日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘overvloedig’
日蘭辭典 (trefwoord)
ariamaru有餘る
(有り余る) bn. overvloedig; i.w. overvloed hebben van; te veel hebben.
jūni十二
telw. twaalf. ¶ 十二分に meer dan voldoende; overvloedig. ¶ 十二月 December. ¶ 十二折り duodecimo. ¶ 十二指腸蟲病 mijnwormziekte; ankylostomiasis. ¶ 十二進歩 twaalftallig stelsel.
hōfu豐富
(豊富) zn. overvloed m.; rijkdom m. ¶ 豐富な overvloedig.
fusafusa總々
(総々、房々、多々) bw. in trossen; overvloedig.
haizen沛然
bw. overvloedig. ¶ 大雨沛然として到る het begon te stortregenen.
ōi多い
dabutsukuだぶつく
i.w. te wijd zijn; te overvloedig zijn. ¶ 市場は資金がだぶついて困って居る de markt is gedrukt door te veel aanbod van kapitaal.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overvloedig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
無尽蔵の mujinzouno onuitputtelijk; onuitputbaar; niet uit te putten; overvloedig; onbeperkt; ongelimiteerd; onbegrensd; oneindig; eindeloos
一杯 ippai [meestal voorafgegaan door woorden die verwijzen naar een tijdsperiode] de gehele ~; de volledige ~; de ganse ~; ; (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig; ; (1) een kopje (vol met); een glas (vol met); een kom (vol met); een schaal (vol met); een lepel (vol met); (2) een rondje [alcoholische drank]; [fig.] een slokje; een borrel; een glaasje; een dronk; (3) volheid
一杯の ippaino (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig
結構 kekkou (1) goed; fijn; mooi; (2) prachtig; magnifiek; schitterend; (3) lekker; heerlijk; ; (1) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (2) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best; ; (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal)
暴食 boushoku schrokkerij; zwelgerij; geschrans; slemp; het onmatig; buitensporig; overvloedig; gulzig eten; [vulg.] vreterij; vraat; vraatzucht; voraciteit
hou (1) a. vruchtbaar; overvloedig; (2) b. rijk; (3) c. vol ontwikkeld; weelderig; (4) d. de provincies Buzen of Bungo; (5) e. Toyotomi
暴食する boushokusuru schranzen; schransen; zwelgen; schrokken; slokken; onmatig; buitensporig; overvloedig; gulzig eten; [fig., inform.] bunkeren; [inform.] de darm vullen; [volkst.] buffelen; [volkst.] heften; [vulg.] vreten; [i.h.b.] zich overeten; [i.h.b.] te veel eten; [Barg.] roeien; [gew.] halzen; [gew.] brassen
豪華 gouka weelderig; luxueus; overvloedig; overdadig; rijk; prachtig; prachtlievend; luisterrijk; glansrijk; ; weelde; luxe; rijkdom; overdaad; prachtlievendheid; pracht; luister; glans; praal
どっさり dossari (1) met een doffe slag; smak; boem; bons; plof; pof; boem; wham; bang; (2) in groten getale; in grote aantallen; hoeveelheden; talrijk; overvloedig; in overvloed; volop
どしどし doshidoshi (1) stampend; dreunend; (2) snel opeenvolgend; de één na de ander; hand over hand; alsmaar door; snel achter elkaar; vlot; vrijelijk; ongeremd; terstond; snel; vlug; schielijk; grif; zonder aarzelen; [arch.] gezwind; (3) in groten getale; in grote aantallen; hoeveelheden; talrijk; overvloedig; in overvloed; volop; (4) lustig; ijverig; flink; noest; vlijtig; voortvarend
沢山 takusan veel; een groot aantal; een menigte; een grote hoeveelheid; menig; heel wat; plenty; zat; een heleboel; een hoop; stapel; berg; zee van; massa; talrijk; massa's; horden; zeeën; [inform.] tig(-tal); ; (1) veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud; (2) voldoende; genoeg; goed genoeg; toereikend; [i.h.b.] meer dan genoeg
漸と yatto (1) eindelijk; na lange tijd; op het einde; uiteindelijk; goed en wel; ten langen leste; ten slotte; als slot; finaal; (2) ternauwernood; op het nippertje; (nog maar) net; eventjes; amper; pas ~; koud ~; nauwelijks ~; nog net (op tijd); nog juist (op tijd); op het laatste moment; op het laatste ogenblik; op het laatste nippertje; nipt; op het kantje (af); bij het walletje langs; weinig schelend; op het randje af; bijna te laat; kantje boord; met de hakken over de sloot; ei zo na; (3) met (grote) moeite; met pijn en moeite; moeizaam; node; (4) veel; een hoop; een heleboel; een massa; een boel; een overvloed; een grote hoeveelheid; heel wat; overvloedig; aardig wat; behoorlijk wat; (5) veruit; verreweg; verre
多い ooi (1) veel; (2) talrijk; overvloedig; veel in getal; frequent; veel voorkomend; vaak voorkomend; herhaaldelijk
数々 kazukazu veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud; ; [~の] veel; vele; talrijke; diverse; ettelijke; een groot aantal
藹々 aiai (1) dichtbegroeid; (2) overvloedig; rijk; vruchtbaar; (3) kalm; rustig; mild; zacht
豊か yutaka (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; bij de vleet; (3) ruim; onbekrompen; (4) -rijk; vervuld van
豊かな yutakana (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; (3) ruim; onbekrompen
yuu overvloedig; met marge
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'overvloedig', strategie: exact). 
2005-2019