日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘pauze’
日蘭辭典 (trefwoord)
awai
zn. (1) [時] pauze v.; tusschenpoos v. (2) [空間] ruimte v.; tusschenruimte v.
kyūkei休憩
zn. rust v.; rustpoos v.; pauze v. ¶ 休憩する pauseeren; korte rust nemen; zitting voor korten tijd opheffen (會議の).
yasumi休み
zn. rust v.; vacantie v.; vrijaf o.; (中休み) pauze v.; rustpoos v. ¶ 休なき rusteloos; zonder ophouden. ¶ 休場所 rustplaats.
ikitsugi息繼ぎ
zn. ademhaling v.; rustpoos v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pauze>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ポーズpoozu (1) pauze; onderbreking; (2) pose; houding
一息hitoiki (1) ademhaling; ademtocht; adem; respiratie; [inform.] blaas; (2) adempauze; pauze; rustpauze; rust; break; (3) kleine inspanning; moeite; [w.g.] effort
一時停止ichijiteishi (1) [verkeers.] stop; stilstand; halt; (2) pauze
一段落ichidanraku (1) alinea; (2) fase; etappe; stadium; (3) pauze; rustpunt; adempauze
中断chuudan onderbreking; interruptie; afbreking; verbreking; ophouden; intermissie; pauze; pauzering; opschorting; break; staking; stopzetting; respijt; [veroud.] tussenpozing
休みyasumi (1) rust; pauze; onderbreking; verpozing; verzetje; stop [bv. een stop maken]; halt [houden]; rustpauze; rustpoos; rustperiode; schaft; schoft; [i.h.b.] schofttijd; [m.b.t. akker] rustbraak; break; respijt; (2) vakantie; schoolvakantie; reces; vrijaf; vrij; vakantiedag; vrije dag; dag vrij; rustdag; vrije tijd; rusttijd; verlof; verloftijd; (3) afwezigheid; absentie; (4) nachtrust; bedrust; slaap; (5) slaap van zijderupsen; voorafgaande aan hun vervelling; (6) eufemisme voor "ziekte"; gebezigd door Ise-priesteressen
休み時間yasumijikan pauze; onderbreking; verloren; leeg uurtje
休憩kyuukei pauze; onderbreking
休止kyuushi rust; pauze; stilstand; halt; stopzetting; onderbreking; staking; schorsing; opschorting; inactiviteit
休止符kyuushifu (1) rustpunt; rust; pauze; (2) [muz.] rustteken; rust
切れ目 kireme (1) smalle opening; gat; spleet; kier; (2) pauze; onderbreking; rustpunt; interval; [muz.] cesuur; (3) moment dat iets op is; einde; [Belg.N.] uitputting
区切り ; 句切りkugiri (1) eind; einde; (2) pauze; punt; (3) interpunctie; het interpungeren; punctuatie; (4) [maatwoord voor pauzes]
区切れkugire cesuur; rustpunt; rust; pauze; [lit.t.] snede; snee; verssnede; [w.g.] zinsnijding
幕間makuai [ton.] pauze; entr’acte
息つく暇ikitsukuhima tijd om op adem; verhaal te komen; adempauze; rustperiode; pauze
息抜きikinuki (1) pauze; adempauze; rust; onderbreking; ontspanning; (2) ventilatieopening; ventilatiegat; ontluchter
憩いikoi rust; ontspanning; verpozing; pauze
足を止める ; 足を留めるashiwotomeru (1) halt houden; halt maken; stilstaan; stoppen; blijven staan; [gew.] arrêteren; (2) pauzeren; pauze; rust houden
遊び時間asobijikan speeltijd; speeluur; speelkwartier; pauze; recreatie
ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
静養seiyou (1) rust; pauze; ontspanning; (2) [geneesk.] herstel; revalidatie; reconvalescentie; convalescentie; recuperatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'pauze', strategie: exact). 
2005-2021