日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘order’
日蘭辭典 (trefwoord)
atsurae
(誂え) zn. order v.; bestelling v.; opdracht v. ¶ 誂の volgens bestelling gemaakt; op maat gemaakt.
himitsu祕密
(秘密) zn. geheim o. ¶ 祕密geheim; vertrouwelijk; confidentieel; ¶ 祕密に in het geheim; clandestien; stilletjes. ¶ 祕密を洩す een geheim verklappen. ¶ 信書の祕密 briefgeheim. ¶ 祕密會議 zitting met gesloten deuren. ¶ 祕密命令 verzegelde orders. ¶ 祕密文書 geheime brief; vertrouwelijke brief. ¶ 祕密結社 geheim genootschap. ¶ 祕密教 geheime leer; occultisme. ¶ 極く祕密に聞かされたのだ het is mij in het diepste geheim verteld. ¶ 祕密を明した hij nam mij alleen in het vertrouwen.
sata沙汰
zn. (1) [命令] lastgeving v.; opdracht v.; instructie v. (2) [通知] bericht o.; nieuws o.; mededeeling v. (3) [] gerucht o. ¶ 沙汰あり次第に zoodra bericht ontvangen is. ¶ 追って沙汰のあるまで tot nader order. ¶ 沙汰の限りだ het is ongehoord. ¶ 沙汰する berichten; mededeelen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <order>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
承る uketamawaru (1) horen; vernemen; te horen krijgen; (2) nederig ontvangen; nederig in ontvangst nemen; (3) een bevel [van een meerdere] aanhoren en uitvoeren; zich nederig schikken naar een bevel; order
訓令 kunrei (1) instructie; directief; (2) decreet; verordening; (3) [mil.] commando; order
指令 shirei bevel; order; opdracht; instructie; gebod; sommatie; last; richtlijn; directief; voorschrift; verordening; [jur.] injunctie; [jur.] aanwijzing (voor advocaat)
指令する shireisuru bevelen; verordenen; gelasten; opdragen; gebieden; commanderen; instrueren; voorschrijven; dicteren; opleggen; bevel; order; opdracht; instructie; last geven
号令 gourei bevel; commando; commandowoord; instructie; order; gebod; opdracht
注文 chuumon (1) bestelling; order; opdracht; leveringsopdracht; (2) verzoek; aanvraag; vraag; wens; verlangen; [i.h.b.] beding
沙汰 sata (1) keuring; oordeel; vonnis; verdict; [i.h.b.] proces; verhandeling; (2) besluit; instructie; bevel; opdracht; order; lastgeving; (3) bericht; nieuws; informatie; inlichting; mededeling; tijding; (4) affaire; kwestie; incident; (5) gerucht; praatjes
rei (1) a. opdragen; bevelen; order; (2) b. regel; wet; (3) c. hoofd; chef; (4) d. goed; gelukkig; (5) e. [uit respect voor andermans familie]; ; (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect
命令 meirei bevel; order; gebod; verordening; opdracht; lastgeving; decreet; voorschrift; dictaat; beschikking; [wijsb.] imperatief; [comp.] commando; [comp.] instructie; [jur.] injunctie
誂え atsurae (1) bestelling; opdracht; order; (2) bestelling; het bestelde; maakwerk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'order', strategie: exact). 
2005-2020