日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘rang’
日蘭辭典 (trefwoord)
yangotonakiやんどとなき
bn. verheven; aanzienlijk; hoog in rang; nobel; adellijk; Noot: Kennelijke vergissing in origineel. Bedoeld zal zijn: やんごとなき
ichi位置
zn. (1) [所在] plaats v.; ligging v.; situatie v. (2) [身分] stand m.; rang m. (3) [] positie v.; betrekking v. ¶ 僕の位置に立てばどうするか wat zou jij in mijn plaats doen? ¶ 位置エネルギー arbeidsvermogen van plaats. ¶ 店の位置は上等だ de winkel is zeergunstig gelegen.
kan-i官位
zn. rang m.
dan
zn. (1) [段階] trap v.; sport (梯子の) v. (2) [行欄] kolom v. (3) [文章の] paragraaf v.; artikel o. (4) [等級] graad m.; rang m.; klasse v. (5) [芝居の] tooneel v.; scene v. ¶ 梯子の頂上の段で op de bovenste sport van de ladder. ¶ 段が違ふ tot een geheel andere klasse behooren; ver uitsteken boven. ¶ 此段念の爲御通知申 voor alle zekerheid deel ik u deze zaak mede. ¶ 勘平切腹の段 het tooneel, waarin Kanpei zelfmoord pleegt.
ichiryū一流
zn. eerste rang m. ¶ 一流の eerste rangs-; toonaangevend. ¶ 一流の政治家 een staatsman van den eersten rang. ¶ 彼一流の策略 zijn geliefkoosde list. ¶ 彼一流の筆法 zijn speciale stijl.
SUPPLEMENT (trefwoord)
saitei最低
(na-adj,no-adj,znw,bw) (1) het minste; ten minste; allerminste; het laagste; het allerlaagste. ¶ 最低限 saiteigen het minimum. ¶ 最低気温 saitei kion minimum temperatuur; laagste temperatuur. ¶ 私たちは1日に最低7時間は寝なければならないWatachitachi wa ichinichi ni saitei shichi jikan wa nenakereba naranai. We moeten op een dag minstens zeven uur slapen. (2) [naar een maatstaf of rangorde] het slechtst; de laagste rang. ¶ これまで読んだで最低のだ。 Kore wa ima made yonda naka de saitei no hon da. Dit is het slechtste boek dat ik tot nu toe heb gelezen. (3) [van iemands karakter] walgelijk; verdorven; verwerpelijk; gemeen. ¶ そんなつくなんては最低だ。 Sonna uso wo tsuku nan te kare wa saitei da. Hij is verwerpelijk dat hij dat soort leugens vertelt. (TTC) (4) [uitroep van walging of afkeer] Walgelijk!; Getver!; Gatver!.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぐいっとguitto met een ruk; [Belg.N.] snok; rang!; [~飲み干す] in één slok; teug leegdrinken
グレードgureedo (1) rang; klas; klasse; graad; (2) [maatwoord voor rangen; klassen]
ステートsuteeto (1) staat; natie; rijk; (2) deelstaat; (3) toestand; staat; (4) stand; rang
ティアtia (1) rij; verdieping; rang; (2) Tia
ランクranku (1) rang; positie; graad; stand; (2) [maatwoord voor hiërarchische rang; positie]
一際hitokiwa (1) opvallend; opmerkelijk; uitgesproken; buitengewoon; bij uitstek; uitermate; speciaal; in het bijzonder; vooral; voornamelijk; (2) rang; stand; (3) fase; moment
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
位置ichi (1) positie; ligging; plaats; situatie; context; (2) maatschappelijke positie; stand; rang; status; (3) positie; betrekking
i (1) plaats waar een persoon of een zaak zich bevindt; (2) rang; positie; maatschappelijke positie; (3) standaard; criterium; basis
kurai (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer; (7) […~] [partikel dat een hoeveelheid; mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (8) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (9) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft; of het belang van een voorbeeld nuanceert; overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan
retsu (1) rij; gelid; reeks; sliert; file; queue; [Belg.N.] rang; (2) gezelschap; gelederen; groep
刻みkizami (1) het snijden; hakken; kerven; slijpen; (2) kerf; insnijding; inkeping; keep; snede; (3) kerftabak; gekorven tabak; (4) [kabuki] ritmisch geklepper met klaphoutjes; (5) moment; periode; (6) klasse; rang; (7) interval; eenheid; segment
同席douseki (1) medeaanwezigheid; het tezamen zitten; (2) dezelfde status; rang
地位chii status; stand; rang; positie; plaats; standing; stelling
境遇kyouguu (1) milieu; omgeving; leefwereld; (2) (materiële) positie; situatie; staat; conditie; omstandigheden; toestand; lot; (3) maatschappelijke positie; rang; stand
kan (1) staat; regering; (2) staatsinstelling; overheidsorgaan; overheidsdienst; rijksdienst; (3) regeringsambtenaar; rijksambtenaar; overheidsambtenaar; overheidsdienaar; (4) grootkanselarij; (5) positie; rang; (a) staatsinstelling; overheidsdienst; (b) rijksambtenaar; overheidsdienaar; (c) functie; positie; (d) publiek; staatseigendom; (e) orgaan; zintuig
席次sekiji (1) volgorde van belangrijkheid; prioriteit; rangorde; hiërarchie; (2) rang; positie [m.n. in schoolklassen]
序列joretsu rangorde; rang; orde; hiërarchie; pikorde; volgorde
最高級のsaikoukyuuno van de hoogste kwaliteit; klasse; graad; rang; van topkwaliteit; van de bovenste plank; top-; keur-; klasse-; eersteklas; eersterangs; puikbest; allerbest; premium
kaku (1) status; rang; positie; (2) regel; (3) [taalk.] naamval; casus
格式kakushiki (1) maatschappelijke stand; rang; status; standing; [高い~] prestige; waardigheid; (2) sociale voorschriften; regels; code; conventies; etiquette; protocol; formaliteiten; vormelijkheden; (3) [和歌の] conventie; regel; (4) [ritsuryō] amendementen en uitvoeringsbepalingen
格式kyakushiki (1) [ritsuryō] amendementen en uitvoeringsbepalingen; (2) maatschappelijke stand; rang; status; standing; [高い~] prestige; waardigheid; (3) sociale voorschriften; regels; code; conventies; etiquette; protocol; formaliteiten; vormelijkheden
段位dani rang; graad; meestergraad bij go; shogi; budo
段階dankai (1) niveau; rang; graad; trap; stap; (2) fase; stadium; (3) [comp.] level; speelniveau
dan (1) trap; trede; sport; stap; opstapje; opstap; (2) dan; sterktegraad; meestergraad; graad; klasse; rang; niveau; [fig.] kaliber; (3) schap; plank; laag; verdieping; etage; (4) rubriek; kolom; column; (5) tafel (van vermenigvuldiging); (6) alinea; paragraaf; passage; (7) [ton.] bedrijf; akte; (8) het feit (… te zijn); (9) fase; stadium; geval; moment; situatie; (10) [~ではない; じゃない] mate; kwestie
han (1) groep; ploeg; team; (2) [mil.] korps; sectie; afdeling; brigade; (3) [maatwoord voor groepen]; (a) verdelen; (b) groep; (c) rang; positie
ka (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil; (a) onderverdeling; rang; soort; (b) [biol.] familie; (c) strafbaar feit; fout; schuld; (d) [theat.] het acteren
程々hodohodo (1) maat; gematigdheid; matigheid; juiste hoeveelheid; juiste proportie; (2) maatschappelijke positie; rang
等位toui (1) rang; stand; klasse; klas; graad; (2) gelijke rang; gelijke stand; gelijke klasse; (3) [log.] coordinatio; coördinatie
等級toukyuu (1) rang; klasse; klas; graad; (2) [maatwoord voor rangen; klassen]
kyuu (1) klasse; graad; rang; niveau; (2) klas; groep; (3) kiyu
身分mibun (1) positie; omstandigheden; (2) rang; stand; klasse; (sociale) status; (maatschappelijk) aanzien; (3) afkomst; [高い~] geboorte; identiteit
mi (1) lichaam; lijf; lijfje; karkas; donder; [volkst.] flikker; [volkst.] sodeflikker; [vulg.] sodemieter; [Barg.] gebbe; [veroud.] ziel; (2) filet; visfilet; visvlees; vlees; vis [bot- of graatloos stuk vlees of vis]; (3) de eigen persoon; het zelf; zichzelf; (4) iemands positie; iemands plaats; iemands situatie; rang; stand; (5) lichaam van een mes; lemmet; lemmer; kling; blad [van bijl; zaag]; (6) pot [i.t.t. deksel]; houder; vat
階級kaikyuu (1) klasse; stand; (2) rang; orde
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'rang', strategie: exact). 
2005-2021