日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘rang’
日蘭辭典 (trefwoord)
yangotonakiやんどとなき
bn. verheven; aanzienlijk; hoog in rang; nobel; adellijk; Noot: Kennelijke vergissing in origineel. Bedoeld zal zijn: やんごとなき
ichi位置
zn. (1) [所在] plaats v.; ligging v.; situatie v. (2) [身分] stand m.; rang m. (3) [] positie v.; betrekking v. ¶ 僕の位置に立てばどうするか wat zou jij in mijn plaats doen? ¶ 位置エネルギー arbeidsvermogen van plaats. ¶ 店の位置は上等だ de winkel is zeergunstig gelegen.
kan-i官位
zn. rang m.
dan
zn. (1) [段階] trap v.; sport (梯子の) v. (2) [行欄] kolom v. (3) [文章の] paragraaf v.; artikel o. (4) [等級] graad m.; rang m.; klasse v. (5) [芝居の] tooneel v.; scene v. ¶ 梯子の頂上の段で op de bovenste sport van de ladder. ¶ 段が違ふ tot een geheel andere klasse behooren; ver uitsteken boven. ¶ 此段念の爲御通知申 voor alle zekerheid deel ik u deze zaak mede. ¶ 勘平切腹の段 het tooneel, waarin Kanpei zelfmoord pleegt.
ichiryū一流
zn. eerste rang m. ¶ 一流の eerste rangs-; toonaangevend. ¶ 一流の政治家 een staatsman van den eersten rang. ¶ 彼一流の策略 zijn geliefkoosde list. ¶ 彼一流の筆法 zijn speciale stijl.
SUPPLEMENT (trefwoord)
saitei最低
(na-adj,no-adj,znw,bw) (1) het minste; ten minste; allerminste; het laagste; het allerlaagste. ¶ 最低限 saiteigen het minimum. ¶ 最低気温 saitei kion minimum temperatuur; laagste temperatuur. ¶ 私たちは1日に最低7時間は寝なければならないWatachitachi wa ichinichi ni saitei shichi jikan wa nenakereba naranai. We moeten op een dag minstens zeven uur slapen. (2) [naar een maatstaf of rangorde] het slechtst; de laagste rang. ¶ これまで読んだで最低のだ。 Kore wa ima made yonda naka de saitei no hon da. Dit is het slechtste boek dat ik tot nu toe heb gelezen. (3) [van iemands karakter] walgelijk; verdorven; verwerpelijk; gemeen. ¶ そんなつくなんては最低だ。 Sonna uso wo tsuku nan te kare wa saitei da. Hij is verwerpelijk dat hij dat soort leugens vertelt. (TTC) (4) [uitroep van walging of afkeer] Walgelijk!; Getver!; Gatver!.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ステート suteeto (1) staat; natie; rijk; (2) deelstaat; (3) toestand; staat; (4) stand; rang
ue (1) 11. bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (2) 12. na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (3) 13. wat betreft; ; (1) 14. nu dat; nadat; (2) 15. aangezien; ; (1) hoger; (2) in leeftijd ouder; (3) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (4) 10. goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; ; (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein
i (1) plaats waar een persoon of een zaak zich bevindt; (2) rang; positie; maatschappelijke positie; (3) standaard; criterium; basis
位置 ichi (1) positie; ligging; plaats; situatie; context; (2) maatschappelijke positie; stand; rang; status; (3) positie; betrekking
グレード gureedo [maatwoord voor rangen, klassen]; ; rang; klas; klasse; graad
kurai (1) […~] [partikel dat een hoeveelheid; mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (2) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (3) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft; of het belang van een voorbeeld nuanceert; overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan; ; (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer
程々 hodohodo (1) maat; gematigdheid; matigheid; juiste hoeveelheid; juiste proportie; (2) maatschappelijke positie; rang
身分 mibun (1) positie; omstandigheden; (2) rang; stand; klasse; (sociale) status; (maatschappelijk) aanzien; (3) afkomst; [高い~] geboorte; identiteit
mi (1) lichaam; lijf; lijfje; karkas; donder; [volkst.] flikker; [volkst.] sodeflikker; [vulg.] sodemieter; [Barg.] gebbe; [veroud.] ziel; (2) filet; visfilet; visvlees; vlees; vis [bot- of graatloos stuk vlees of vis]; (3) de eigen persoon; het zelf; zichzelf; (4) iemands positie; iemands plaats; iemands situatie; rang; stand; (5) lichaam van een mes; lemmet; lemmer; kling; blad [van bijl, zaag]; (6) pot [i.t.t. deksel]; houder; vat
同席 douseki (1) medeaanwezigheid; het tezamen zitten; (2) dezelfde status; rang
等級 toukyuu [maatwoord voor rangen, klassen]; ; rang; klasse; klas; graad
段位 dani rang; graad; meestergraad bij go; shogi; budo
段階 dankai (1) niveau; rang; graad; trap; stap; (2) fase; stadium; (3) [comp.] level; speelniveau
dan (1) het feit (… te zijn); (2) fase; stadium; geval; moment; situatie; (3) 10. [~ではない; じゃない] mate; kwestie; ; (1) trap; trede; sport; stap; opstapje; opstap; (2) dan; sterktegraad; meestergraad; graad; klasse; rang; niveau; [fig.] kaliber; (3) schap; plank; laag; verdieping; etage; (4) rubriek; kolom; column; (5) tafel (van vermenigvuldiging); (6) alinea; paragraaf; passage; (7) [ton.] bedrijf; akte
地位 chii status; stand; rang; positie; plaats; standing; stelling
kyuu (1) klasse; graad; rang; niveau; (2) klas; groep; (3) kiyu
境遇 kyouguu (1) milieu; omgeving; leefwereld; (2) (materiële) positie; situatie; staat; conditie; omstandigheden; toestand; lot; (3) maatschappelijke positie; rang; stand
retsu (1) rij; gelid; reeks; sliert; file; queue; [Belg.N.] rang; (2) gezelschap; gelederen; groep
ka (1) a. onderverdeling; rang; soort; (2) b. [biol.] familie; (3) c. strafbaar feit; fout; schuld; (4) d. [theat.] het acteren; ; (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil
階級 kaikyuu (1) klasse; stand; (2) rang; orde
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'rang', strategie: exact). 
2005-2019