日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘oud’
日蘭辭典 (trefwoord)
furui古い
(故い、舊い、旧い) bn. oud.
ue
zn. (1) [頂] top m. (2) [] bovenste gedeelte v.; bovenkant m. ¶ このない喜び grootste vreugde. ¶ いやがにも tot overmaat. ¶ 下からまで van onder tot boven. ¶ の bovenst; hoogst. ¶ の文 bovenstaande zin. ¶ 五つからの子供 kinderen van vijf jaaren ouder. ¶ 丘の huis op den heuvel. ¶ 其の bovendien; daarenboven. ¶ naar boven. ¶ op; bovenop; na (後に). ¶ onder invloed van drank. ¶ 歸京の toen ik in Tokyo terug kwam. ¶ 再考ので bij nadere overweging. ¶ かくなるは nu het zoover gekomen is. ¶ ……のに出る overtreffen; meer zijn dan. ¶ 一番は八つです het oudste kind is acht. ¶ にはある niets is volmaakt; alles is voor verbetering vatbaar.
okina
zn. oude man m.
kofū古風
zn. oude stijl m. ¶ 古風な ouderwetsch; antiek.
fukeru更ける

i.w. (1) [が] laat worden. (2) [老ける] oud worden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:1-5〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
古いである。偶然それが明治十三年の出来事だと云うことを記憶している。どうして年をはっきり覚えているかと云うと、その頃は東京大学の鉄門の真向いにあった、上条と云う下宿屋に、このの主人公と一つ隔てた同士になって住んでいたからである。その上条が明治十四年に自火で焼けた時、も焼け出された一人(いちにん)であった。その火事のあった前年の出来事だと云うことを、は覚えているからである。

Het is een oud verhaal. Toevallig herinner ik me dat die affaire in Meiji 13 was. Dat ik me het jaar zo goed herinner komt doordat ik destijds woonde in het pension Kamijou, recht tegenover de IJzeren Poort van de Universiteit van Tokyo, en de hoofdpersoon van dit verhaal de huisgenoot direct naast mij was. Toen Kamijou in Meiji 14 in vlammen opging, was ik een van de mensen die dakloos werden gemaakt. Het is dat ik me herinner dat die affaire plaatsvond het jaar voorafgaand aan die brand.
bron:Matsuo Bashō松尾芭蕉
古池やかはづ飛びこむ (松尾芭蕉)

Furu ike ya kawazu tobikomu mizu no oto - Matsuo Bashō

een oude vijver
een kikker springt en duikt erin
geluid van water

Matsuo Bashō (1644-1694)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oud>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
moto (1) gewezen ~; voormalig ~; oud-; ex-; emeritus ~; gepensioneerd ~; rustend ~; [mil.] ~ buiten dienst; [mw. Satō,] geboren [Tanaka enz.]; [afk.] gep.; [afk., mil.] b.d.; [afk.] em.; (2) もとだいとうりょう; (3) motodaitōryō; ; (1) oorsprong; begin; origine; beginpunt; bron; wortel; moeder; (2) iemands antecedenten; afkomst; roots; (3) grondslag; basis; (4) reden; oorzaak; grond; kern; wezen; (5) kulas; stootbodem; broek van kanon; (6) onderstam van boom; (7) kapitaal; hoofdsom; kostprijs; (8) vroeger tijden
元首相 motoshushou oud-premier; oud-minister-president; ex-premier; ex-minister-president
使い古した tsukaifurushita oud; versleten; afgesleten; aftands; [~着物] afgedragen; [~靴] afgetrapt [~ジョーク] afgezaagd
ko (1) overleden; gestorven; afgestorven; wijlen; … zaliger; (2) gewezen; voormalig; vroeger; vorig; voorgaand; eerder; oud-; ex-; ; oude kennis; oude bekende
前理事長ら zenrijichoura (1) oud-voorzitters van het college van bestuur; gewezen voorzitters van het bestuurscollege; voormalige voorzitters van de raad van bestuur; beheer; [Belg.N.] oud-voorzitters van de beheerraad; ex-directievoorzitters; vroegere voorzitters van het directorium; vorige president-directeuren; oud-presidenten; ex-bestuursvoorzitters; [m.b.t. Nationale Bank van België] oud-voorzitters van de regentenraad; (2) [m.b.t. inrichting; school] oud-voorzitters van het college van curatoren; gewezen president-curatoren; voormalige voorzitters van het curatorium; vorige president-commissarissen; [Belg.N.] oud-voorzitters van de inrichtende macht
前社長 zenshachou (1) oud-directeur; voormalig bedrijfshoofd; gewezen bedrijfschef; vroegere bedrijfsleider; eerdere bestuursvoorzitter; ex-CEO; (2) vorige directeur; vorige president
前首相 zenshushou oud-premier; oud-minister-president; ex-premier; ex-minister-president
zen (1) [kwantor voor bureautafels, leunspanen, dientafels, mimi's e.d.]; (2) [kwantor voor shintoïstische godheden of heiligdommen]; ; (1) oud-; ex-; gewezen; voormalig; vorig; vroeger; (2) voor-; pre-; vorig; ; vroeger; eerder; voordien; tevoren; ervoor; voordezen
年取った toshitotta oud; bejaard
年を取った toshiwototta oud; bejaard
同窓会 dousoukai (1) alumnivereniging; vereniging van oud-leerlingen; oud-studenten; oud-leerlingenbond; (2) alumnireünie; oud-leerlingenreünie
大学卒業生 daigakusotsugyousei afgestudeerde van een universiteit; academicus; iem. met een academische; universitaire opleiding; oud-student; universitair alumnus
着古した kifurushita afgedragen; versleten; oud; afgedankt
furu (1) oud ~; ~ van vroeger; (2) afgebruikt ~; afgesleten ~; afgedragen ~; tweedehands ~; gebruikt ~; (3) ervaren ~; doorgewinterd ~; ; door veelvuldig gebruik afgesleten goed; oude spullen; [i.h.b.] afdankertje; afleggertje; krijgertje [m.b.t. andermans eigendom meestal geprefigeerd met お]
古い furui (1) oud; (2) aloud; verouderd; oubollig; gedateerd; ouderwets; oudmodisch; archaïsch; antiek; [i.h.b.] afgezaagd; (3) niet vers; onfris; belegen; oud; oudbakken; verschaald; muf; (4) gebruikt; afgewerkt; sleets; versleten
老いる oiru oud; ouder worden; verouderen; vergrijzen; op leeftijd komen
老い oi oud; bejaard; ; (1) het oud worden; ouderdom; hoge leeftijd; oude dag; (2) bejaarde; oudere; oude van dagen; senior; oudje; (3) La Vieillesse [= boek (1970) van Simone de Beauvoir]
オールド oorudo oud
大晦日 oomisoka (1) laatste dag van het jaar; oudejaarsdag; oudejaar; oudjaar; (2) oudejaarsavond; silvesteravond; oudejaarsnacht; [verk.] silvester; [verk.] oud; [gew.] nieuwavond; [gew.] nieuwjaarsavond
学閥 gakubatsu oud-leerlingennetwerk; coterie; kliek van studiegenoten; old boy network; old boys network; schoolkliek
kan (1) zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland; (2) [Chin.gesch.] Hán [één der Strijdende Staten; 403-230 v.Chr.]; (3) [gesch.] oud-Koreaanse rijken [m.n. Goguryeo 高句麗; Baekje 百済 en Silla 新羅]; (4) [gesch.] Korea [officiële naam; 1896-1910]; (5) Zuid-Korea; (6) [gesch.] oud-Koreaanse volkeren [m.n. de Mahan 馬韓; de Jinhan 辰韓 en de Byeonhan 弁韓]
老兵 rouhei (1) oude soldaat; oude gediende; (2) veteraan; oudgediende; oud-soldaat
老齢の roureino oud; hoogbejaard; bejaard
アンティーク antiiku antiek; oud; ; (1) antieke kunst; antiek; antiquiteit; (2) [drukw.] antiqua; antiqualetter
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'oud', strategie: exact). 
2005-2019