日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘puur’
SUPPLEMENT (titelwoord)
puur
bn. (1) [onvermengd] 純粋な junsui na [schoon] きれいkirei na; 清潔seiketsu na. ¶ 明確にしなければならない最初の点は、そのデザインが純粋に実験的なものであったということである。 Meikaku ni shinakereba naranai saisho no ten wa, sono dezain ga junsui ni jikkenteki na mono de atta to yū koto de aru. Het eerste punt dat opgehelderd dient te worden is dat dit ontwerp puur experimenteel was. [BTC] ¶ 純粋なSFものはないが、とんでも能力バトルで間違った科学知識の垂れ流しは多い。 Junsui na SF mono wa nai ga, tondemo nōryoku batoru de machigatta kagaku chishiki no tarenagashi wa ooi. Ook al is het geen pure sf, er zijn er veel die overlopen van foute wetenschappelijke kennis met gevechten [tussen mensen] met stompzinnige [speciale] vermogens. [2ch]
日蘭辭典 (trefwoord)
junsui純粹
(純粋) zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純粹zuiver; rein; onvermengd; fijn; echt; puur.
jun
zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純量 netto gewicht. ¶ 純能率 nuttig effect. ¶ 純金 zuiver goud.
tada
(ただ、唯、徒、但、常) bw. (1) [單に] alleen maar; slechts. (2) [排他的に] uitsluitend. (3) [無駄に] te vergeefs. (4) [無代] voor niets; om niet; gratis. ¶ 只の enkel; uitsluitend; (無料な) vrij; gratis; gewoon (通常の). ¶ ただ一つの eenig. ¶ 徒人 een gewone man. ¶ 唯の一夜に in een enkelen nacht.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <puur>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
のみnomi (1) [drukt beperking uit] enkel; alleen; alleen maar; slechts; puur; (2) [drukt bijzondere nadruk uit]; (3) [drukt in zinsfinale positie een concluderende uitspraak met gevoelsnadruk uit] maar; louter; gewoon; niets dan
ストレートでsutoreetode (1) opeenvolgend; direct achter elkaar; op rij; (2) direct; rechtstreeks; zonder omwegen; (3) puur; onverdund; zuiver
一重hitoe (1) eenlagig iets; enkele laag; (2) ongevoerde kleding; (3) zomergoed; zomerkleding; zomerkimono; (4) [plantk.] enkelbloemig; met één laag bloemblaadjes; (5) puur; onversneden; zuiver; onvermengd; onverdeeld; (6) meer; nog meer; een tandje bij; intenser
全くmattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
初々しいuiuishii onschuldig; argeloos; onbedorven; puur; onbevlekt; simpel; nuchter; naïef; ongekunsteld
単純tanjun (1) puur; onvermengd; [m.b.t. kleur] effen; (2) eenvoudig; simpel; ongekunsteld; ongecompliceerd; niet ingewikkeld; (3) simpel; eenvoudig; naïef; [i.h.b.] dommig
単純なtanjunna (1) puur; onvermengd; [~色] effen; (2) eenvoudig; simpel; ongekunsteld; ongecompliceerd; niet ingewikkeld; (3) simpel; eenvoudig; naïef; [i.h.b.] dommig
唯 ; 只 ; 常 ; 徒tada (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; (4) alleen; maar; echter; het enige is; dat; (5) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (6) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
jun (a) hartelijk; warm; (b) eerlijk; puur
清いkiyoi (1) vlekkeloos; klaar; helder; zuiver; puur; (2) nobel; eerbaar
清げkiyoge rein; puur; zuiver; ongerept; gaaf; schoon; mooi; knap; keurig; verzorgd
清らかkiyoraka rein; zuiver; helder; klaar; puur; schoon; clean; proper; kuis; zedig
清浄なseijouna zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk
清浄seijou (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; (2) een triljardste; 10−21; (3) zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk
清潔seiketsu (1) reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid; (2) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (3) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清潔なseiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清純なseijunna zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
潔白keppaku (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; onschuldigheid; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig
無垢muku (1) [boeddh.] vimalā [= onbezoedeldheid; smetteloosheid]; (2) ongereptheid; onbevlektheid; vlekkeloosheid; onschuld; schuldeloosheid; (3) onversnedenheid; onvermengdheid; zuiverheid; reinheid; puurheid; (4) effen kimono; (5) onbezoedeld; smetteloos; ongerept; onbevlekt; vlekkeloos; onschuldig; schuldeloos; puur; zuiver; rein; onversneden; onvermengd
無垢のmukuno (1) zuiver; puur; rein; vlekkeloos; smetteloos; onbevlekt; ongerept; zonder smet; (2) onschuldig; innocent; (3) puur; onversneden
真っma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
純一junitsu (1) zuiverheid; puurheid; homogeniteit; (2) zuiver; puur; onversneden; onvermengd; homogeen
純正junsei (1) puur; zuiver; echt; onvervalst; authentiek; (2) [wetensch.] zuiver (i.t.t. toegepast)
純真junshin (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
純粋junsui (1) puurheid; [form.] puurte; zuiverheid; [w.g.] zuiverte; [m.b.t. metalen] gedegenheid; (2) echtheid; raszuiverheid; onvervalstheid; genuïteit; authenticiteit; oorspronkelijkheid; waarachtigheid; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; [fig.] blankheid; (3) puur; zuiver; louter; naturel; [m.b.t. metalen] gedegen; (4) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋なjunsuina (1) puur; zuiver; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋のjunsuino (1) puur; zuiver; rein; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; absoluut; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
jun (1) zuiver; puur; echt; onversneden; onvermengd; authentiek; onvervalst; (2) onbevlekt; rein; onschuldig; onbedorven; (3) puur …; zuiver …; (a) zuiver; puur
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'puur', strategie: exact). 
2005-2021