日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘persoonlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
ikka一家
zn. de familie v.; de geheele familie v.; een huis一家を創立する een eigen huishouden opzetten. ¶ 一家團欒の裡に in den boezem zijner famlie. ¶ 一家事情 familieomstandigheden. ¶ 一家persoonlijk inzicht.
watakushi
zn. (1) [祕密] geheim o. (2) [不公平] partijdigheid v.; vooroordeel o.; onbillijkheid v. (3) [利] eigenbaat m. ¶ privé aangelegenheden; particuliere belangen. ¶ なき onpartijdig; belangeloos; onbaatzuchtig. ¶ persoonlijk; eigen; privé; particulier. ¶ に in ’t geheim; achterbaks. ¶ する zich toeëigenen; verduisteren. ※ cf [[watakushiwatashi‚ atashi]]
shitashii親しい
bn. intiem; familiair; vriendschappelijk. ¶ 親しい intieme vriend. ¶ 親しく intiem; (自分で) persoonlijk; in eigen persoon; met eigen oogen. ¶ 親しみ vriendschap; intimiteit; hartelijke gevoelens. ¶ 親む vriendschap sluiten met; op vriendschappelijken voet komen met; intiem worden.
shiyū私有
zn. privaatbezit o.; persoonlijk eigendom o. ¶ 私有の privaat; privé; persoonlijk; particulier.
jibun自分
unw. zelf自分eigen. ¶ 自分で zelf; persoonlijk; in eigen persoon. ¶ 自分勝手 egoïsme; zelfzucht; eigenzinnigheid. ¶ 自分勝手に naar zijn eigen inzicht; (俗) op zijn eigen houtje. ¶ 自分きめの zelfbewust. ¶ 自分免許の met zichzelf ingenomen; zichzelf den titel gevend van; zich noemend. ¶ 自分の量見 eigen inzicht; discretie. ¶ 自分eigen gebruik. jiga も見よ.
daimeishi代名詞

zn. voornaamwoord o. ¶ 不定代名詞 onbepaald voornaamwoord. ¶ 關係代名詞 betrekkelijk voornaamwoord. ¶ 人稱代名詞 persoonlijk voornaamwoord. ¶ 指示代名詞 aanwijzend voornaamwoord. ¶ 所有代名詞 bezittelijk voornaamwoord.

SUPPLEMENT (trefwoord)
watakushi‚ watashi‚ atashi
vnw. (1) ik; mijzelf. ¶ 私の mijn. ¶ 私のもの van mij. ¶ 私に [voor, aan, bij, etc.] mij. (2) privé; persoonlijk; partijdig; zelfzuchtig.
※ N.B. De omschrijving die van de Stadt geeft voor 私 watakushi is opvallend onvolledig, ook de context van de jaren 1920 in aanmerking genomen. 私 is een van de woorden die in het Japans gebruikt worden op een manier die aardig overeenkomt met ons persoonlijk voornaamwoord ‘ik’. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld boku, ore, こちら kochira. Keuze van een van deze woorden hangt af van de situatie en vooral het beleefdheidsniveau.
jibun de自分で
(frase) zelf; persoonlijk; in eigen persoon; eigenhandig. ¶ 夕飯は自分で作りました。 Yūhan wa jibun de tsukurimashita. Ik heb zelf avondeten gemaakt. ¶ 女が自分で書いたはずはない。 Kanojo wa jibun de kaita hazu wa nai. Ze kan het niet zelf geschreven hebben. ¶ それは、自分で作ったの? Sore wa, jibun de tsukutta no? Heb je het zelf gemaakt? NB De constructie met 自分で is een van de weinige in het Japans die een meervoudsvorm vraagt. ¶ なぜ、彼らが自分たち家庭から離れていくのか。 Naze, karera ga jibuntachi no katei kara hanarete iku no ka. Waarom is het dat ze hun eigen familie verlaten? (blog) (TTC) (yamasv)
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <persoonlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
しんみりと shinmirito (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
しんみりした shinmirishita (1) rustig; zacht; stil; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) [~話] ontroerend; aandoenlijk
しんみり shinmiri (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
親しく shitashiku (1) vriendschappelijk; vriendelijk; gemoedelijk; (2) persoonlijk; hoogstpersoonlijk; in eigen persoon; in persona; zelf; (3) [~見る] met eigen ogen
自分 jibun [form.] ik; ikzelf; [attr.] mijn [(♂) persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon mannelijk enkelvoud]; ; zelf; zichzelf; zijn eigen persoon(lijkheid); [attr.] eigen; [attr.] persoonlijk
直々 jikijiki persoonlijk; zelf; niet door een ander; in eigen persoon; rechtstreeks; direct
直に jikani rechtstreeks; direct; onmiddellijk; eerstehands; uit de eerste hand; persoonlijk
自身 jishin (1) [attr.] eigen; (2) zelf; [adv.] persoonlijk
自ら mizukara persoonlijk; zelf; in eigen persoon; zichzelf; eigen; bij zichzelf; op zijn eigen; ; het zelf; de eigen persoon
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); (2) diep; (3) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; (4) prikkelend; (5) (van soep) dik; (van soep) rijk; (6) (van mist) dicht; (7) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (8) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie; (9) vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); (10) persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; (11) relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); (12) nabij
個人的 kojinteki (1) particulier; privé; privaat; eigen; persoonlijk; (2) individueel; persoonlijk; afzonderlijk
独自の dokujino eigen; persoonlijk; authentiek; typisch; karakteristiek; origineel
独自 dokuji eigen; persoonlijk; authentiek; typisch; karakteristiek; ; alleen; zelf; individueel
直接 chokusetsu rechtstreeks; direct; onmiddellijk; eerstehands; ~ uit de eerste hand; zonder omwegen; [i.h.b.] persoonlijk; op de man af
面と向かって mentomukatte in iemands gezicht; recht in z'n gezicht; rechtstreeks; persoonlijk
パーソナル paasonaru persoonlijk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'persoonlijk', strategie: exact). 
2005-2019