日蘭辭典+

41 resultaten voor ‘plaatsen’
日蘭辭典 (trefwoord)
achikochi彼方此方
(あちこち) bw. overal; wijd en zijd; op verschillende plaatsen.
ashirauあしらふ
(あしらう) t.w. (1) [待遇] ontvangen; behandelen; onthalen. ¶ 丁寧に扱ふ hartelijk ontvangen; vriendelijk behandelen. (2) [配置する] plaatsen. (3) [食物を] opdisschen met; garneeren met;
yariba遣場
(遣り場) zn. plaats voor een ding. ¶ 遣場に困る ik weet niet, waar ik er mee blijven moet; ik weet niet waar ik het laten zal.
shosho處々
(処々, 所々) bw. op verschillende plaatsen; hier en daar.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kakikoカキコ
(znw., ww-suru; tevens かきこ) geschreven commentaar of opmerkingen op een bulletin board of een blog. Afkorting van 書き込み kakikomi wat de zelfstandige vorm is van het werkwoord 書き込む kakikomu. ¶ カキコ苦手なんです。 Kakiko nigate nan desu. Ik ben niet goed in het schrijven van comments. (TTC) ¶ 自由にカキコして下さい! Jiyū ni kakiko shite kudasai. Plaats gerust commentaar! (blog)
kan-suru, kan-su冠する、冠す
(schrijftaal) (tw) (1) iets omschrijven of een naam geven; een naam of label toevoegen [geven; toekennen] aan; bestempelen (als). ¶ 写真はソ連の首都の名を冠したモスクワである。(1941年沈没) Shashin wa so-ren no shuto no na wo kanshita Mosukuwa de aru. (1941-nen chinbotsu) [Het schip in] de foto is de Moskou, genoemd naar de hoofdstad van de Sovjet-Unie (gezonken 1941). (twitter) (2) een kroon plaatsen op; kronen. → 冠 kanmuri
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plaatsen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あしらうashirau (1) behandelen; ontvangen; onthalen; omgaan met; omspringen met; (2) nonchalant; slordig; zozo behandelen; lichtzinnig omgaan met; onzorgvuldig omspringen met; (3) van iets passends voorzien; schikken; plaatsen; [肉に野菜を] garneren met; versieren met; opmaken met; dresseren; aankleden; afwerken; (4) [nō-term] muzikaal begeleiden
シードするshiidosuru [sportt.] plaatsen; laten uitkomen
セットするsettosuru (1) in elkaar zetten; samenstellen; opbouwen; inrichten; opstellen; plaatsen; organiseren; klaarzetten; klaarmaken; bereiden; (2) [m.b.t. haar; kapsel] opmaken; [i.h.b.] watergolven; [i.h.b.] onduleren; [i.h.b.] haargolven; (3) [m.b.t. wekker; recorder enz.] zetten; afstellen; regelen; instellen; adjusteren
ポストするposutosuru [comp.] posten; plaatsen; inzenden; indienen
並べる ; 竝べる ; 双べる ; 列べるnaraberu (1) naast elkaar plaatsen; dicht bij elkaar zetten; zij aan zij leggen; juxtaponeren; (2) schikken; (in een rij) opstellen; (op een rij) zetten; [stoelen e.d.] klaarzetten; [op een (speel)bord] plaatsen; (3) iets naast iets anders stellen; vergelijken; opwegen; (4) aan een stuk door [praten; klagen enz.]; [klachten; gebreken enz.] opnoemen; opsommen
乗せる; のせるnoseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk; complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per)
仕掛けるshikakeru (1) beginnen (met; aan; te); een begin maken met; (2) voorbereiden; in gereedheid brengen; [爆発物を] plaatsen; [罠を] zetten; opzetten; [地雷を] leggen; (3) het met iem. aanleggen; uitdagen; provoceren; uitlokken; [喧嘩を] zoeken
付ける ; 附けるtsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [バター; クリーム; ジャムを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷; 跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意; 目を] vestigen op; [犯人; 車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符; コメント; 注文を] plaatsen; zetten; [名; 味を] geven; [実; 利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
任命するninmeisuru aanstellen; benoemen; nomineren; plaatsen; installeren
位置付けるichizukeru plaatsen; positioneren; onderbrengen
填める ; 嵌めるhameru (1) [een deur enz.] inmonteren; monteren; fitten; inpassen; vatten; [een diamant enz.] zetten; invatten; inkassen; [goudsm.] kassen; (juist) plaatsen; inzetten; inbrengen; inleggen; [een ring enz.] aandoen; [aan iems. vinger enz.] steken; omdoen; [handschoenen enz.] aantrekken; (2) verstrikken; vangen; foppen; bedotten; bedriegen; in de val laten lopen; beetnemen; [fig.] beethebben; erin laten lopen; bedotten; erin luizen; ertussen nemen; te pakken nemen; [uitdr.] te grazen nemen
安置するanchisuru (1) plaatsen; installeren; (2) opbaren
宿すyadosu (1) [大志を] koesteren; (2) [面影を] bewaren; overhouden; in stand doen blijven; (3) [子を] zwanger worden; in verwachting raken; een kind onder het hart dragen; (4) [人を] onderdak verlenen; een onderkomen geven; onderbrengen; huisvesten; logeren; herbergen; legeren; plaatsen; (5) in bewaring geven; toevertrouwen
対照するtaishyousuru tegenover elkaar stellen; plaatsen; vergelijken; aan een vergelijking onderwerpen; naast elkaar leggen; tegen elkaar afzetten; collationeren; [inform.] collen; accorderen
対置するtaichisuru tegenoverstellen; plaatsen; zetten; stellen tegenover; contrasteren; opponeren; [w.g.] tegenstellen
引っ込んでいるhikkondeiru (1) op de achtergrond blijven; zich op de achtergrond houden; plaatsen; zich achteraf houden; zich gedekt houden; (2) [家に] thuisblijven; thuiszitten; thuis blijven; in huis blijven; binnen blijven; de deur niet uit komen; niet buiten de deur komen
当てるateru (1) [ガーゼを] aanbrengen; [体温計を] aanleggen; zetten; leggen; opleggen; houden aan; tegen; plaatsen; drukken; (2) treffen; slaan tegen; inslaan in; raken; (3) raden; gokken op; oplossen; (4) winnen; succes behalen; boeken; het maken; z'n slag slaan; (5) blootstellen; in contact brengen met; onderwerpen aan; (6) gaan zitten op; plaatsnemen op; (7) [生徒に] het woord geven aan; de beurt geven; om antwoord vragen
投資するtoushisuru investeren; beleggen; uitzetten; plaatsen; steken in
括るkukuru (1) binden; vastbinden; vastmaken; bundelen; (2) [首を] zich verhangen; (3) [かっこで] tussen haakjes zetten; plaatsen; (4) [収支を] vereffenen; verrekenen; afsluiten; salderen
据える ; 居えるsueru (1) plaatsen; installeren; zetten; leggen; stellen; (2) bevestigen; monteren; vastzetten; (3) een functie doen innemen; plaats doen nemen; installeren; bevestigen; aanstellen als; benoemen tot; (4) [目を] vestigen op; fixeren op; concentreren op; [度胸を] vatten; verzamelen; scheppen; [腰を] toeleggen; [腹を] bepalen; besluiten
掲載するkeisaisuru in de krant enz. zetten; plaatsen; publiceren; een artikel brengen; opnemen
検疫するkenekisuru in quarantaine houden; plaatsen; geven
泊めるtomeru (1) herbergen; huisvesten; logeren; onderbrengen; plaatsen; plaatsruimte bieden; logies geven; onderdak verlenen; huisvesting verschaffen; een slaapplaats geven; [oneig.] inkwartieren; (2) [zeew.] meren; [zeew.] aanmeren; [zeew.] verankeren; [zeew.] ankeren
着けるtsukeru (1) aanleggen; [scheepv.] (af)meren; (aan de wal) vastleggen; vastmaken; stilhouden; stoppen; parkeren; [aan de kant enz.] zetten; [i.h.b.] voorrijden (tot aan ~); (2) doen raken; ertegenaan brengen; in aanraking brengen met; [de eerste hand enz.] leggen aan; (3) [iem. in een bep. positie] brengen; plaatsen; zetten; doen zitten; doen plaatsnemen; zitting doen nemen in; (4) aantrekken; aandoen; zich [in het zwart enz.] steken; zich kleden; [een lint in het haar enz.] steken; [een broche enz.] opsteken; [m.b.t. masker] opzetten; aanbrengen; (5) zich eigen maken; zich verwerven; aanleren
突く ; 衝く ; 撞くtsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje; klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne; langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer; de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
立てるtateru (1) rechtop zetten; overeind zetten; opzetten; oprichten; opstellen; opslaan; opsteken; planten; [i.h.b.] stichten; [耳を] spitsen; (2) voordragen; [候補者として] voorstellen; aanstellen als; tot; installeren als; [王位に] plaatsen; benoemen tot; [証人を] oproepen; [代役を] opvoeren; (3) [計画; 規則を] maken; opstellen; ontwerpen; uitwerken; [目標を] stellen; [誓いを] afleggen; [意義を] opperen; [記録を] vestigen; (4) veroorzaken; teweegbrengen; [物音を] maken; [声を] verheffen; (een kik) geven; [湯気; 煙を] afgeven; [埃を] opjagen; [噂を] de wereld insturen; (5) [門; 戸; 雨戸; 障子を] sluiten; dicht doen; (6) [茶を] zetten; [i.h.b.] een theeceremonie uitvoeren; (7) respecteren; iem. in zijn waarde laten; [i.h.b.] steunen; [i.h.b.] bijstaan; (8) enthousiast …; geestdriftig … [aangesloten op de ren'yōkei]
置く ; 措く (bet. 6) ; 擱く (bet. 17)oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud; zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw; rijp; rijm; nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
設置するsetchisuru (1) oprichten; vestigen; instellen; stichten; installeren; in het leven roepen; tot stand brengen; organiseren; vormen; (2) installeren; plaatsen; opstellen; aanbrengen; [場所に標識を] van bakens voorzien; bebakenen
載せるnoseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk; complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per); (7) [een advertentie in de krant enz.] zetten; plaatsen; opnemen; publiceren; optekenen; vermelden; te boek stellen
ren (1) [paardenloterij] quinella; (2) gezelschap; bende; coterie; partij; aanhang; [Belg.N.] compagnie; metgezellen; maten; kameraden; (3) [plantk.] tribus; (4) en cie.; en co.; cum suis; [afk.] c.s.; (5) riem; [i.h.b.] 1.000 vel papier; [i.h.b.] 100 stuks karton; (6) [handelsmaat voor cellofaan: 500 m²]; (7) [maatwoord voor rijgsels; strengen; snoeren]; (8) [maatwoord voor risten (gedroogde) eetwaar]; (9) [maatwoord voor vlechtwerk]; (10) [maatwoord voor haviken; valken]; (a) op rijen staan; plaatsen; rijgen; opeenvolgen; betrekking hebben; (b) blijven duren; telkens herhalen; voortzetten; (c) gezelschap; bende; (d) bond; verbond
配すhaisu (1) opstellen; plaatsen; uitzetten; doen postvatten; posteren; stationeren; toewijzen; alloceren; (2) combineren; arrangeren; schikken; doen passen bij; samenvoegen; matchen; (3) koppelen; uithuwen; uithuwelijken; (4) verbannen; exileren; deporteren; (5) onderbrengen; onderschikken
配備するhaibisuru [mil.] plaatsen; opstellen; in stelling brengen; deployeren; inzetten; posteren; stationeren
配置するhaichi plaatsen; posteren; stationeren; opstellen; schikken; aanbrengen; voorzien van
雇う; 傭うyatou (1) in dienst nemen; aannemen; (geregeld) werk geven; tewerkstellen; inhuren; [m.b.t. een artiest] engageren; [m.b.t. een voetballer] contracteren; [m.b.t. een matroos] (aan)monsteren; werven; aanwerven; [mil.] enroleren; [schoolverlaters] plaatsen; (2) huren; afhuren; charteren
預けるazukeru (1) toevertrouwen; deponeren; in bewaring geven; inchecken; consigneren; afgeven ter bewaring; afzetten; [銀行に金を] op de bank zetten; (2) overlaten; overdragen; overgeven; overleveren; uitbesteden; outsourcen; (3) [椅子に体を] vlijen; laten rusten; plaatsen; (4) [勝負を] door een derde laten beslissen; (5) [theeceremonie] [茶道具を] klaarzetten; gereedzetten; (6) [土地を] in leen geven; belenen; met een leen begiftigen; verpachten; (7) in pand geven; stellen; te pand zetten; panden; verpanden; (8) aan prostitutie overgeven; prostitueren; (9) [酒を] afslaan; zich onthouden van
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: 'plaatsen', strategie: exact). 
2005-2022