日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘praktijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitchi實地
(実地) zn. praktijk v.; werkelijkheid v.; toepassing v.; uitvoering v. ¶ 實地に in de praktijk; in werkelijkheid. ¶ 實地經驗 praktsiche ervaring. ¶ 實地に行ふ uitvoeren.
yaruやる
(遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <praktijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
事務所jimushyo kantoor; praktijk; praktijkruimte; bureau; [Belg.N.] bureel; [i.h.b.] zakenadres
rei (1) gewoonte; gebruik; praktijk; (2) usance; usantie; het obligaat-zijn; (3) waarvan; van wie gesproken wordt; iets bekends [onder gespreksgenoten]; (4) precedent; traditie; (5) voorbeeld; illustratie; geval; specimen; staaltje; proeve; exemplum; [afk.] vb.; (6) [maatwoord voor voorbeelden; illustraties]; (a) gewoonte; gebruik; vaste gebeurtenis; (b) regel; voorschrift; (c) algemeen principe; (d) voorbeeld; model
依頼人irainin (1) verzoeker; cliënt; [verzameln.] clientèle; praktijk; (2) De cliënt
修行shyugyou (1) praktijk; uitoefening; (2) [boeddh.] praktisering van het boeddhisme; [i.h.b.] ascese; (3) [boeddh.] bedevaart; [veroud.] beevaart; pelgrimstocht; pelgrimage; pelgrimsreis; [Belg.N.; veroud.] begankenis; (4) oefening; studie; training; exercitie; (5) educatieve rondreis; ± vagantisme; ± vagantenleven
修道shyuudou (1) [学問; 技芸の] beoefening; oefening; (2) [rel.] beoefening; oefening; het onderhouden; praktijk
医院iin dokterspraktijk; praktijk; kliniek; [Belg.N.] dokterskabinet; [Belg.N.] kabinet
実務jitsumu zaken; praktijk
実行jikkou uitvoering; tenuitvoerlegging; tenuitvoerbrenging; toepassing; vervulling; implementering; effectuering; volvoering; nakoming; beoefening; verrichting; realisering; uitoefening; praktijk; daad
実践jissen praktijk; praktische uitvoering; praktisering; beoefening; uitoefening; realisering; verwerkelijking; implementatie; effectuering
実際jissai (1) [boeddh.] bhūtakoṭi [= ultieme realiteit]; (2) realiteit; werkelijkheid; (bestaande) situatie; toestand; ware toedracht; feitelijkheid; (3) praktijk; praktische kant; (4) echt; inderdaad; werkelijk; waarlijk; (5) eigenlijk; feitelijk; in wezen; in feite; in werkelijkheid; in praktijk; daadwerkelijk
廃業haigyou opheffing van een zaak; kantoor; bedrijf; praktijk; liquidatie
慣習kanshyuu gewoonte; gebruik; praktijk; usance; usantie; conventie; [jur.] consuetudo [gebruik waaraan rechtskracht wordt toegekend]
習いnarai gewoonte; gebruik; praktijk; geplogenheid; gebruikelijke wijze
習わしnarawashi (1) gewoonte; zede; gebruik; praktijk; [Belg.N.] geplogenheid; usance; usantie; traditie; (2) oefening; training; (3) het aanleren; gewoontevorming; gewenning
習慣shyuukan (1) gewoonte; hebbelijkheid; aanwensel; gewendheid; [w.g.] aanwenst; (2) gewoonte; gebruik; praktijk; zede; wijze; adat; [veroud.] wijs; [w.g.] usance; [w.g.] usantie; [Lat.; studentent.] mos; [Lat.] usus
習練shyuuren oefening; training; praktijk
行為koui daad; handeling; praktijk; verrichting; bedrijf; [gew.] akte
gyou (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes; regels]
顧客kokyaku (geregelde; vaste) klant; (regelmatige) afnemer; [弁護士の] cliënt; praktijk; [verzameln.] klantenkring; clientèle; [Belg.N.] cliënteel; klandizie; nering
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'praktijk', strategie: exact). 
2005-2022