoneren; remonstreren; (2) aanmanen; oproepen; aanraden; (3) verbieden; ontraden; afraden
集めるatsumeru samenbrengen; vergaren; inzamelen; [ごみを] ophalen; [兵を] op de been brengen; bijeenroepen; oproepen; rekruteren; werven; concentreren
電話するdenwasuru telefoneren; opbellen; bellen; oproepen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.92 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'oproepen', strategie: exact). 
2005-2020