日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘portie’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
gyū

zn. rundvleesch o. ¶ 一人前 één portie rundvleesch.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <portie>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一皿hitosara bord; schotel; portie
一部分ichibubun deel; gedeelte; stuk; deeltje; part; partij; portie
分与産bunyosan erfdeel; portie; versterf
分配bunpai (1) verdeling; ronddeling; uitdeling; distributie; toebedeling; omslag; (2) (toegewezen) deel; aandeel; gedeelte; deelneming; deling (in de winst enz.); portie; part; stuk
bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
口分kubun (1) hoofdelijke verdeling; verdeling per hoofd; (2) rantsoen; portie
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
定量teiryou (1) vaste hoeveelheid; beperkte hoeveelheid; vaste dosis; rantsoen; portie; (2) kwantificatie; kwantificering; meting; hoeveelheidsbepaling; vaststelling van gehalte
宛てがいategai (1) toebedeling; toewijzing; distributie; allocatie; repartitie; toekenning; [食物の] rantsoenering; rantsoen; portie; (2) stipendiëring; dotatie; toelage; schenking; [i.h.b.] belening; begiftiging met een leen; (3) overweging; consideratie
yama (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed; kop van een schroef; knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) praalwagen in de vorm van een berg; (13) valkuil om evers of herten te vangen; (14) lichtekooi; prostituee; (15) voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) slangwoord voor "misdrijf"; (17) naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; (18) [maatwoord voor bergen; en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (19) [maatwoord voor een voorgeschotelde portie; stapeltje fruit enz.]; (a) berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (b) [schertsend; vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven; werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]
sara (1) bord; schotel; schaal; bordje; schoteltje; schaaltje; [Belg.N.] ondertas; [verzameln.] tafelgerei; [verzameln.] tafelgerief; (2) gerecht; schotel; portie; gang; maaltijd; (3) [boeddh.] metalen bord; bekken; (4) schaal van een weegschaal; (5) [膝の] knieschijf; (6) [頭の] hersenpan; (7) sara [= 108e van de 214 Kāngxī-radicalen]; (8) [maatwoord voor schotels; gangen; porties]
部分bubun deel; gedeelte; portie; stuk; part; afdeling; fractie; segment; brok
配当haitou (1) toebedeling; omslag; toewijzing; allocatie; (2) toegewezen deel; aandeel; part; portie; (uitkering van) dividend
ryou (1) volume; omvang; massa; portie; hoegrootheid; (2) hoeveelheid; kwantiteit; grootte; grootheid; kwantum
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'portie', strategie: exact). 
2005-2021