日蘭辭典+

59 resultaten voor ‘plaats’
日蘭辭典 (trefwoord)
tokoro處、所
(ところ) zn. (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.
basho場所
zn. plaats v.; plek v.; ligging v.; positie v.
ichi位置
zn. (1) [所在] plaats v.; ligging v.; situatie v. (2) [身分] stand m.; rang m. (3) [] positie v.; betrekking v. ¶ 僕の位置に立てばどうするか wat zou jij in mijn plaats doen? ¶ 位置エネルギー arbeidsvermogen van plaats. ¶ 店の位置は上等だ de winkel is zeergunstig gelegen.
asase淺瀨
(浅瀬) zn. ondiepte v.; doorwaadbare plaats (徒步地) v.
aki
(き) zn. (1) [間隙] ruimte v.; open plaats v. (2) [位] vacature v. (3) [暇] vrije tijd m. ¶ いた vrij; vacant; onbezet; ledig; leeg. (4) [椅子] vrije stoel. ¶ 罎 leege flesch. ¶ どこにも席がない er is nergens plaats.
akuあく
(開く・空く) i.w. (1) [開く] opengaan; geopend worden. (2) [始まる] beginnen; aanvangen. (3) [空く] vrij komen; open komen; vacant worden; leeg komen. ¶ を開いて met open mond. ¶ があいて居る niets te doen hebben. ¶ 場所が空いて居る de plaats is vrij. ¶ 罎が空いて居る de flesch is leeg. ¶ 此の机は空いて居ない deze tafel is bezet.
yariba遣場
(遣り場) zn. plaats voor een ding. ¶ 遣場に困る ik weet niet, waar ik er mee blijven moet; ik weet niet waar ik het laten zal.
tokai都會
(都会) zn. stad v. ¶ 都會住民 stadsbevolking; stedelijke bevolking; stadsbewoner.
toshi都市
(都市) zn. stad v.; gemeente.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [が] bewoond zijn. (3) [が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あののあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
tokubetsu特別
zn. uitzondering v.; bijzonderheid v. ¶ 特別extra nummer; speciale aflevering; speciale correspondent. ¶ 特別の speciaal; bijzonder. ¶ 特別に speciaal; in het bijzonder; vooral; voornamelijk. ¶ 特別授權 speciale machtiging. ¶ 特別席 speciaal gereserveerde plaatsen. ¶ 特別手當 bijzondere toelage; extra-vergoeding. ¶ 特別税 speciale belasting; extra-heffing.
kaijō會場
(会場) zn. vergaderzaal v.; plaats van bijeenkomst.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
isu椅子
zn. (1) [座席] stoel m. (2) [空位] plaats v.; vacature v.
kiseki軌跡
zn. meetkundige plaats v.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
sanshutsu產出

(産出) zn opbrengst v.; productie v. ¶ 產出する produceeren. ¶ 產出物 product; voortbrengsel. ¶ 產出力 productievermogen; vruchtbaarheid. ¶ 產出地 plaats van herkomst; plaats, waar iets voorkomt.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kaigijō会議場
zn. vergaderzaal; vergaderruimte; conferentiezaal; congreszaal; congres centrum (het); conventie centrum (het); plaats van bijeenkomst. ¶ 会議場で自社の製品の展示場を設けたいとお考えでしたら、早急にご連絡下さい kaigijōnai de jisha no seihin no tenjijō wo mōketai to okangae deshitara, sakkyū ni gorenraku kudasai Laat u me het alstublieft zo snel mogelijk weten als u een deel van de conferentiezaal zou willen opzetten om uw producten te tonen. (TTC) ¶ もっと会議場に近い場所部屋がよろしければ、ご連絡下さいMotto kaigijō ni chikai basho no heya no hō ga yoroshikeraba, gorenraku kudasai Neemt u alstublieft contact met mij op als u de voorkeur geeft aan een kamer dichter bij de conferentiezaal. (TTC)
chikaba近場
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plaats>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sono (1) tuin; gaard; gaarde; [Belg.N.] hof; (2) plek; plaats
ran (1) rubriek; kolom; -berichten; kroniek; (2) vakje; hokje; plaats; ruimte; veld
スポット supotto (1) [radio; tv] spot; spotje; (2) plek; plaats; (3) spotlight; schijnwerpers; [fig.] belangstelling; (4) [biljart] acquit
椅子 isu (1) stoel; zetel; divan; (2) plaats; vacature; openstaande betrekking
位置 ichi (1) positie; ligging; plaats; situatie; context; (2) maatschappelijke positie; stand; rang; status; (3) positie; betrekking
空間 kuukan [maatwoord voor ruimtes]; ; ruimte; plaats
kurai (1) […~] [partikel dat een hoeveelheid; mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (2) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (3) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft; of het belang van een voorbeeld nuanceert; overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan; ; (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer
僻地 hekichi afgelegen gebied; plaats; verlaten streek; buitenplaats; uithoek; ergens ver weg; periferie; [fig.] rimboe
辺地 henchi (1) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij; (2) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (3) [vanuit China's of India's standpunt] Japan
辺地 henji (1) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (2) [vanuit China's of India's standpunt] Japan; (3) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij
弱点 jakuten zwakke plek; plaats; zwak; teer punt; zwak; achilleshiel; zwakheid; kwetsbare plaats; zijde; gevoelige; pijnlijke; zere plek; gebrek; tekortkoming
jou -terrein; -veld; -plaats; -ruimte; -perk; -stadium; [i.h.b.] -baan; [i.h.b.] -droom; [i.h.b.] -piste; [m.b.t. golf] -links
seki [maatwoord voor zitplaatsen, plaatsen]; ; (1) zitplaats; plaats; zitgelegenheid; zitje; zetel; gestoelte; (2) locatie; gelegenheid; [i.h.b.] bijeenkomst; (3) positie; betrekking; post; functie; (4) variététheater; (5) rieten mat; bamboemat
船位 seni [scheepv.] bestek; plaats; positie van een schip; scheepspositie
do (1) grond; bodem; aarde; (2) terrein; gebied; domein; land; territorium; streek; plaats; (3) tǔ [= 3e fase binnen de wǔxíng 五行]]; (4) zaterdag; [afk.] za.; (5) provincie Tosa; (6) Turkije; ; (1) a. grond; aarde; (2) b. land; gebied; streek; (3) c. tǔ; (4) d. Saturnus; (5) e. provincie Tosa
tokoro (1) 11. [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (2) 12. een kwestie van …; in de orde van …; (3) 13. dat wat …; datgene wat …; (4) 14. waaraan; waarover; (5) 15. toen …; wanneer …; ; (1) [maatwoord voor plekken, stuks e.d.]; (2) 10. [maatwoord voor godheden, edellieden e.d.]; ; (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い; 強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
土地 tochi (1) grond; land; aarde; [vaderlandse enz.] bodem; (2) terrein; domein; stuk land; lap grond; [pregn.] lap; [pregn.] perceel; [lit.t.] landouw; (3) plaats; gebied; gewest; streek; regio; buurt; (4) territorium; domein; grondgebied
tan kort; kortstondig; ; (1) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; manco; defect; [form.] feil; (2) [muz.] mineur; (3) tanka [verkorting van tanka 短歌]
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
立場 tachiba (1) positie; situatie; plaats; stelling; hoedanigheid; [fig.] iems. schoenen; [対等の] voet; [苦しい~] parket; (2) standpunt; stellingname; houding; opstelling; opvatting; [oneig.] gezichtspunt; [oneig.] oogpunt; [fig.] hoek
ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
地理 chiri (1) topografische situatie; bijzonderheden van een landstreek; plaats; buurt; omgeving; (2) aardrijkskunde; geografie
chi (1) aarde; bodem; land; grond; gebied; terrein; (2) plek; plaats; (3) [m.b.t. boek, bladzijde] voet
地位 chii status; stand; rang; positie; plaats; standing; stelling
地点 chiten punt; plaats; plek
座席 zaseki plaats; zitplaats; zitje
局部 kyokubu (1) deel; plaats; (2) geslachtsdelen; genitaliën; edele delen
局所 kyokusho (1) deel; plaats; (2) [geneesk.] aangetast deel; zieke plek; (3) [anat.] schaamstreek; schaamdelen; geslachtsdelen
余地 yochi ruimte; plaats
ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
番手 bante (1) garennummer; (2) slotwachter; kasteelbewaker; schildwacht; (3) rotatie; toerbeurt; wisselbeurt; ; (1) [sportt.] positie; plaats; (2) [mil.] linie
ba (1) plek; plaats; [i.h.b.] zitplaats; (2) ruimte; plaats; (3) omstandigheden; gelegenheid; (4) [ton., film] scène; (5) beursvloer; beurssessie; effectenhandel; effectenmarkt; (6) veld; terrein
場所 basho (1) plaats; plek; oord; lokaliteit; het waar; (2) plaats; ligging; lokatie; situering; zetel; haard; [fig.] toneel; (3) plaats; ruimte; [i.h.b.] zitplaats; (4) sumō-toernooi; één van de kampioenschappen in het sumō; basho
fushi [maatwoord voor knopen, kneukels]; ; (1) [plantk.] knoop; nodus; [i.h.b.] stengelknoop; knorf; kwast; knoest; war; noest; kwar; knobbel; gewricht; gewrichtsknobbel; geleding; kneukel; knokkel; knokel; kluwen; knot; knoedel; (2) punt; plek; plaats; passage; locus; (3) moment; gewichtige gebeurtenis; tijdsgewricht; overgangspunt; sluitstuk; (4) [muz.] melodie; toon; noot; [muz.] passage; (5) intonatie; klemtoon; accent; (6) gedroogde bonito (Katsuwonus pelamis)
文章 bunshou (1) zin; passage; locus; plaats; tekst; (2) opstel; artikel; schriftstuk; geschrift; [i.h.b.] stijl
bun (1) 13. tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (2) 14. [oude lengtemaat] 0; 1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; ; (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; ; (1) a. verdeling; opdeling; scheiding; (2) b. verduidelijking; (3) c. aftakking; apart deel; (4) d. bestanddeel; element; (5) e. tijdsgewricht; (6) f. attributie; plicht; (7) g. kwalificatie; hoedanigheid; positie; (8) h. staat; toestand; mate; ; (1) portie; dosis; hoeveelheid; (2) 10. hoedanigheid; (3) 11. -gehalte; (4) 12. -tijd
個所 kasho plek; plaats; punt
広場 hiroba (1) open ruimte; plein; esplanade; plaza; piazza; [niet alg.] plaats; [i.h.b.] agora; [i.h.b.] marktplein; (2) platform [plaats waar men z'n mening kan zeggen]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 20 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'plaats', strategie: exact). 
2005-2019