日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘prostituee’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsujigimi辻君
zn. straathoer v.; snol v.
jōfu情婦
zn. minnares v.; maitresse v.
shishō私娼
zn. clandestiene prostitutie v.; () clandestiene prostituee v.; snol v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
vrouw

(znw, de)
(1) onna no hito 女の人; josei 女性 (algemene benamingen); onna 女 (vrouw; geliefde; echtgenote; meid; prostituee); fujin 婦人 (mevrouw; dame(s)); onna no kata 女の方 (dame(s)); joshi (vrouw; mevrouw; meisje; jongedame; dochter). ¶ Er was een vrouw de was aan het ophangen. Onna no hito ga sentakubutsu wo roopu ni hoshite iru tokoro datta. 女の人が洗濯物をロープに干しているところだった。 (TA) ¶ De werkende vrouw. Hataraku josei [fujin]. 働く女性[婦女]。 ¶ De vrouwenbeweging. Josei [fujin] undou. 女性[婦人]運動。 ¶ Mevrouw Bruce was de eerste vrouwelijke piloot die de tussen Engeland en Japan vloog. Buruusu fujin wa Ei-Nichi-kan wo tonda saisho no josei pairotto de atta. ブルース婦人は英日間を飛んだ最初の女性パイロットであった。 (TA)
(2) tsuma (echtgenote); kanai 家内 (mijn vrouw); nyoubou 女房; waifu ワイフ(([mijn,zijn]) vrouw [echtgenote]). ¶ Mijn echtgenote is Chinees. Watashi no tsuma wa Chuugokujin desu. 私のは中国人です。 ¶ Mijn vrouw is dokter. Kanai wa isha desu. 家内は医師です。 ¶ Zijn vrouw heeft het thuis voor het zeggen. Kare wa nyoubou no shiri ni shikarete iru. 女房の尻にしかれている。 (TA)

onna no hitootoko no hito
joseidansei
onnaotoko
joshidanshi
tsumaotto
waifuhazu

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <prostituee>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ushi (1) rund; koe; Bos taurus; (2) [cul.] rundvlees; [Sur.N.] koe; (3) kunstpenis; dildo; (4) runner voor een bordeel; klantenlokker; [Barg.] brenger; (5) [Edo-gesch.; Shimoda 下田 (prov. Izu 伊豆)-dialect] prostituee; (6) [Jap.cul.] gyūhi [= traditionele lekkernij; bereid van rijstbloem; suiker en smaakstoffen]; (7) [楊弓; 大弓で] honderd; (8) [dierk.] tong; zeetong; (9) [bouwk.] houten constructie; (10) 10. [bouwk.] zware steunbalk; (11) 11. stroombreker; waterkering; beer
牡丹 botan (1) [plantk.] boompioen; heesterpioen; Paeonia suffruticosa; (2) [m.b.t. kimono-drapering] boompioen-kleurschakering; (3) [Jap.herald.] gestileerde bloem van de boompioen; (4) everzwijnvlees; varkensvlees; (5) hoer; prostituee; (6) bloemenkaart die de zesde maand voorstelt; (7) [Jap.Barg.] katoen; watten; [i.h.b.] met katoen gevoerde kleding; (8) [Jap.Barg.] baas van het gokkersgilde
代物 shiromono (1) ding; geval; spul; [min.] mens; gast; kwibus; [Belg.N.] kwiet; (2) artikel; handelswaar; koopwaar; (3) voorwerp van waarde; (4) koopprijs; prijs; (5) prostituee; (6) knap huwbaar meisje
達磨 daruma (1) [boeddh.] dharma; grondregel; norm; waarheid; wet; doctrine; (2) Daruma-pop [op het gezicht na rode papier-maché pop; tuimelaar die Bodhidharma in zitmeditatie voorstelt; als gelukbrengende mascotte wordt vaak een oog zwart ingekleurd waarna het andere volgt zodra een wens uitgekomen is]; (3) voorwerp in de vorm van een Daruma-pop; (4) iets dat volledig rood is; (5) vrouw die makkelijk platgaat; prostituee; (6) boeddhistische priester; (7) haori-jasje; (8) Bodhidharma [stichter-patriarch van het Chinese zenboeddhisme]
yama (1) a. berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (2) b. [schertsend, vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven; werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]; ; (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed, kop van een schroef, knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) 10. massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) 11. rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) 12. praalwagen in de vorm van een berg; (13) 13. valkuil om evers of herten te vangen; (14) 14. lichtekooi; prostituee; (15) 15. voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) 16. slangwoord voor "misdrijf"; (17) 17. naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; ; (1) 18. [maatwoord voor bergen, en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (2) 19. [maatwoord voor een voorgeschotelde portie, stapeltje fruit enz.]
売春婦 baishunfu prostituee; hoer; publieke; ontuchtige; slechte vrouw; lichtekooi; snol; slet; sloerie; del; poes; madelief; straatmadelief; meretrix; venuspriesteres; priesteres van Venus; nymphe du pavé; veile vrouw; deern; [fig.] Jezabel; [euf.] assistente; [euf.] hostess; [euf.] masseuse; [euf.] straatmeid; [euf.] nachtloopster; [iron., euf.] respectueuse; [scherts.] liefdezuster; [pregn.] meisje (van plezier); fille de joie; [pregn.] meid; [uitdr.] één van 't gilde; [uitdr.] meisje van lichte; losse; twijfelachtige zeden; [uitdr.] meisje van de lichte cavalerie; [uitdr.] meisjes van de vlakte; [uitdr., niet alg.] meisjes van het vrolijke hart; [iron.uitdr.] zusters des gemenen levens; [Sur.N.] motjo; [volkst., veroud.] stinkerd; [gew.] drevelgat; [gew.] poddel; [gew.] modde; [studentent.] bok; [Barg.] kalle; [Barg.] temeier; [Barg.] gondel; [Barg.] karpertje; [Barg.] blauwe begijn; [Barg.] kat; [Barg.] (doorgefourneerd) lommerdbriefje; [Barg.] zoetelel; [Barg.] stinkniese; [Barg.] Turkse tafelschel; [Barg.] zwaantje; [Barg., veroud.] secreet; [Barg., scheldw.] tor; [veroud., arch.] venusdier; [veroud., arch.] venusnimf; [veroud.] wafelmeisje; [veroud.] nimf; [veroud.] baanmeid; [veroud.] mot; [scheldw.] maintenee; [scheldw.] pisbak; [scheldw.] emmer; [scheldw., vulg.] spermaspons
プロ puro (1) prof; professional; beroeps; beroepsspeler [afkorting van purofesshonaru プロフェッショナル]; (2) proletariër; proletariaat [afkorting van puroretaria プロレタリア of puroretariāto プロレタリアート]; (3) [dramaturgie] productie; productiemaatschappij [afkorting van purodakushon プロダクション]; (4) prostituee; hoer [afkorting van purosuchichūto プロスチチュート]; (5) procent; percent [afkorting van purosento プロセント]; (6) propaganda [afkorting van puropaganda プロパガンダ]; (7) programma [afkorting van puroguramu プログラム]
お山 oyama (1) [Kioto-Osaka-regiolect] prostituee; hoer; (2) [i.h.b.] ordinaire prostituee [die buiten de klasse van de tayū- 太夫; 大夫 en tenjin 天神-meisjes viel]; (3) bootprostituee [meisje dat vanaf een rivierbootje haar diensten aanbiedt]; waternimf; (4) [i.h.a.] knappe vrouw; mooi meisje
干瓢 kanpyou (1) [cul.] gedroogd reepje fleskalebas; (2) [Edo-gesch.] prostituee
夕顔 yuugao (1) [plantk.] fleskalebas; Lagenaria siceraria; (2) vrucht van de fleskalebas; kanonskogel; pelgrimsfles; (3) [Yoshiwara-jargon] prostituant die voor de tweede maal de diensten van een eerder bezocht meisje opzoekt; (4) bij avond opgemaakt gezicht [m.n. van prostituee]; (5) prostituee; hoer; straatmadelief; (6) Yūgao [titel van het vierde hoofdstuk van Het verhaal van Genji]; (7) Yūgao [titel van een no-lied]; (8) Yūgao [titel van een door Kikuoka Kengyō 菊岡検校 gecomponeerd volkslied; koto-stuk]; (9) Yūgao [personage in Het verhaal van Genji]
遊女 yuujo (1) hoer; prostituee; meisje van plezier; fille de joie; (2) chanteuse; danseuse; animeermeisje; entraineuse; gogogirl; (3) uitgaanster; boemelaarster
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'prostituee', strategie: exact). 
2005-2020