日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘rand’
日蘭辭典 (trefwoord)
gairin外輪
zn. wielbeslag o.; band om een wiel; scheprad (汽船の) o. ¶ 外輪船 raderboot
haji
zn. rand m. kant m.
naminami to波々と
bw. boordevol; tot aan den rand.
fuchi
(縁) zn. (1) [] kant m. rand (、際、崖) m. (2) [額、枠] lijst v. ¶ 一枚の boordevol. ¶ 附ける in een lijst zetten. ¶ 頁の marge; kantlijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rand>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
tsuba (1) stootplaat; tsuba; (2) [m.b.t. hoed] rand; (3) [techn.] halskraag; flens
gen a. scheepsboord; ; (1) [scheepv.] boord; scheepsboord; zijde; zij; scheepszijde; (2) [plantk.] [花弁の] rand; boord; zoom; limbus
heri (1) rand; uiterste; (2) [帽子の] rand; boord; zoom; [紙面の] marge; [道路の] berm; [織物の] zelfkant; boordsel; (3) [astron.] schijfrand; rand; (4) [biol.] limbus
waku (1) [maatwoord voor kaders, lijsten, ramen]; (2) [maatwoord voor starthokken of -boxen bij paardenrennen, hondenrennen enz.]; ; (1) raam; raamwerk; kozijn; lijst; kader; omlijsting; rand; (2) omtreklijn; omlijning; contour; [記事の] kader; (3) limiet; grens; begrenzing; beperking; (4) quota; contingent; (maximum; geplafonneerd) aantal; (5) spoel; klos
周辺 shuuhen rand; randgebied; omgeving; omstreken; periferie; omtrek; buurt; rondte; [i.h.b.] buitenwijken; voorsteden
周囲 shuui (1) omtrek; omvang; circumferentie; [i.h.b.] taille; [meetk.] perimeter; (2) omgeving; entourage; environment; omstreek; environs; buurt; periferie; rondte; rand; [i.h.b.] iems. naasten; [attr.] omliggend; [attr.] omgevend; [attr.] omgelegen; [attr.] omringend
郊外 kougai voorstad; buitenwijken; omgeving van een stad; rand
tamoto (1) [着物の] mouw; (2) [山の] voet; (3) [橋の] rand; nabijheid; buurt
zai gelegen in; gesitueerd in; zich bevindend in; verblijvend in; wonend in; residerend in; aanwezig in; ; (1) platteland; land; country; boerenland; mediene; [Belg.N., spreekt.] buiten; [Belg.N.] boerenbuiten; (2) buitenwijken; randwijken; buitengebied; randgebied; randgemeenten; rand; buitenkant; periferie; voorsteden; (3) aanwezigheid; het er-zijn; het zich-bevinden
外れ hazure (1) rand; zoom; buitenwijk; randgebied; periferie; (2) niet in de prijzen vallend lot; niet; (3) misser; (4) misoogst; slechte oogst; [w.g.] wanoogst; (5) teleurstelling
hashi 11. […~に] terwijl; en daarnaast; ; (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) 10. lagere prostituee
hashi (1) uiteinde; tip; top; punt; spits; eind; (2) kant; boord; rand; zoom; uithoek; uiterste; buitenrand; buitenkant; grens; (3) stukje; flard; snipper; splinter
fuchi rand; boord; zoom; kant; randje; zijkant; buitenkant; bovenrand; [i.h.b.] oever; [i.h.b.] montuur; [fig., lit.t.] trans
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'rand', strategie: exact). 
2005-2019