日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘orde’
日蘭辭典 (trefwoord)
seiton整頓
zn. regeling v. ¶ 整頓する regelen; in orde maken; ordenen. ¶ 整頓した ordelijk net.
anbai鹽梅
(塩梅) zn. (1) [調味] smaak m. (2) [狀態] toestand m. (3) [手段] manier v.; wijze v. (4) [配列] orde v. ¶ 鹽梅する (配列) arrangeeren; groepeeren; sorteeren. ¶ 味を附ける kruiden. ¶ の鹽梅 temperatuur van het bad. ¶ 鹽梅は如何ですか hoe gaat het er mee? hoe staat het er mee?
anchaku安著
(安着) zn. behouden aankomst v.; goede ontvangst v. ¶ 小包は安着著到候 het pakje is in goede orde aangekomen.
atoshimatsuosuru後始末をする
t.w. in orde brengen; regelen; opruimen;
kimari極まり
zn. (1) [決定] regeling v.; bepaling v. (2) [秩序] regelmaat v.; orde v. (3) [規則] regel m. (4) [習慣] gewoonte v.; gebruik o. (5) [面目] verlegenheid v.; schaamtegevoel o. ¶ 極まりのない ongeregeld; onregelmatig. ¶ 極まり文句 staande uitdrukking; afgezaagde wijze van zeggen. ¶ 極まりが悪い beschaamd zijn; zich schamen.
sorou揃ふ
(揃う) i.w. (1) [一致] het eens zijn; overeenstemen. (2) [集る] vergaderen; bijeenkomen. (3) [整ふ] volledig zijn; geordend zijn; in orde zijn. ¶ 揃った compleet; volledig; geordend. ¶ 揃はぬ onvolledig; niet compleet; niet in orde. ¶ 人數は揃ひましたか zijn wij compleet? zijn wij voltallig? ¶ 兄弟三人揃ひも揃って alle drie broers; de broers, alle drie.
kuruu狂ふ
(狂う) i.w. (1) [が] dol worden; gek worden; krankzinnig worden; het hoofd kwijt zijn. (2) [亂暴] woest zijn. (3) [不整] in de war zijn; niet in orde zijn. (4) [調子が] ontstemd zijn.
kyōsei矯正
zn. hervorming v.; verbetering v. ¶ 矯正する hervormen; verbeteren; in orde maken. ¶ 矯正院 verbeterhuis. ¶ 矯正術 heilgymnastiek.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <orde>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アルファベット順arufabettojun (1) alfabetische volgorde; orde; (2) [~の] alfabetisch; alfabetisch gerangschikt; gealfabetiseerd; (3) [~に] in alfabetische volgorde; orde; alfabetisch gerangschikt
オーダーoodaa (1) orde; (2) bestelling; order
コースkoosu (1) route; reisweg; vaarweg; koers; (2) koers; beleid; politiek; policy; (3) volgorde; rangorde; orde; rangschikking; (4) [sportt.] baan; piste; (5) cursus; studiecursus; leergang; (6) gang; onderdeel van een maaltijd; onderdeel van een menu; (7) [maatwoord voor banen; pistes]
上下jouge (1) tweedelig pak; jasje en broek; (2) stijging en daling; rijzing en daling; fluctuatie; schommeling; [atr.] op- en neergaand; (3) hoog en laag; hogere en lagere standen; boven- en onderlaag (van de maatschappij; bevolking); klein en groot; geringen en aanzienlijken; meerdere en mindere; regeerders en onderdanen; baas en ondergeschikte; [i.h.b.] alle klassen; standen; [i.h.b.] hiërarchie; [i.h.b.] orde; rangorde; [i.h.b.] sociale status; (4) set van twee boekdelen; volumes I en II; (5) verticaal; [verkeers.] binnenkomend en uitgaand; [verkeers.] beide richtingen
体制taisei (1) systeem; stelsel; regime; (2) (gevestigde) orde; bestel; establishment; bewind; bedeling; (3) anatomie; anatomische bouw; structuur
修道会shyuudoukai [r.-k.] orde; kloosterorde; monnikenorde; congregatie
勲章kunshyou (1) onderscheiding; decoratie; medaille; ereteken; ordeteken; penning; versiersel; (2) orde
kun onderscheiding; ereteken; orde
jo (1) orde; schikking; voorrang; (2) voorwoord; woord vooraf; inleiding; voorbericht; prolegomena; intro; (3) begin; start; opening; aanvang; beginstadium; aanvangsstadium; voorstadium; (4) [Jap.stijll.] jokotoba; (5) [nō-toneel] introductie; [theat.] voorstukje; lever de rideau; (6) afscheidsrede; (a) orde; schikking; (b) begin; start; (c) voorwoord
序列joretsu rangorde; rang; orde; hiërarchie; pikorde; volgorde
手順tejun (1) volgorde; orde; (2) plan; schikking; regeling; voorzorgen; (3) procédé; methode; procedure; werkwijze
整頓seiton orde
次元jigen (1) [nat.] dimensie; afmeting; (2) [wisk.] dimensie; dimensionaliteit; (3) aspect; dimensie; perspectief; niveau; orde
ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
秩序chitsujo orde
規律kiritsu (1) orde; discipline; inachtneming; naleving; (2) reguleringen; wetten; regels
訓練kunren (1) oefening; training; scholing; (2) tucht; discipline; orde; (3) dril; exercitie; militaire bewegingsoefening; strenge opleiding
階級kaikyuu (1) klasse; stand; (2) rang; orde
静粛seishyuku (1) rust; kalmte; stilte; orde; (2) rustig; kalm; stil; ordelijk
順序junjo (1) orde; volgorde; (2) voorgeschreven verloop; procedure
順番junban (1) beurt; toerbeurt; tijd; (2) orde; volgorde; rangorde
jun (1) orde; volgorde; rangorde; (2) gewone; reguliere orde; juiste volgorde; (3) volgzaam; gedwee; mak; meegaand; dociel; gewillig; inschikkelijk; gehoorzaam; gezeglijk; onderdanig; soumis
rui (1) soort; ras; (2) weerga; gelijke; partuur; (3) [dierk.] klasse; orde
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'orde', strategie: exact). 
2005-2021