日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘overgeven’
日蘭辭典 (trefwoord)
akewatasu明渡す
(明け渡す) t.w. ontruimen; afstaan. ¶ 要塞を明渡す vesting overgeven.
hedo反吐
zn. braaksel o. ¶ 反吐を吐く overgeven; braken; vomeeren. ¶ 反吐が出さうだ het is walgelijk; het maakt iemand misselijk.
kōsan降參

zn. (1) [降服] overgave v.; onderwerping v. (2) [閉口] stomheid v.; mond vol tanden. ¶ 降參する zich overgeven; zich gewonnen geven; den strijd opgeven. ¶ 閉口する met stomheid geslagen zijn; niets weten te antwoorden; met den mond vol tanden staan; geen uitweg weten.

SUPPLEMENT (trefwoord)
oshin悪心
zn. misselijkheid; de neiging om over te geven. ¶ 夜中に悪心で目が覚めました。 Yonaka ni oshin de me ga samemashita. Ik werd midden in de nacht wakker met misselijkheid. ▽ Synoniem: 吐き気 hakike ※ NB Uitgesproken als akushin is 悪心 een ander woord.

gyūぎゅう

(klanknabootsing, mimesis) (1) piep; kraak; gepiep; gekraak; het geluid dat iemand maakt wiens adem wordt afgeknepen. (2) de handeling waarbij piepend of krakend geluid wordt geproduceerd. (3) iemand toetakelen; (4) iemand bekritiseren. (5) (stevig) omhelzen. ¶ ぎゅう言わせてやるGyuu to iwasete yaru zo. Ik sla ’m helemaal in mekaar! (ref) ¶ ギウ々 クルシイ々モーコーサン gyuu kurushii moo koosan da [verstikt geluid] Het doet pijn! Ik geef me over! (Meiji periode cartoon) ¶ ありがとうなぁ(ぎゅう抱き締め) arigatō naa (gyū to dakishime) Bedankt hè (stevige omhelzing). (Twitter)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overgeven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
戻す modosu (1) terugbrengen; terugbezorgen; teruggeven; terugplaatsen; retourneren; terugzetten; terugzenden; terugstellen; terugsturen; terugleggen; achteruitzetten; achteruitstellen; weer in zijn oude staat brengen; (2) overgeven; braken; opgeven; vomeren; [volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren
手渡す tewatasu overhandigen; overdragen; overleveren; overgeven; overreiken; aanreiken; [w.g.] reiken; ter hand stellen; geven; aangeven; afgeven
提出する teishutsusuru indienen; voorleggen; inleveren; aanhangig maken; afgeven; overgeven; ter hand stellen; bieden; [m.b.t. mening] naar voren brengen; opperen; [bewijsstukken enz.] voorbrengen; [m.b.t. klacht] inbrengen; [m.b.t. klacht] neerleggen; [m.b.t. bewijs] aanvoeren; [m.b.t. ontslag] aanbieden; [m.b.t. oplossing] aandragen; [m.b.t. verzet; protest] aantekenen; [jur.; stukken enz.] produceren; [jur.] exhiberen; [jur.] overleggen; [jur.] deponeren; [m.b.t. probleem] stellen
交付する koufusuru (1) overhandigen; ter hand stellen; overreiken; overgeven; (2) uitreiken; afgeven; verstrekken; verlenen; [Belg.N.] afleveren
任す makasu (1) zijn zin laten doen; laten begaan; zijn gang laten gaan; (2) toevertrouwen; overlaten; het laten aankomen op; in handen geven; overgeven; (3) opdragen; gelasten; mandateren
寄越す; 遣す yokosu (1) sturen; zenden; afzenden; oversturen; overzenden; toesturen; toezenden; doen toekomen; overbrengen; overhandigen; geven; overgeven; (2) [aangehecht aan de ren'yōkei + て]
吐く haku (1) spuwen; [spreekt.] spugen; opgeven; opspuwen; ophoesten; uitkotsen; (2) braken; overgeven; opgeven; [inform.] kotsen; vomeren; [uitdr., volkst.] over zijn nek gaan; [uitdr., volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren; (3) uiten; zeggen; uiting geven aan; luchten; slaken; uitdrukken; laten zien; uitspreken; [fig.] spuien; (4) uitstoten; uitwerpen; uitbraken; uitspuwen; [rook enz.] uitademen; [spreekt.] uitspugen; afgeven; afscheiden; van zich doen uitgaan; (5) [泥を] bekennen; opbiechten; toegeven; doorslaan; [Barg.] kotsen; [Barg.] poekelen; [Barg., uitdr.] poep van zeike gaan
嘔吐する outosuru braken; vomeren; overgeven; spuwen; kotsen; over z'n nek gaan; [volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren
引き渡す hikiwatasu (1) leveren; aanleveren; overhandigen; overleveren; overdragen; ter hand stellen; uit handen geven; afgeven; overgeven; bezorgen; afleveren; uitleveren; (2) spannen; strak trekken
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) 10. overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) 11. ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) 12. klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) 13. [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) 14. [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) 15. [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) 16. verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) 17. [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) 18. aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) 19. [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) 20. frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) 21. [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
委ねる yudaneru (1) toevertrouwen; overlaten; betrouwen; bevelen; overgeven; begeven; [w.g.] aanvertrouwen; [veroud.] aanbetrouwen; [veroud.] aanbevelen; [veroud.] vertrouwen; (2) [身を] zich overgeven; zich wijden; zich toewijden; zich in dienst stellen; zich inzetten
譲る yuzuru (1) afstaan; [zijn ambt] overdragen; overlaten; uit handen geven; overleveren; overgeven; overhandigen; [eigendom] vervreemden; [onroerend goed] vermaken; nalaten; legateren; legeren; (2) verkopen; (3) wijken; toegeven; opgeven; zwichten; (4) [de bal] afgeven; [voorrang] geven; [van plaats] wisselen; verruilen; laten voorgaan; (5) uitstellen; opschorten; verschuiven (tot later); wegleggen; sparen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'overgeven', strategie: exact). 
2005-2019